Bijstandsvrouwen

Heikelien Verrijn Stuart noemt het verhalen van bijstand bij gescheiden vrouwen terecht een inbreuk op de privacy (NRC Handelsblad, 2 oktober).

Maar hoe dan wel? We hebben met ons allen ons mooie sociale systeem gecorrumpeerd: de rijken door de belastingdienst te tillen, de armen door de regels van de sociale dienst wat vrijmoedig te interpreteren. Zolang de bijstand is zoals nu, zal er gecontroleerd moeten worden op persoonlijke levensomstandigheden. Een ander systeem dus, bijvoorbeeld iedere Nederlander vierhonderd gulden en verder niets? Dan komen de mensen die het echt nodig hebben onder de wielen.

Verrijn Stuart schrijft over vrouwen die tijdens haar huwelijk niet konden werken of door gebrek aan opleiding geen betaald werk kunnen vinden. Van alle jonge stellen die ik ken, werken beide partners. Ook als er een kind komt, probeert de vrouw manmoedig door te blijven werken omdat de inkomensachteruitgang anders zo groot is. De kranten staan vol met advertenties voor ongeschoold werk: schoonmakers, verkopers, vakkenvullers, krantenbezorgers, fabriekswerk, kantoorpersoneel. En wie bijgeschoold wil worden vindt een keur van cursussen bij het Arbeidsbureau, dat grote moeite heeft voldoende cursisten te vinden. Natuurlijk zijn er vrouwen die het lichamelijk en geestelijk niet aankunnen om naast de kinderen nog een zware baan te hebben. Maar wie dat wel kan, zou vindingrijk kunnen zijn: bijvoorbeeld gaan samenwonen met een vriendin en de zorg voor de kinderen samen delen. Of oma inschakelen. Of het regelen met de buren. En dan gaat het er niet om of bijstandsvrouwen slecht zijn als ze hun best niet doen, maar omdat het gezond is om niet bij de pakken neer te zitten. Juist na een mislukte relatie is het goed voor je gevoel van eigenwaarde om aan de slag te gaan. Op die manier komt er ruimte om mensen die echt niet kunnen, beter te helpen. En laat de overheid nu eens over de brug komen met een goede regeling voor kinderopvang.

    • Manuel Straub