Nobelprijs geneeskunde voor Amerikaanse biochemici

STOCKHOLM, 12 OKT. De Nobelprijs Fysiologie of Geneeskunde 1992 is toegekend aan de Amerikaanse biochemici Edmond H. Fischer (72) en Edwin G. Krebs (74). De bekroonde onderzoekers werken sinds het begin van de jaren vijftig samen in de vakgroep biochemie van de Universiteit van Washington in Seattle.

De geldprijs, groot 6,5 miljoen Zweedse kronen (circa 1,9 miljoen gulden) vormt de bekroning voor fundamenteel pionierend werk aan de "reversibele (omkeerbare) fosforylering van eiwitten'. Reversibele fosforylering is een zeer centraal mechanisme bij de regulering van de duizenden verschillende biochemische reacties in de cel.

De in het Chinese Sjanghai geboren Fischer en zijn uit Iowa afkomstige collega Krebs waren de eersten die, in een studie van de erergieoverdracht in spiercellen, het mechanisme van reversibele fosforylering ontdekten. Hun werk brak, aldus het Nobel Comité van het Karolinska Instituut dat de prijs vanochtend bekendmaakte, een onderzoeksveld open dat tegenwoordig tot de drukste en vruchtbaarste in de biochemie behoort. Reversibele fosforylering speelt een onder meer rol bij de regulering van groei en differentiatie van cellen; verstoringen kunnen leiden tot kanker.