"Chinese revolutie zal in 2049 voltooid zijn'

PEKING, 12 OKT. Jiang Zemin, de secretaris-generaal van de Chinese Communistische Partij, heeft vandaag in zijn openingstoespraak op het veertiende partijcongres met grote stelligheid verzekerd dat het socialistische systeem over het kapitalisme zal zegevieren.

Jiang noemde dit “de algemene trend van de geschiedenis”. Tevens zei hij dat in het jaar 2049, bij de viering van de honderdste verjaardag van de Volksrepubliek, China's huidige nieuwe revolutie van socialistische modernisering voltooid zal zijn. Jiang gaf toe dat socialisme een systeem is dat een zigzag-proces van “strijd en offers, nederlaag en overwinning” gekend heeft, maar zei dat communisten hierdoor gestaald waren en hun lessen hadden geleerd. Jiang zei dat het socialisme dankzij Deng Xiaopings campagne tot verdere bevrijding en ontwikkeling van de produktieve krachten nog steeds superieur is aan het kapitalisme, maar dan wel alleen in China. Tot vorig jaar was het nog universeel superieur.

De samenstelling van het presidium van het congres weerspiegelt een gereduceerde rol voor de hoogbejaarden. Op de eerste rij van het met rode vlaggen behangen podium zaten slechts twee van de zes nog overgebleven "acht onsterfelijke' tachtigers, Bo Yibo (84) en Song Renqiong (83), beiden vice-voorzitters van de Centrale Adviescommissie, het seniorenconvent dat voogdij over het politburo bleef uitoefenen, maar nu zal worden afgeschaft.

De 88-jarige opperste leider Deng Xiaoping is niet verschenen, maar Jiang noemde zijn naam veelvuldig als de architect en theoreticus van de strategie van overgang naar de "socialistische markteconomie'.

Congres-woordvoerder Liu Zhongde zei gisteren dat Deng uitgenodigd was als buitengewoon afgevaardigde, maar hij ontweek vragen of Deng aan die uitnodiging gevolg zou geven. Dengs dochter Deng Nan, vice-minister van wetenschap en technologie en gewoon afgevaardigde, zei dat haar vader “fris en gezond” is, al had ze geen antwoord op de vraag waarom hij dan niet op het podium was verschenen.

Pag 4: Partij China herkauwt

Jiangs uitspraken over de markteconomie waren herkauwingen van de instructies die Deng Xiaoping eerder dit jaar tijdens zijn veelbesproken reis naar de Speciale Economische Zones heeft gemaakt en sterker nog, van beleidsideeën die de in 1989 afgezette premier en partijleider Zhao Ziyang sinds het begin van de jaren tachtig ontvouwd heeft.

Jiang beschreef de socialistische markteconomie als een systeem waarin de publieke sector dominant is en beloning naar werk de belangrijkste distributiemethode is, aangevuld door andere sectoren en andere methoden. Hij herhaalde Deng's uitspraak: “Wij moeten niet verzanden in discussies over wat socialistisch en wat kapitalistisch is. Om superieur te zijn over het kapitalisme moet het socialisme niet aarzelen om methodes van de geavanceerde kapitalistische landen te lenen”.

Hij beval aan om buitenlandse investeringen, technologie en experts te gebruiken als een nuttige aanvulling ten bate van het socialisme. “Dat zal geen schade aan het socialistische systeem doen, want de macht is in handen van het volk”. Hij vervolgde dat de praktijk in China had uitgewezen dat de economie het meest dynamisch is waar de markt het sterkst is.

De economische groei stelde hij op 8 of 9 procent, meer dan het cijfer van zes dat Li Peng in maart tijdens het Nationale Volkscongres voorstelde, maar minder dan de 10 procent die Deng Xiaoping voorschreef. De staatsbedrijven moeten de markt worden opgedwongen om hun vitaliteit en efficiency te vergroten, vindt Jiang. In geselecteerde staatsbedrijven moeten aandelenuitgiftes worden gedaan om het onderscheid tussen de functies van de regering en van de onderneming te bevorderen.

Markten moesten in alle sectoren gevormd worden, zoals kapitaal, arbeid, informatie en onroerend goed. Er moeten ook meer internationale markten geopend worden voor de verdere ontwikkeling van de export-economie, waarin het produktenpakket en de kwaliteit verdere moeten groeien en verbeteren. Overtollig personeel in staatsbedrijven en van bedrijven die failliet behoren te worden verklaard moeten afvloeien naar de tertiaire sector.

“Op dit moment is de beschikbaarheid aan diensten veel minder dan in ontwikkelde landen en zelfs dan in vele ontwikkelingslanden” aldus Jiang. Hij beval tevens verbetering van de status en salariëring van wetenschapsmensen en technici aan, evenals commercialisering van onderzoek voor praktische doeleinden. Het staatsmonopolie op onderwijs moet eindigen en alle niet-regeringssectoren moeten fondsen beschikbaar stellen om scholen van verschillende types op te zetten. Hij noemde geen instellingen met name, maar religieuze organisaties worden er ook onder begrepen.

Over politieke hervormingen was Jiang in tegenstelling tot zijn voorganger op het partijcongres van 1987 zeer terughoudend. Toegelaten waren alleen verbeteringen van het systeem van volkscongressen aan de basis en verbetering van het systeem van "meerpartijen samenwerking' onder leiding van de communistische partij.

Dit slaat op de acht uitstervende democratische partijtjes die geërfd zijn uit het Kwomintang-tijdperk van voor 1949. Jiang zei zelfs dat klassestrijd op sommige gebieden nog lange tijd zal voortduren en onder bepaalde omstandigheden zelfs geïntensiveerd moest worden. Jiang onderstreepte de noodzaak van strijd tegen "rechtse en linkse tendenzen', maar terwijl Deng Xiaoping linkse tendenzen gevaarlijker acht, werd dat door Jiang nauwelijks onderstreept.

Rechtse tendenzen definieerde hij als ontkenning van de vier principes, waarvan het machtsmonopolie van de partij het belangrijkste is, bourgeois-liberalisering en soms het creëren van politieke onrust. De linkse afwijking was het ontkennen van de correctheid van hervormingen en opening naar de rest van de wereld en het handhaven van de opvatting dat het belangrijkste gevaar voor "vreedzame evolutie' naar het kapitalisme van buitenlandse investeringen komt. Jiang viel uit naar de Verenigde Staten als de belangrijkste beramer van komplotten tot vreedzame evolutie. Hij oreerde dat China nooit een parlementaire democratie met een meerpartijen-stelsel zou worden en dat het nooit zou zwichten voor Westerse druk inzake de mensenrechten.

    • Willem van Kemenade