Pleegouders voelen zich speelbal van maatschappelijk werkers; "De regering vindt dat we blij moeten zijn dat we überhaupt een kind in huis krijgen'

ROTTERDAM, 12 OKT. De Nederlandse Vereniging van Pleeggezinnen (NVP) voert deze maand een zeer drastische protestactie: ze heeft haar leden opgeroepen een maand lang geen kinderen in huis op te nemen. Al jaren dringt de vereniging bij de ministeries van justitie en WVC aan op erkenning van de functie van pleegouders.

De NVP wil zich niet langer klakkeloos schikken naar de wensen of bevelen van voogdij-instellingen en kinderrechters. Naar de stem van pleegouders moet ook worden geluisterd, want zij zijn de grootste deskundigen, zo meent de NVP. Terwijl het bijvoorbeeld de maatschappelijk werkers volgens de vereniging maar al te vaak aan deskundigheid en inzicht zou ontbreken. “Jarenlang heeft de overheid gezegd dat zij ook vond dat er iets moet veranderen, maar nog steeds hebben we niets te vertellen. We zijn de ondergeschoven kindjes van de pleegzorg”, zegt B. van Sloten, medewerkster van de NVP en sinds dertien jaar pleegmoeder.

Jaarlijks zoeken zo'n tienduizend kinderen tijdelijk een ander thuis. Ongeveer dertig procent van de plaatsingen verloopt niet goed. Pleegouders verzwijgen in veel gevallen de problemen, uit angst dat een voogdij-instelling zou besluiten het kind uit huis te plaatsen. Door dat stilzwijgen worden de problemen alleen maar groter. “Het gaat zo vaak mis. Geen wonder dat nieuwe pleegouders steeds moeilijker te vinden zijn”, zegt Van Sloten.

“Ik had eens een kind van een moeder die de situatie thuis niet meer in de hand had. In het contract dat de natuurlijke moeder en ik met de voogdij-instelling hadden afgesloten, stond dat het kind minstens een half jaar bij mij zou blijven”, aldus Van Sloten. “Na drie maanden wilde de moeder het kind terug. De instelling kwam het halen en ik had niets in te brengen. Dan ben je toch wel even geschokt. Je hebt geen enkel recht en ook zo'n contract blijkt waardeloos. En nazorg kun je wel vergeten. De maatschappelijk werkers hebben het daar te druk voor.”

De overheid maakt zich ook zorgen over de pleegzorg. Dit jaar verscheen in opdracht van de ministeries van WVC en justitie het rapport "Voorzien in Pleegzorg'. In het rapport staat dat het goed zou zijn om pleegouders meer rechten en inspraak te geven. De regering heeft al laten weten die rechten niet wettelijk vast te willen leggen. De instanties zouden het in overleg met de pleegouders moeten regelen.

Verder is naar aanleiding van het rapport een reorganisatie op gang gezet, waarbij de landelijke overheid haar handen van de pleegzorg aftrekt. De provincies zijn in de toekomst verantwoordelijk. De reorganisatie moet een eind maken aan de versnippering van de pleegzorg. Nu zijn er nog 170 instellingen met verschillende taken en opvattingen. Gezinnen met meerdere pleegkinderen krijgen vaak per kind een aparte maatschappelijk werker over de vloer. De kans op conflicten tussen pleegouders en maatschappelijk werkers is daardoor zeer groot.

Na fuseringen moeten er vijftien instellingen overblijven. Maar ook hier gaat het slechts om een aanbeveling van de ministeries, die al gezegd hebben de 25 miljoen gulden die de reorganisatie moet gaan kosten niet beschikbaar te hebben.

T. de Rooy uit Tilburg is al twintig jaar pleegmoeder. Ze heeft in die tijd zo'n zeventien kinderen onder haar hoede gehad en de nadelen van het huidige systeem in praktijk ondervonden. De Rooy: “Laatst belde de Centrale voor Pleeggezinnen. Of ik vier kinderen wilde, vroegen ze. Ik zei: ik heb er al vier. "Oh, dat wisten we niet', zeiden ze toen, "hoe komt u daaraan?'. En dat terwijl ik al zo lang zaken met de centrale doe. Dat is toch absurd.”

P. Hilte, directeur van de voogdij-instelling Jeugd en Gezin uit Eindhoven, is boos op de overheid. Hilte: “De overheid stimuleert reorganisaties, maar wil er niet aan meebetalen. Dat is natuurlijk uiterst onbehoorlijk. Wij hebben het geld ook niet, terwijl we de plannen toejuichen.” De voorzitter van de NVP, H. van Vonderen, vindt dat de overheid zijn verantwoordelijkheden op de provincie afschuift, zonder eerst de positie van pleegouders te regelen. “In Duitsland bestaat al jaren een wet op de pleegzorg”, zegt Van Vonderen. “Maar onze regering vindt dat we al lang blij moeten zijn dat we überhaupt een kind in huis krijgen. En verder moeten we niet te veel zeuren.”

De hoop van de NVP is gevestigd op de Tweede Kamer. Daar komt woensdag de toekomst van de pleegzorg aan de orde. Of de positie van pleegouders dan ook besproken wordt, is twijfelachtig. A. Aboutaleb, voorlichter van WVC: “De vraag is of je je daar als rijksoverheid allemaal nog mee bezig moet houden, of dat je het aan de instanties moet overlaten. Van Vonderen noemt het afschuiven, maar dat wordt zo vaak geroepen. Het gaat de NVP niet snel genoeg, denk ik.”

P. de Lange is directeur van de voogdij-instelling Jeugd en Gezin in Breda. Hij snapt dat pleegouders rechten willen, maar dringt aan op voorzichtigheid. “Natuurlijk is het pijnlijk wanneer kinderen plotseling uit huis geplaatst worden. Vaak ligt dat aan de knulligheid van de voogdij-instelling, die bij problemen de kortste weg kiest. Pleegouders moeten in zulke gevallen zeker recht op inspraak hebben.” Verder dan inspraak wil De Lange echter niet gaan, aangezien pleegouders vaak een achterhaalde visie op de problemen zouden hebben. “Een knelpunt is bijvoorbeeld het contact tussen de kinderen en de natuurlijke ouders. Wij zijn daar nadrukkelijk voor, terwijl veel pleegouders daar heel anders over denken.”

Een punt waar de NVP ook al jaren op aandringt, is een wettelijk recht op informatie over de kinderen die pleeggezinnen in huis krijgen. Het komt nogal eens voor dat pleegouders pas na enkele maanden ontdekken dat een kind incest-slactoffer is, of bijvoorbeeld aan de drugs is. “Laatst had ik twee kinderen die uitgebreid psychologisch waren getest”, vertelt Van Sloten. “De testresultaten kreeg ik niet te zien. "In the blind' verzin je dan maar een therapie.” Haar vriendin C. Zevenhuizen, NVP-vrijwilligster en sinds twaalf jaar pleegouder, vult aan: “Je moet vaak smeken of je rapporten mag zien. Bijvoorbeeld wanneer je vermoedt dat een kind seksueel is misbruikt.”

Ook voor een eventueel recht op informatie dringt De Lange aan op voorzichtigheid. In de praktijk maakt de directeur van Jeugd en Gezin Breda mee, dat pleegouders alles willen weten over de kinderen. “We moeten ook aan het belang van de kinderen en aan hun privacy denken. Er moeten grenzen zijn. Wie die moet bepalen en hoe, dat is natuurlijk erg lastig.”

Naast het aandringen op rechten voor pleegouders is de actie van de NVP bedoeld om de regering te wijzen op het feit dat de vergoeding die pleegouders ontvangen veel te laag zou zijn. Recent onderzoek van de SWOKA (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten Aangelegenheden) heeft volgens de NVP uitgewezen dat pleegouders per maand 150 gulden per pleegkind moeten bijleggen. Sinds 1984 zijn de pleegvergoedingen, die gemiddeld zo'n 600 gulden per maand bedragen, niet meer gewijzigd.

Minister d'Ancona en staatssecretaris Kosto hebben al laten weten dat er geen geld is om hier iets aan te doen. Waarschijnlijk zal ook de Kamer op dit punt de NVP weinig te bieden hebben. WVC-woordvoerder Aboutaleb: “Er zal tijdens het Kamerdebat waarschijnlijk nog wel over gesproken worden, mits de Swoka de uitslagen van het onderzoek tijdig bekendmaakt'. T. de Rooy uit Tilburg kan het debat gestolen worden. “Voor mij is allang duidelijk dat je als pleegouder alles alleen moet kunnen. Het geld kan me ook niks meer schelen. Ik leg zo'n dertien gulden per dag bij. Nou en. Als je zelf kinderen hebt, krijg je ook alleen kinderbijslag, denk ik dan maar.”

    • Marco van Barneveld