CDA niet meer tegen gekozen burgemeester

DEN HAAG, 12 OKT. De CDA-fractie in de Tweede Kamer is niet langer principieel tegenstander van een gekozen burgemeester. Volgens fractievoorzitter L.C. Brinkman kan een gekozen burgemeester de kwaliteit en de herkenbaarheid van het ambt van eerste burger vergroten.

Dit zei Brinkman vanmiddag tijdens de zogeheten Burgerzaallezing van de gemeente Rotterdam. In de lezing pleit Brinkman tevens voor een kleinere rol van de rechter in beroepsprocedures.

Brinkman die in het verleden tegen gekozen burgemeesters heeft gepleit, zei vanmiddag dat door directe verkiezingen de eigen verantwoordelijkheid van de burgemeester kan worden vergroot. Daarvoor is het wel nodig dat burgemeester en wethouders in een vergelijkbare dualistische verhouding komen te staan met de gemeenteraad als regering en parlement. Nu maken de wethouders nog deel uit van die gemeenteraad.

Brinkman noemt de gekozen burgemeester een van de mogelijkheden om de kwaliteit van het ambt te vergroten. Als andere mogelijkheid noemt hij een benoeming door de Kroon waarbij de minister van Binnenlandse Zaken rechtstreeks overlegt met de gemeenteraad over kandidaten. De Commissaris van de Koningin die in de huidige procedures een voordracht doet aan de minister wordt hierbij uitgeschakeld. De huidige procedure heeft volgens Brinkman geleid tot “een grijs ambtsgewaad dat de kleurloze weergave is van het gebrek aan beslisruimte dat voor elke bestuurder eigenlijk onaanvaardbaar is”.

In zijn lezing maakt Brinkman geen keuze tussen de twee mogelijkheden. In zijn fractie is tot nu toe een meerderheid tegen een gekozen burgemeester. Ze vreest onder meer dat daardoor het aantal CDA-burgemeesters afneemt. F.J. van der Heijden die namens de CDA-fractie het woord voert over bestuurlijke aangelegenheden en de lezing mee hielp voorbereiden, toont zich echter “zeer ingenomen” met het standpunt van Brinkman. Daarmee haalt “Brinkman het CDA uit de defensieve positie die het in de discussie over de gekozen burgermeester inneemt”, aldus Van der Heijden.

Brinkman vindt verder dat maatschappelijke organisaties teveel mogelijkheden hebben zich tegen besluitvorming over bijvoorbeeld de aanleg van een spoorlijn te laten horen. “Hoe gaan we om met het fenomeen dat personen of maatschappelijke instellingen met vaak algemeen en afgeleide belangen zich zowel in de voorfase van een besluit kunnen laten horen als in de beroepsfase als in de rechterlijke toetsingsfase” aldus Brinkman vanmiddag. “Gaat dit niet ten koste van de direct belanghebbende die vaak een ander belang zal hebben dan de algemeen belang hebbende of moeten we zeggen: algemeen belangstellende”. Brinkman wil de afweging van het algemeen belang in zulke zaken meer bij de gemeenteraden en provinciale staten leggen in plaats van bij de rechter.

Daarnaast pleitte Brinkman ervoor dat de overheid rechtstreeks een zakelijke transactie sluit met burgers die door een besluit worden benadeeld. “Veel en lang procederen” via de rechter kan zo worden voorkomen, aldus Brinkman.