Vrachtschip Crna Gora is nergens welkom

ROTTERDAM, 10 OKT. Voor de kust van Hoek van Holland, net buiten de territoriale wateren, ligt al meer dan vier weken de bulkcarrier Crna Gora voor anker, met een vracht van 65.000 ton kolen. Het schip mag de haven van Rotterdam niet in wegens de economische boycot die de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op 30 mei uitsprak over Servië-Montenegro. Ook in andere havens is het schip niet welkom zolang de banden met de Federale Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) niet zijn doorgesneden. De bemanning kan niet worden vervangen zolang het ministerie van justitie geen visa verstrekt.

Volgens havenarts G.J.A. Suykerbuyk lijdt de bemanning, die al langer dan vijf maanden op zee is, aan ernstige stressverschijnselen. Eén bemanningslid zou volgens Anton Muk, kapitein van de Crna Gora, een poging tot zelfmoord hebben gedaan.

Volgens een woordvoerder van Justitie moeten visumaanvragen worden afgewezen. “Het verstrekken van een visum is een vorm van dienstverlening die niet is toegestaan volgens de sanctiebepalingen van de VN.”

Ook het vrachtschip Radnik, dat in de buurt van de Crna Gorna voor anker ligt, heeft problemen met de boycot. Volgens Justitie heeft het geprobeerd in Vlissingen de bemanning van 18 man te laten wisselen, maar dat is geweigerd. De eigenaar van de Radnik probeert nu via een kort geding toegang tot de haven van Antwerpen te krijgen.

W. Rensem van EMO-terminal, waar de Crna Gora zijn lading oorspronkelijk zou lossen, is bezorgd over de vracht van Colombiaanse kolen, die kan gaan broeien en mogelijk exploderen. “We hebben hier op de kade de ervaring dat het zo'n vijf weken duurt voordat een grote stapel kolen ontbrandt.” A. van der Veen van het European Centre for Coal Specimens acht die kans in een afgesloten ruim echter gering: “Voor zelfontbranding moet er zuurstof van buiten bijkomen. Wel kan de lading gaan broeien, dat is een vorm van langzame verbranding waarbij de kolen snel in waarde dalen.”

Pag 2: Schip alleen lossen bij een gevaarlijke situatie

Het vrachtschip mag volgens een woordvoerder van de Economische Controle Dienst (ECD), die toeziet op naleving van de sancties, de lading in Rotterdam lossen wanneer er een gevaarlijke situaties ontstaat. In dat geval wordt dezelfde procedure gevolgd als rond de Skadarlija, die in de Amsterdamse haven een lading veevoeder kon lossen en vervolgens aan de ketting ging. De veiligheid van het schip is verder de verantwoordelijkheid van de gezagvoerder. “Ons standpunt is eenvoudig: er wordt niet gelost er er wordt niet geloodst zolang de banden met Servië-Montenegro niet zijn doorgesneden.”. Wel mag het schip bevoorraad worden met proviand en medicijnen.

De Crna Gora vaart onder Maltese vlag. Advocaat mr. A.J. van Steenderen, die de eigenaren van het schip vertegenwoordigt, zegt dat de 500 aandelen van het bedrijf in handen zijn van een Liberiaanse vennootschap en van een Joegoslavische particulier. De band met Servië-Montenegro zou zeer dun zijn. De ECD meent echter dat het schip uiteindelijk gecontroleerd wordt door de firma Jugoslavenska Oceanska Plovidba in Montenegro.

Van Steenderen heeft inmiddels drie gerechtelijke procedures verloren. Hij zegt erop te vertrouwen de zaak uiteindelijk toch te winnen. “De tegenpartij heeft op geen enkele manier bewezen dat de economie van Servië en Montenegro profiteert van de Crna Gora. De eigenaar zal een forse schadeclaim eisen.” Een hoger beroep zal tenminste twee maanden in beslag nemen. “Maar de bedoeling blijft in de haven van Rotterdam aan te lopen”, aldus Van Steenderen.

Voor kapitein Anton Muk en zijn bemanning van 24 koppen is dat een schrale troost. Muk zei gisteren over de marifoon “er helemaal niets meer van te begrijpen”: “We dachten hier twee of drie dagen te liggen, maar het duurt nu al meer dan een maand. Er is ons belooft dat de nieuwe bemanning nu snel aan boord kan komen, maar dat horen we ook al een maand. Het schip is voor ons een gevangenis.” De dieselvoorraad voor de verwarming en elektricteitsvoorziening zou bijna op zijn.

Afgelopen vrijdag mocht de Crna Gora van proviand worden voorzien. Havenarts G.J.A. Suykerbuyk onderzocht de bemanning en liet drie man van boord halen. Meer mensen kan Muk naar eigen zeggen niet missen, omdat hij dan onder de minimale bezetting komt. Volgens Suykerbuyk lijdt de bemanning aan stressverschijnselen: “Ik heb een aanbeveling gedaan om ze zo snel mogelijk van boord te halen. Er zijn psychosomatische klachten: slapeloosheid, gebrek aan eetlust, maagklachten en hoofdpijn. Er onstaan onderlinge ruzies. Als dat nog lang doorgaat, maak ik me ernstige zorgen over wat er aan boord gebeurt.”

    • Coen van Zwol