Bond wil solidair zijn maar eist doordacht opbouwplan voor Oost-Duitsland; IG Metall is bereid tot loonmatiging

BONN, 12 OKT. De IG Metall, met 3,5 miljoen leden de grootste afzonderlijke vakbond van Europa, is in principe bereid tot matiging van looneisen in het kader van een nationaal “solidariteitspact” voor de economische opbouw van Oost-Duitsland. Maar dan zal de Duitse regering wel helemaal moeten afzien van plannen om het wettelijk mogelijk te maken om CAO's open te breken.

Dit heeft IG Metall-voorzitter Franz Steinkühler zondag in Hamburg gezegd op de eerste dag van een congres van zijn bond, dat een week zal duren. Over het solidariteitspact wordt al enkele weken overlegd door specialisten uit de regeringspartijen, de oppositie, de vakbeweging en werkgeversorganisaties, de Bundesbank en de grote particuliere banken. Dat overleg begon nadat eind augustus/begin september vele botsende politieke suggesties over nieuwe fiscale en sociaal-economische maatregelen voor de opbouw van Oost-Duitsland waren gedaan. Verwacht wordt dat het door kanselier Helmut Kohl voorgestelde nationale plan pas tegen Kerstmis vorm zal hebben gekregen.

Steinkühlers bond zal alleen aan zo'n plan meewerken als de kosten van de opbouw van Oost-Duitsland eerlijker over alle Westduitsers worden verdeeld. Ook zullen zowel de overheid als particuliere bedrijven meer in de vroegere DDR moeten investeren. Op dat gebied zijn nieuwe wettelijke regels nodig voor solidariteitsoffers van hogere inkomens, zelfstandigen en ambtenaren en verplichte of fiscaal begunstigde bedrijfsinvesteringen, zei de voorzitter IG Metall.

In elk geval wil de bond, net als de overgrote meerderheid van de andere Duitse vakbonden, absoluut niets weten van gedwongen inkomensmatiging via het openbreken van (vooral: Oostduitse) CAO's. “Met middelen uit de jaren dertig kan men geen beleid voeren in de jaren negentig.” Loonsverlagingen kunnen het probleem van de geringe Oostduitse produktiviteit en het wegvallen van de vroegere DDR-exportmarkt in Oost-Europa niet oplossen, zei Steinkühler. IG Metall is netzomin als de overkoepelende Duitse vakbond DGB bereid af te wijken van de afspraken dat de Oostduitse CAO-niveaus eind 1994 gelijkgetrokken moeten zijn met de Westduitse. Volgens de IG-Metallvoorzitter, wiens bond in de vroegere DDR na een aanvankelijke sterke ledenwinst nu weer veel bedankjes krijgt, zullen Oostduitse werknemers dan reëel nog maar 80 procent van de Westduitse lonen ontvangen. De IG Metall heeft in Oost-Duitsland nu circa 815.000 leden.

Steinkühler verweet de Duitse regering dat zij aan de economische opbouw van Oost-Duitsland totnutoe “zonder analyse of herkenbaar plan” heeft gewerkt en alleen op de werking van de markt heeft vertrouwd. Zij heeft er volgens hem de afgelopen twee jaar (sinds de Duitse eenwording dus) ook te weinig aan gedaan om de vakbeweging te betrekken in het opbouwbeleid. Hij wil daarom “nu eerst een plan zien waarin duidelijk wordt wie eigenlijk met wie solidair moet zijn”. Maar als de regering met zo'n plan komt “staat de deur naar de IG Metall voor haar open”, zei Steinkühler.

Steinkühlers bond en andere Duitse vakbonden hebben dit weekeinde opgeroepen om de democratie tegen rechtsradicale gevaren te verdedigen. De miljoenen vakbondsleden moeten in “het dagelijkse gevecht” tegen extreem rechts geweld “meer burgerlijke moed en medemenselijkheid” tonen. Net zo'n oproep heeft de Duitse evangelische kerk (EKD) afgelopen weekeinde gedaan. De EKD en de grote vakbonden vragen om snelle politieke actie aangaande het asielrecht. Maar zij zijn tegen wijziging van de grondwet, zoals naast de CDU/CSU nu ook de SPD-top rondom partijvoorzitter Björn Engholm heeft voorgesteld. In het woedende debat daarover binnen de SPD heeft DGB-voorzitter Meyer zich intussen opgesteld achter Engholm, wat hem op het congres van de IG Metall op scherpe kritiek kwam te staan.

    • J.M. Bik