AMBASSADEUR VAN DE LANGE AFSTAND

Marti ten Kate heeft lang getwijfeld op welk onderdeel hij de wereldtop het dichtst zou kunnen benaderen: op de marathon of de tienduizend meter. Op de Olympische Spelen in Seoul liep hij beide afstanden, in Barcelona geen van beide. Gisteren voltooide hij zijn eerste marathon sinds een jaar. “Nog nooit liep ik de eerste veertig kilometer zo ontspannen.”

Marti ten Kate liet zich vanaf de 35ste kilometer naar de finish glijden. Hij liep alleen aan kop, hij liep heerlijk. Zo ontspannen had hij nog nooit kunnen lopen in de slotfase. In de tweede helft van de Marathon van Eindhoven was hij twee Zambianen met een aantal tempoversnellingen kwijtgeraakt. Hij wist zich zeker van de zege in zijn eerste grote krachtproef sinds in 1990 op het Europees kampioenschap zijn lichaam had uitgeput.

Hij had alles onder controle, totdat zijn begeleider op de motor opeens begon te roepen: “Verrek, er komt een Pool aan. Alles of niets.” Uit het niets, uit het achterveld verscheen geen Pool, maar een Engelsman die zijn eerste marathon liep. Andy Green verraste zichzelf en Ten Kate, die zo ontspannen voortschreed dat hij niet meer kon omschakelen en aanklampen. Ten Kate had de wedstrijd van de Zambianen gewonnen, maar de race om de eerste plaats verloren.

Ten Kate is een duizendpoot op de lange afstanden. Hij was de specialist op de halve marathons of wedstrijden over twintig kilometer. Met zijn kenmerkende kromme loopstijl won hij in 1990 in Egmond en in Alphen. Hij won dat jaar de City-Pier-City-loop met een minuut voorsprong, terwijl hij het laatste stuk rustig aan deed. Daarbij maakte het niet uit dat het leek alsof hij niet efficient liep. Zijn benen slingerden zich met een schroefbeweging om elkaar heen. Vooral zijn rechtervoet wikkelde hij teveel naar binnen af. Maar het ging goed, er was geen reden om iets te veranderen. “Het is mijn natuurlijke loopstijl. Daar zijn mijn spieren en pezen op afgesteld.”

Ook in zijn programma verliep alles voorspoedig. Op de olympische afstanden, de echte kampioenschappen, wilde hij lange tijd niet kiezen. Hij kreeg daarom het verwijt teveel hooi op zijn vork te nemen. “Ik had de luxe dat ik kon kiezen”, zegt hij laconiek. Ten Kate deed altijd wat hij voelde dat zijn lichaam kon verdragen. En dat was veel. Hij ging naar de Olympische Spelen in Seoul voor de marathon en kwam uit op een vijftiende plaats. Geheel onvoorbereid eindigde hij daarna op de tien kilometer zelfs nog zes plaatsen hoger.

Het jaar daarop begon het grote werk, de doorbraak naar de top. Hij zette in 1989 in Rotterdam een persoonlijk record neer van 2.10,04. Hij leek toen de man die de prestaties van Gerard Nijboer zou kunnen verbeteren. Maar in 1990 mislukte eerst een aanval op het Nederlands record (2.09,01) dat Nijboer in 1980 had gelopen. Daarna kwam de tegenslag op het Europees Kampioenschap in het Joegoslavische Split. Het was daar te warm, het parcours was te zwaar en hij verloor 6,5 liter vocht, twaalf procent van zijn lichaamsgewicht.

Het kostte hem een jaar om van die aanslag te herstellen. En hij besloot niet meer in de hitte te starten, omdat zijn lichaam dat niet aankon. Het WK in Tokio in 1991 en de spelen in Barcelona vond hij veel te warm voor ruim 42 kilometer. Op de tien kilometer werd hij in Tokio veertiende, voor Barcelona wist hij zich niet te plaatsen.

Omdat hij bovendien, voor het eerst in zijn carri'ere, last kreeg van een spierblessure liep hij in 1991 slechts een volledige marathon, in New York. In de Nederlandse uitslagenlijsten draaide het om Bert van Vlaanderen, Tonnie Dirks en John Vermeule.

Daarom wilde de 33-jarige atleet uit Hengelo gisteren bewijzen dat hij nog altijd kan presteren op de lange afstand. Dat hij nog bij de beste drie in Nederland hoort. Want hij heeft de zekerheid dat de komende jaren de belangrijke kampioenschappen in 'normale' plaatsen worden gehouden met Nederlandse temperaturen. Het WK 1993 in Stuttgart, het EK 1994 in Gothenburg, het WK 1995 in Helsinki. Zijn leeftijd is voor de marathon geen bezwaar. De Portugees Carlos Lopez was al 38 toen hij in Rotterdam de derde tijd ooit liep.

Ten Kate kondigde aan dat hij zich de komende vier jaar op de marathon zal richten. Niet op lucratieve wedstrijden in de Verenigde Staten, maar op de kampioenschappen. “Die zijn het mooist. Pure wedstrijden zonder haas, zonder tempomaker. Als je niet eerst een limiet moest lopen om daarin te mogen uitkomen, liep ik alleen maar kampioenschappen.”

Het schoonheidsfoutje in de laatste kilometers in de Eindhovense binnenstad bracht Ten Kate niet aan het twijfelen over zijn vorm. Hij kwam volledig uitgeput over de finish en zocht proestend en hijgend eerst steun bij de dranghekken en daarna op een bankje. Maar hij herstelde zich binnen twee minuten en verklaarde tevreden te zijn. De tijd van 2.15.39 is ook geen indicatie voor zijn werkelijke kunnen. “Het is niet reëel om tijden op de marathon met elkaar te vergelijken. Je kan ook zeggen dat ik met deze tijd in Barcelona zestiende was geworden, e'e'n plaats achter Van Vlaanderen. En met deze vorm had ik in een sterker veld, met meer mensen om me heen, misschien wel 2.12,30 gelopen.”

Om zich te plaatsen voor Stuttgart moet Ten Kate onder de 2.12,30 lopen of Nederlands kampioen worden. Een van die twee doelstellingen hoopt hij in het voorjaar in Rotterdam te halen, waar hij van de overige deelnemers meer steun heeft te verwachten dan in Eindhoven.

Hij hoopt zijn snelheid nog te kunnen opvoeren. Nog altijd heeft hij last hij van de nasleep van zijn hamstringblessure. “Ik durf nog steeds niet op de baan te trainen. De snelheid ontbreekt daardoor, maar ik heb nog nooit zo goed duurloop getraind als nu. Ik heb de eerste veertig kilometer nog nooit zo ontspannen gelopen.”

Ten Kate combineert zijn sport met een volledige baan als computerprogrammeur voor HSA in Hengelo. De honderdvijftig trainingskilometers per week legt hij daarom 's ochtends vroeg en in de middagpauze af. Het gaat niet zo goed met HSA, dat voor een deel van zijn omzet afhankelijk is van opdrachten van de defensie-industrie. HSA heeft de laatste jaren banen moeten inleveren. Maar Ten Kate kunnen ze nog niet missen, zegt hij lachend. Om er meteen aan toe te voegen: “Het valt niet mee, die ontslagen. Ik had niet gedacht dat het me emotioneel zoveel zou aangrijpen. Maar iemand van mijn afdeling moest er ook uit. Mensen die het bedrijf groot hebben gemaakt, moeten weg. Dat doet pijn.”

De huidige marathontop in Nederland wordt nog niet bedreigd door aanstormend talent. “De nieuwe generatie laat wel erg lang op zich wachten”, zegt Ten Kate. Hij vindt het onzin dat de Nederlandse coaches hun jonge pupillen beschermen tegen de marathon. “Ze zeggen voorzichtig te zijn. Maar die jongens mogen best wat eerder met de langere afstand beginnen.”

Ten Kate toont zich in ieder geval een onvermoeibare ambassadeur van zijn discipline. “Waarom loop je op die schoenen en niet op het type dat ik aan heb”, wil een jonge toeschouwer weten. “Dat is een trainingsschoen”, legt hij glimlachend uit. “Deze is wat lichter. Een wedstrijdschoen.” En even later deelt hij zijn zoveelste handtekenig uit aan een blozend meisje.