VN-bureau toetst het drugbeleid van Nederland

DEN HAAG, 10 OKT. Een vier man sterke delegatie van de International Narcotics Control Board (INCB) van de Verenigde Naties komt van 19 tot en met 21 oktober naar Nederland om het drugbeleid te toetsen aan internationale regels. Het ministerie van WVC heeft de delegatie uitgenodigd.

Nederland ondertekende in 1964 het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen van 1961. Het liberale hennepbeleid, waarbij met name het gebruik van soft drugs wordt gedoogd, zou in strijd zijn met dit verdrag. Over de VN-missie worden officieel geen mededelingen gedaan, maar betrokkenen verwachten dat de regering na afloop van het bezoek de dringende boodschap krijgt dat Nederland zich moet houden aan het in 1964 ondertekende verdrag.

H. Schaepe, secretaris van de in Wenen gevestigde INCB en lid van de delegatie, ontkent dat er een bijzondere aanleiding is voor het bezoek aan Nederland. “We komen kijken wat de effecten zijn van het drugbeleid, met name in relatie tot andere Europese landen”, aldus Schaepe. In 1982 kwam de INCB voor het laatst naar Nederland, naar aanleiding van de gelegaliseerde verspreiding van cannabis in een jongerencentrum. Het resultaat van die missie was volgens Schaepe dat er een einde aan die praktijk kwam. Het betrof de vrije verkoop van soft drugs in jongerencentrum De Kokerjuffer in Enschede, die vooral op bezwaren stuitte van de regeringen van Zweden en West-Duitsland.

Op de eerste dag heeft de INCB-delegatie op het ministerie van WVC een onderhoud met de ministers Hirsch Ballin (justitie) en d'Ancona (WVC). 's Avonds volgt een diner met Hirsch Ballin. Op de tweede dag staat in Amsterdam een gesprek met burgemeester Van Thijn, politiecommissaris Nordholt en hoofdofficier van justitie Vrakking op het programma. De delegatieleden spreken in Den Haag met de vaste Kamercommissie voor volksgezondheid en justitie. De laatste dag brengen de delegatieleden in Rotterdam door. Zij bekijken in de haven hoe containers op aanwezigheid van drugs worden gecontroleerd en brengen een bezoek aan de stichting Odyssee, die zich bezighoudt met hulp aan drugverslaafden.

R.J. Samsom, plaatsvervangend directeur-generaal volksgezondheid op het ministerie van WVC, verwacht dat de INCB-delegatie de regering kritisch zal ondervragen “over het liberale hennepbeleid hier te lande”. De topambtenaar pleitte enkele maanden geleden “in het belang van de volksgezondheid, de nationale rechtsorde en voor lagere en betere bestede collectieve lasten” voor een legalisering van produktie en gebruik van soft drugs. Met legalisering zou de huidige feitelijke situatie volgens hem worden gestabiliseerd. De hennepteelt in Nederland - zowel die voor legale doeleinden (gebruik van zaad als voer voor vogels en van de plant als windkering of produktie van touw) als illegale (koffieshops) - moet volgens Samsom “als strijdig met het VN-verdrag van 1961 worden gekwalificeerd”.

Als Nederland ervoor kiest aan te sluiten bij de internationale rechtsorde zullen de straffen op produktie en gebruik van soft drugs omhoog moeten en zal de repressie toenemen, aldus Samsom. Dat leidt volgens hem onder meer tot een onverzadigbare behoefte aan politie, rechters en gevangenissen.

    • Ward op den Brouw