De wraak van Frank de Grave

“Ondanks de noodzaak het uitgavenniveau in de sociale zekerheid te beheersen kan de koopkracht van de minima gelukkig gehandhaafd blijven.” De majesteit sprak deze gedenkwaardige woorden in de Troonrede van 18 september 1984. Gedenkwaardig werden ze door de rel die daarna ontstond. Uit cijfers van het ministerie van sociale zaken bleek namelijk dat bepaalde groepen minima er wèl op achteruitgingen.

Voor de oppositie, aangevoerd door de toenmalige PvdA-leider Den Uyl, betekende het wekenlang onbekommerd prijsschieten op het eerste kabinet Lubbers. Men had de koningin onwaarheden laten vertellen, zei Den Uyl, en het Kamerlid Ina Brouwer (toen CPN, tegenwoordig Groen Links) eiste een rectificatie. Tijdens een spoeddebat bracht premier Lubbers de zaak, zoals bij hem gebruikelijk, terug tot een “misverstand”. Een duur misverstand, want de Kamer eiste bij de algemene beschouwingen dat de lezing van de koningin zou worden gevolgd. Extra kosten: 150 miljoen gulden.

Sindsdien worden de begrippen koopkracht en minima met de grootste omzichtigheid gehanteerd. Hoewel? Afgelopen derde dinsdag, negen jaar en negen troonredes later, was er bij een enkele toehoorder in de Ridderzaal toch sprake van een zeker déjà vu gevoel toen de koningin zei: “De koopkracht wordt beschermd voor hen die op het sociaal minimum aangewezen zijn”. In de Miljoenennota van minister Kok stond het immers "genuanceerder': voor de sociale minima zal in 1993 dooreen genomen koopkrachtbehoud worden bereikt.

En ook dat klopte niet, beweerde de Amsterdamse wethouder Frank de Grave. In zijn stad zullen de laagstbetaalden er flink op achteruit gaan als gevolg van de sterk gestegen gemeentelijke milieuheffingen die Amsterdam het komend jaar net als zoveel andere steden van rijkswege aan zijn burgers moet opleggen. Milieuheffingen worden weliswaar in het Haagse "koopkrachtplaatje' meegenomen, maar het gaat daarbij om gemiddelden. In de ene gemeente nemen de lasten veel meer toe dan in de andere.

Vanwaar trouwens die plotselinge bekommernis van een VVD-er met de minima? Zegt die partij niet al jaren dat het afgelopen moet zijn met het "koopkrachtfetisjisme'. De oorzaak ligt in het verleden van De Grave. Hij zat in 1984 als jong fractielid van een regeringspartij in de Tweede Kamerbankjes toen de PvdA zo te hoop liep tegen de "koopkrachtleugen' van het kabinet. Het heeft even geduurd, maar nu kon hij de PvdA een keertje terugpakken. (MK)

    • Cees Banning
    • Hendrik Spiering
    • Kees Calje