Ischa Meijer verenigt farce en muzikale citaten in "Deze kant op dames'; Ton Lutz regisseert een "spel vol vergissingen'

In de Amsterdamse Stadsschouwburg gaat vanavond Deze kant op dames in première: een muzikale revue gecomponeerd door Willem Breuker en met tekst van Ischa Meijer. De rollen worden gespeeld door het Willem Breuker Kollektief en Loes Luca. Een gesprek met regisseur Ton Lutz.

Het zijn drukke dagen voor Ton Lutz. Overdag repeteert hij met het Willem Breuker Kollektief in Hoofddorp, 's avonds moet hij optreden in het door Paul Haenen geschreven stuk Brutale winterbekentenissen. De voorstelling, die vorig seizoen in première ging, is na een onderbreking van vijf maanden onlangs aan een nieuwe tournee begonnen. Sindsdien is Ton Lutz bijna continu van huis. “Dit is een pittige week”, geeft hij toe. “Gelukkig is Deze kant op dames bijna klaar. Volgende week, na de première, wordt het rustiger.”

Ton Lutz toont geen zichtbare sporen van vermoeidheid als hij op een ochtend tussen de bedrijven door even tijd vindt om bezoek te ontvangen in zijn Amsterdamse grachtenhuis. “Ik ben nu 73, maar ik kan nog wel tot mijn honderdste doorgaan,” zegt hij opgewekt terwijl hij voorgaat naar zijn werkkamer op de tweede verdieping. “Waarom zou ik op mijn 65ste ook moeten ophouden als Vondel door kon werken tot zijn 90ste? Ik ben nu eenmaal een veelvraat. Bovendien voel ik me fit en ik ben nog steeds nieuwsgierig naar nieuwe dingen.”

Hoewel Ton Lutz de laatste jaren naar zijn zeggen niet meer “solliciteert” naar een regie of rol, zit hij nooit om werk verlegen. Steeds weer krijgt hij aanbiedingen, zoals de hoofdrol in King Lear twee jaar geleden bij Toneelgroep Amsterdam en de rol die Paul Haenen speciaal voor hem schreef in Brutale winterbekentenissen. Bovendien heeft Frans de Ruiter, directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, hem net voorgesteld in het voorjaar Dialogues des Carmélites van Poulenc te komen regisseren. Lutz zegt mijmerend dat het idee hem wel aantrekt.

Ook in het geval van Deze kant op dames is hij gevraagd of hij de regie op zich wilde nemen. Het zag er echter een tijd naar uit dat de produktie helemaal niet doorging, vertelt Lutz. “Het idee voor deze voorstelling is van Willem Breuker. Maar toen bleek dat er geen structurele subsidie werd toegewezen, blies hij de show af. Bovendien moest Ischa Meijer, die aanvankelijk zelf zou meedoen als verteller, het op doktersadvies rustiger aandoen. Later, toen duidelijk werd dat Orkater het aandurfde de voorstelling zonder structurele subsidie uit te brengen, is Ischa alsnog overreed om de tekst te schrijven.

“Willem Breuker had allerlei suggesties voor verhaaltjes, maar zijn ideeëntrommel is zo caleidoscopisch dat Ischa daar weinig houvast aan had. Hij is opnieuw begonnen en kwam om de paar dagen met nieuwe bladzijden tekst. Wij hebben daar veel in veranderd, maar dat vond hij geen bezwaar. Ik ben een toeleveringsbedrijf dat teksten aanbiedt, zei hij, en jullie zien maar wat je ermee doet.”

Ter illustratie haalt Ton Lutz een haast onleesbaar geworden script tevoorschijn, dat zwart ziet van doorhalingen, wijzigingen en aantekeningen. Alleen de slotscènes zijn vrij overzichtelijk: die zijn pas geschreven nadat de eraan voorafgaande scènes waren herzien.

Deze kant op dames, dat Lutz beurtelings aanduidt als een "farce', een "spel vol vergissingen' en een show waarin het gaat om een "samenspel tussen muziek en tekst', laat zich volgens hem moeilijk navertellen. “Het komt erop neer dat de Graaf (Willem Breuker) en de Gravin (Loes Luca) ter gelegenheid van hun 25-jarig huwelijk een orkest hebben besteld dat niet komt opdagen. Als de gasten (het Willem Breuker Kollektief) boos worden stelt de Gravin voor dat zij zelf muziek moeten maken. Willem Breuker komt dat stelletje ongeregeld dan dirigeren.

“Het orkest is tijdens de voorstelling permanent aanwezig, zij het niet in de orkestbak maar op het toneel. Er zullen veel razendsnel uitgevoerde verkleedpartijen zijn vanwege alle dubbelrollen. Korte scènes worden afgewisseld met muzikale citaten, zoals een Bach-achtig oratorium, een Argentijnse rumba, muziek die aan Schönberg doet denken en de minimusical Snowwhite and the seven dwarfs. Ik heb geprobeerd deze concertstukken met het verhaal in evenwicht te brengen. Dat lukt wel geloof ik, al is het een gevecht tegen de klok.”

Het is niet voor het eerst dat Lutz een voorstelling regisseert waarin muziek zo'n belangrijke plaats inneemt. Hij ensceneerde in de loop der jaren heel wat muziektheaterprodukties waaronder Platée van Rameau, L'Histoire du soldat van Stravinsky, de Dreigroschenoper en vorig jaar de minimusical Heijermans! van Arthur Japin. Verder heeft hij zelf eens muziek geïmproviseerd voor de voorstelling Woyzeck van Büchner bij het Rotterdams Toneel.

“Drie weken geleden nog,” zegt Lutz, “trad ik in de Brakke Grond op als slagwerker in een eindexamenvoorstelling van de Toneelschool. Ik heb de studenten met die opdracht geholpen en het leek me leuk de koren met percussie te begeleiden. Toen niemand dat kon heb ik zelf de pauken bediend. Zoiets vind ik leuk om te doen. Ik kom uit een vrij muzikale familie waar veel werd gezongen. Als rooms jongetje deed ik mee in het knapenkoor.”

Ton Lutz heeft in zijn lange loopbaan veel nieuwe stukken op het repertoire genomen. Zo was hij de eerste in Nederland die toneelstukken van Hugo Claus op de planken bracht. Nog steeds gaat zijn voorkeur uit naar ongevormd materiaal. “Het kweken van iets is leuker dan het onderhouden van iets. Ik wil geen handwerksman zijn die nog eens een stuk uit de kast haalt omdat er toevallig een voorstelling geprogrammeerd is. Het is niet zo dat ik er speciaal achter aan ga, maar als er iets nieuws op mijn weg komt kijk ik of ik er een deel van mijn leven mee kan vullen, in plaats van door het Vondelpark te gaan wandelen.”