ALEXANDER POLA 1914 - 1992; Sardonische hofnar

Alexander Pola, die vanochtend op 78-jarige leeftijd in zijn Amsterdamse huis is overleden, heeft zich zijn leven lang kleiner gemaakt dan hij was - altijd als eerste bereid om vraagtekens te zetten bij de kwaliteit van zijn werk en steeds doordrongen van de vluchtigheid. Wat hij schreef, was niet bedoeld voor de eeuwigheid, maar om één keer te worden uitgezonden. Decennia lang was hij de betrouwbare tekstleverancier voor honderden radio- en tv-programma's. Bij zijn 75-ste verjaardag zei hij zich te verbazen over het feit dat hij niet allang door jongere collega's was verdrongen.

Als jongetje droomde Bram Polak van een carrière als acteur. Hij noemde zich Alexander Pola omdat zijn eigen naam op de affiches niet “exotisch” genoeg zou staan. In 1935 trad hij als volontair toe bij het Vereenigd Rotterdamsch- Hofstad Tooneel, maar in 1941 moest hij “wegens een overdosis aan niet-arische grootouders” onderduiken en na de oorlog was hij als toneelspeler vergeten.

Bij toeval belandde Pola bij de radio, eerst alleen als hoorspelacteur, maar al snel werd hij betrokken bij de opzet van Negen heit de klok, het amusementsprogramma van de KRO. Samen met Jan de Cler schreef hij daar zijn eerste teksten. Zodra in Hilversum bekend was dat Pola in staat was snel, vakkundig en op de actualiteit inspelend materiaal te schrijven, klopten ook bijna alle andere omroepen aan zijn deur.

Als vertolker van zijn eigen teksten werd hij het meest bekend door de NCRV-serie Farce Majeure in de jaren zestig en zeventig, dat vooral door zijn invloed een voortrekkersrol kreeg in de milieu-satire: “Morgen zullen water en lucht nog ernstiger verontreinigd zijn dan vandaag.” Pola's humor, tot dan toe vooral minzaam ironisch, kreeg in die tijd een sardonisch karakter. Hij schaarde zich nadien ook nadrukkelijk aan de kant van de anti-kernwapenbeweging. Vanaf 1980 schreef hij, samen met Chiem van Houweninge, de VARA-serie Zeg 'ns Aaa, waarin hij zijn engagement op speelse wijze verwerkte door controversieel geachte ideeën op te voeren alsof ze vanzelfsprekend waren en daarmee een praktisch voorbeeld van tolerantie te geven. Vorig jaar nam hij om gezondheidsredenen afscheid van de serie-produktie.

Al zijn woordspelingen en andere taalkundige spitsvondigheden onttrokken Pola's serieuze betrokkenheid vaak aan het oog. Maar in zijn recente bundel De taal der dingen bleek duidelijk waar hij stond. “Alexander Pola is geen grapjas,” schreef Kees Stip in het voorwoord. “Hij is een vechtjas.” Pola verpakte zijn grimmigheid in aforismen als: “De brutalen hebben de halve wereld en de dommen geven hun er nog een stukje bij.” Of: “In de confessionele politiek moet het geloof zetten verbergen.” Hij zei dat hij “eigenlijk altijd een soort hofnar” is geweest, maar voegde eraan toe: “Ik geloof toch dat de hofnar de koning een keer aan het denken kan zetten. Dat is wat ik er altijd maar van blijf hopen: dat er toch iets van blijft hangen.”