Algemene Beschouwingen 1992

Voor het eerst in tien jaar hoeft bij de Algemene Beschouwingen deze week niet meer het financieringstekort centraal te staan. Wel moet de staat volgend jaar nog zo'n 20 miljard gulden lenen, zodat de staatsschuld opnieuw groter wordt, maar gelukkig groeit de Nederlandse economie iets sneller, zodat de verhouding tussen staatsschuld en bruto nationaal produkt gaat dalen. Aangezien intussen de EG al duidelijk heeft gemaakt dat Nederland slaagt voor het toelatingsexamen tot de Europese Monetaire Unie, kan daarmee het financieringstekort voorlopig verschuiven naar het tweede plan. Het is te hopen dat die geringere aandacht voor het tekort ook te zijner tijd geldt voor het volgende regeerakkoord, omdat bedrijven en belastingbetalers nu meer hebben aan betrouwbare afspraken over de uitgaven van de overheid en vooral ook over de belastingtarieven (politici opgelet: de belastingtarieven zijn van belang voor de belastingbetalers, niet zo'n mistig achteraf berekend begrip als de lastendruk). Bij een verantwoord vierjarenplan voor uitgaven en belastingtarieven kan het financieringstekort dan nuttig dienen voor het opvangen van de mee- en tegenvallers.

Daarmee komt spreektijd vrij voor andere onderwerpen. Het parlement hoeft zich niet meer wanhopig te buigen over de vraag waar nog kan worden bezuinigd, maar kan in meer rust doorgronden of het rijk de ontvangen 200 miljard per jaar wel verstandig besteedt. Hier volgen twee suggesties voor het debat van deze week, die ook niet te maken hebben met de grote totalen, maar kunnen helpen bij een betere aanwending van al dat belastinggeld.

Sinds het opstellen van de Miljoenennota voor volgend jaar is de lange rente in Nederland met meer dan een half procent gedaald. Goed nieuws voor huizenbezitters die hun hypotheek moeten verlengen, maar ook goed nieuws voor ons allemaal wegens de lagere rentelast op de staatsschuld. In de komende twee jaar moet minister Kok 95 miljard gulden lenen, deels door de financieringstekorten, maar vooral door het aflopen van uitstaande staatsschuld. Omdat Kok sinds twee jaar - in tegenstelling tot zijn voorganger Ruding die soms roekeloos optimistisch was - uitgaat van de neutrale prognose dat de rente blijft hangen op de meest recente waarde, zullen de ambtenaren nu inboeken dat de rente op die 95 miljard gulden ons 500 miljoen gulden per jaar minder gaat kosten. Laat dat nu meer dan voldoende zijn om de grootste schande van het WAO-besluit van vorig jaar ongedaan te maken, namelijk de bevriezing van de uitkeringen aan WAO'ers onder de vijftig jaar. Er blijft zelfs royaal geld over voor betere computers om de gegevens van belastingdienst, sociale diensten, arbeidsbureaus en bedrijfsverenigingen met elkaar te vergelijken en eindelijk eens op te schieten met het bestrijden van fraude met uitkeringen. Ook na 1994 latere jaren kan het rijk heel comfortabel een deel van het uitgespaarde geld op de staatsschuld gebruiken om de rechten van WAO-ers op correcte wijze te laten stijgen met de inflatie.

De parlementariërs zouden zich ook nog kunnen uitspreken over twee aspecten van de moord op het Leeuwarder Gymnasium die van meer dan lokaal belang zijn. In deze krant beschreef Marc Chavannes al hoe moeilijk het is voor een grote groep ouders om toestemming te krijgen voor het oprichten van een nieuwe school. Op eigen kosten organiseerden de ouders een enquête om na te gaan wat het bestaansrecht zou zijn van een nieuw op te richten algemeen bijzonder gymnasium in Leeuwarden.

Enquêteformulieren gingen uit naar alle basisscholen in Leeuwarden en omgeving om de behoefte te peilen. Wethouder mevrouw Vlietstra (PvdA) belegde toen een vergadering met de directeuren van de openbare basisscholen, waarna het overgrote deel weigerde om mee te werken aan de enquête. Zo werd de reikwijdte van de enquête geringer, en daarvan maakten burgemeester en wethouders dankbaar gebruik toen uit de enquête bleek dat de ondervraagde ouders in de verhouding van vijf op één de voorkeur gaven aan een zelfstandig gymnasium boven een brede scholengemeenschap. Burgemeester en wethouders reageerden eenvoudig door erop te wijzen dat de openbare basisscholen in Leeuwarden niet hadden meegedaan aan de enquête die daarom niet representatief mocht heten.

De initiatiefnemers voor een algemeen bijzonder gymnasium in Leeuwarden vonden niet alleen de wethouder maar ook de staatssecretaris op hun pad. Behalve de door Chavannes besproken bestuurlijke hindernissen, aarzelt Wallage ook niet om financiële belemmeringen te construeren. In de Tweede Kamer vroeg hij zich af of aanvragers voor een nieuwe school niet flink zouden moeten betalen voor het recht om hun plannen te laten beoordelen door het ministerie van onderwijs. Eerst zien de ouders dus hun zelf bekostigde enquête gesaboteerd door de wethouder, daarna wil haar partijgenoot het liefst geld zien voordat een ambtenaar begint aan de tijdrovende en subtiele klus om het geschatte aantal toekomstige leerlingen (470) te vergelijken met de norm (355).

Tenslotte maken niet alleen deze regenten, maar ook de begrotingsregels het oprichten van een nieuwe school extra moeilijk. Het ministerie van onderwijs bevoordeelt namelijk grote scholen op twee manieren. Ten eerste erkent het ministerie dat brede scholengemeenschappen meer personeel nodig hebben door de "complexiteit van deze schoolorganisaties'. Je vraagt je af wat dan de organisatorische voordelen van almaar grotere scholen zijn, maar in ieder geval vergoedt het ministerie volledig de kosten - niet voor meer docenten maar voor extra administrateurs. Wallage gaat zelfs nog verder en hanteert normen die neerkomen op jaarlijkse kado's voor de allergrootste scholen. Die mogen voor de eerste drie jaren van het voortgezet onderwijs een wat gunstiger fictieve klassegrootte hanteren dan bijvoorbeeld de zelfstandige gymnasia.

Maar wat is nu het beste recept voor goed onderwijs? Een overzichtelijk team van docenten dat zich inzet voor een herkenbare eigen identiteit van de school, of een zware hiërarchie die op afstand een mega-school beheert? Wij hoeven ons dat niet in den blinde af te vragen, want er is onderzoek naar gedaan ("The Public Interest', nr. 90, 1988) en daaruit blijkt dat in scholen teams beter werken dan hiërarchieën. De directie van een scholengemeenschap in hetzelfde Leeuwarden schrijft dan ook over het risico dat een superschool "te massaal en onpersoonlijk wordt voor de beoogde leeftijdsgroep'. De directeur van een Leeuwarder Mavo waarschuwt de gemeente tevergeefs dat "veel mensen kiezen voor een kleinschaliger onderwijsaanbod'.

Ook de onderwijskundige logica van het ministerie van onderwijs is zo langzamerhand knap onduidelijk. Enerzijds wil men met alle geweld grote scholen zodat leerlingen gemakkelijker kunnen wisselen, anderzijds kondigde minister Ritzen aan dat hij geld wil besparen door leerlingen te ontmoedigen na de MAVO nog een HAVO-diploma te proberen, of na de HAVO op te gaan voor het VWO-examen. Driehonderd miljoen gulden hopen Ritzen en Wallage te besparen in 1995 door de route van MAVO naar HAVO of HAVO naar VWO minder begaanbaar te maken.

Fijn dat de financiële woordvoerders nu minder tijd nodig hebben voor doorwrochte beschouwingen over het financieringstekort. Misschien kan daarom financieel specialist Melkert (politieke vriend van wethouder Vlietstra en staatssecretaris Wallage) in zijn toespraak een citaat verwerken uit het artikel dat hij schreef bij een jubileum van zijn eigen gymnasium: "Vanuit praktische ervaring worden de voordelen van kleinschaligheid gewaardeerd'.

    • E.J. Bomhoff