Roemenen bang voor radicale veranderingen; Roemenië mist kans zijn internationale imago te verbeteren

Ion Iliescu, staatshoofd van Roemenië sinds de kerstrevolutie van 1989, mag blijven. In de tweede ronde van de presidentsverkiezingen versloeg hij gisteren - volgens de voorlopige uitslagen - Emil Constantinescu, rector van de universiteit van Boekarest en in menig opzicht zijn alter ego.

Het is een keuze die de handicaps van het post-communistische Roemenië illustreert. De gemiddelde Roemeense kiezer is niet de redelijk of goed opgeleide stedeling die al kort na de revolutie uitgekeken raakte op de nieuwe leider, die immers al heel snel bleek zich slechts met moeite te kunnen losmaken van zijn communistische verleden - door fabrieksarbeiders te mobiliseren tegen democratische betogers, door demonstranten uit te maken voor golani, door in juni 1990 de mijnwerkers na gedane arbeid - het zaaien van een grof soort van terreur met het doel zijn regime op de been te houden - met vriendelijke bedankjes huiswaarts te sturen.

De gemiddelde Roemeense kiezer is eerder de plattelander. En die plattelander is nooit op Iliescu uitgekeken geraakt. Hij wantrouwt de stad met zijn intellectuelen, zijn bureaucratie en zijn minderheden, hij is bang voor veranderingen en pleegt zijn angsten, verlangens en wensen te projecteren in een "goede vader' die boven de partijen staat. Zijn politiek bewustzijn is tamelijk laag, zijn opleiding is slecht, hij weet weinig van complexe hervormingen, hij staat open voor simpele boodschappen en hij is makkelijk te manipuleren.

Het is wellicht het geheim van Iliescu's zege: simpele boodschappen. Vijf miljoen boeren hebben de afgelopen jaren hun land teruggekregen - van Ion Iliescu, want die is toch de baas, in Boekarest? Miljoenen Roemenen zijn bang voor de toekomst, zijn bang voor de markt, zijn bang voor de veranderingen die een nieuwe president in petto zouden kunnen hebben. Snelle hervormingen? Liever trage. Zij staan open voor de in hun eenvoud bijna populistische pleidooien van Ion Iliescu voor bescherming van de zwaksten en de “zachte weg” naar de markteconomie en zij hebben massaal gestemd op de man die ze kenden, Ion Iliescu. Dat de oppositie Emil Constantinescu tegen hem in het veld bracht, een typische stedeling, een typische intellectueel die niet aanslaat buiten de grote steden, is achteraf wat de journalist Ion Cristoiu al direct concludeerde toen die oppositie hem naar voren schoof: harakiri.

Dat Iliescu door zijn critici voor neo-communist wordt uitgekreten, was een argument dat het ook al vooral in de steden goed deed. Op het platteland denkt men niet in ideologische categorieën, daar ziet men de zaken simpeler, in termen als bekend en onbekend, goed en kwaad, zwart en wit. Daar verbindt men graag namen en gezichten aan beleid, en Iliescu heeft een heel bekende naam, een heel bekend gezicht.

Dat het verwijt van de oppositie handen en voeten heeft staat buiten kijf. Het zou zelfs absurd zijn, zo zei Ion Cristoiu onlangs, van Iliescu te verwachten dat hij zijn communistische verleden en zijn communistische mentaliteit op zijn 62ste van zich zou kunnen afschudden. Ion Iliescu kreeg dat communisme met de paplepel ingegoten, als zoon van een communistische spoorwegarbeider, die voor de oorlog stierf aan een in een van de koninklijke gevangenissen opgelopen ziekte. Iliescu werd communist uit idealisme en overtuiging. Op zijn twaalfde al was hij voorzitter van de communistische scholieren, hij studeerde van 1950 tot 1953 in Moskou en werd daar secretaris van de partij-organisatie van Roemeense studenten (hij leest sindsdien de Pravda elke dag, ook nu nog) en hij begon, eenmaal terug in Roemenië, aan een steile partij-carrière. In 1971 was hij zelfs de tweede man van de partij en kroonprins van Ceausescu. En die functie behield hij niet, want het kwam tot problemen met Ceausescu, maar in ongenade viel Iliescu nooit: hij werd slechts gedegradeerd, tot partijchef van Iasi, van Timis, tot chef van een technische uitgeverij.

Iliescu heeft na december 1989 nog wel geprobeerd zich als een geheime dissident voor te doen, als een man die zich achter de schermen als een held heeft gedragen en die alleen al daarom recht had op de leiding, toen die zich in de chaotische revolutiedagen in Boekarest formeerde. Erg overtuigend klonk dat nooit, temeer omdat Iliescu ook na die revolutie nooit afstand heeft genomen van zijn verleden en van het communisme: de vrije markt is voor hem nog steeds “een systeem waarin de arme tegen de rijke wordt opgezet en de sociale verschillen gepolariseerd raken”.

Maar anders dan de oppositie wil geloven, is Iliescu slim genoeg om te weten dat dat communistische gedachtengoed hem en Roemenië anno 1992 niet verder brengt. Hij kan zich niet bevrijden van de reflexen van zijn communistische biografie, maar hij is niet, zoals menigeen in het gepolariseerde Roemenië vindt, een crypto-dictator, een nieuwe Ceausescu. Hij is een communist die zich, anders dan Ceausescu, aanpast, een realist die ook in de veranderde omstandigheden mogelijkheden ziet zich te handhaven - met zijn populistische uitspraken, maar ook met een personeelsbeleid waarmee hij, hoewel beperkt in zijn bevoegdheden, op sleutelposten overal zijn eigen mensen heeft. Ion Iliescu is geen krachtige leider, hij omringt zich met slechte adviseurs en doet en zegt te vaak op de verkeerde momenten de verkeerde dingen. Maar hij is óók een machtspoliticus met ervaring, een van de weinigen in het post-communistische Roemenië, een die het spel heeft geleerd van niemand minder dan Nicolae Ceausescu.

Roemenië heeft gisteren in twee opzichten een kans gemist. Met de herverkiezing van Iliescu heeft het nagelaten zich te ontdoen van een man die de belichaming vormt van de politieke polarisatie. Zolang Iliescu president is, is de Roemeense samenleving verdeeld in een democratisch en een ex-communistisch kamp: het zal de komende jaren blijven spoken, in Roemenië, het zal een land blijven waarin het politieke leven gedomineerd zal blijven door verbitterde beschuldigingen, vage complottheorieën, kwade verwijten over gestolen revoluties, al dan niet bewezen "onthullingen' over de perfiditeit van de tegenstander, wederzijdse agressiviteit en wederzijds wantrouwen, veel méér dan elders.

Er is ook het internationale aspect. Roemenië heeft opnieuw een kans gemist zijn imago naar buiten toe op te vijzelen. Iliescu is géén dictator en géén mini-Ceausescu, maar hij heeft wel het lelijke imago van de neo-communist. Zowel politiek als economisch is hij alleen al wegens dat imago een hindernis op de weg die Roemenië naar Europa moet brengen. Buitenlandse regeringen laten hem links liggen en investeerders raken afgeschrikt door de rem die Iliescu op de hervormingen wil zetten. Twee weken geleden, toen Iliescu op voorsprong kwam tegen Constantinescu, reageerde het Amerikaanse Congres met een oorvijg, door Roemenië de MFN-status te weigeren. De boodschap was niet mis te verstaan: zolang Iliescu aan de macht is, zal het Westen wantrouwig staan tegenover het Roemeense bewind en dat ook laten merken - hoe democratisch de president zich ook mag gedragen.