Twijfel aan Miljoenennota na jongste cijfers Planbureau; "Vasthouden aan de ijkpunten van het regeerakkoord'

DEN HAAG, 10 OKT. De verwarring in politiek Den Haag is groot. Wat is de Miljoenennota 1993 na de jongste CPB-berekeningen nog waard? Op korte termijn kijkt men echter eerst en vooral naar de sociale partners. Een loonstijging van 5 procent was al uit den boze, maar dat geldt nu ook voor een stijging met 4 of 3 procent. Premier Lubbers deed gisteravond dan ook een dringend beroep op de centrale organisaties van werkgevers en werknemers om, eindelijk, knopen door te hakken.

Volgens de VVD tonen de jongste CPB-cijfers eens te meer aan dat de begroting “op drijfzand is gebouwd”. Waarbij R.W. de Korte, financieel specialist in de Tweede Kamer, opmerkt dat naar zijn inzicht het financieringstekort in 1993 toch al 1,5 tot 2 miljard gulden hoger zou uitvallen dan het kabinet raamt. Als het CPB nu raamt dat het tekort door tegenvallers nog eens 4 miljard gulden hoger uitvalt, dan is het hek van de dam.

Voor het CDA staat een ding voorop: de normen moeten worden gehandhaafd. “Dat is een typisch CDA-standpunt”, zegt financieel fractiespecialist in de Tweede Kamer G.H. Terpstra. Handhaving van de tekortnorm betekent dat er mogelijk in 1993 drie tot vier miljard gulden moet worden bezuinigd.

Het PvdA-Kamerlid Ad Melkert, financieel specialist van zijn fractie, dringt net als Lubbers aan op centraal overleg van werkgevers en werknemers, met wat hem betreft de overheid erbij. “Juist de werkgevers zouden het belang moeten inzien van een brede loonmatiging, terwille van de export en de winsten. Daarom moeten ze nu aan tafel gaan zitten.”

Melkert neemt de jongste CPB-cijfers, hoewel ze nog onzeker zijn en het Planbureau pas over een maand met volledig herziene prognoses komt, wel degelijk serieus. “Je moet natuurlijk oppassen dat prognoses niet veranderen als dagnoteringen op de beurs. Maar wat het CPB nu aan berekeningen laat zien geeft aan dat ten opzichte van de aannames in de Miljoenennota veel is veranderd,” zegt hij. Eventuele bezuinigingen wil de PvdA echter niet toespitsen op het jaar 1993. “We moeten de jaren 1993 en 1994 in hun samenhang zien.”

Melkert waarschuwt voor de “amechtige sfeer” die nu naar zijn mening dreigt. “Dit is gefundenes Fressen voor begrotingsspeculanten,” zegt hij. “Het kabinet moet op het geëigende moment zijn consequenties trekken. Je moet niet voortdurend nieuwe beslissingsmomenten inbouwen.” Toch is hij van mening dat het kabinet “voor het eind van het jaar de balans moet opmaken”.

En als het financieringstekort en de collectieve lastendruk uitkomen boven de normen van het regeerakkoord van 1989, wat dan? Melkert: “We moeten vasthouden aan de ijkpunten van het regeerakkoord. De collectieve lastendruk mag niet stijgen en het tekort moet worden teruggebracht tot het niveau van de norm van de Europese Monetaire Unie.”

Net als Zijlstra vindt Melkert het “niet zinvol” om vooruit te lopen op eventuele bezuinigingen. “In 1992 was sprake van meevallers. Die ijlen misschien in 1993 nog wat door. Maar daar staat tegenover dat tegenvallers in 1993 weer in 1994 naijlen. Daarom vind ik dat je die twee jaren in elkaars verlengde moet bezien. Dat vergt wel dat je de besluitvorming over '94 naar voren haalt.”

Als de inflatie volgend jaar niet op 3,75 procent uitkomt maar op 2,25 procent, dan ligt het voor de hand dat de uitkeringen en de salarissen van de ambtenaren minder stijgen dan nu wordt voorzien. Melkert: “Een bijstelling staat voluit ter bespreking, zij het pas in de loop van het komende jaar. De nieuwe cao voor de ambtenaren gaat per april in, de uitkeringen worden per 1 juli opnieuw vastgesteld.” Zo'n aanpassing vergt echter dat de marktsector als “hefboom” fungeert. Melkert: “Als de marktsector zich matigt komt een matiging binnen de collectieve sector vanzelf in zicht.”

Kunnen de fiscale maatregelen waarmee het kabinet de koopkracht van de minima verdedigt nu niet worden afgelast? Melkert vindt dat op dit moment niet aan de orde. “De ontkoppeling en de fiscale maatregelen hangen samen, ze zijn het resultaat van ingewikkelde politiek. Als je de fiscale maatregelen weglaat werkt dat denivellerend. Dat moet je niet doen.”

Wat de PvdA betreft en ook premier Lubbers, zijn nu eerst en vooral de sociale partners aan zet. In 20 procent van de bedrijven is er al een nieuwe cao, en de gemiddelde loonstijging bedraagt in die cao's ruim 5 procent. Melkert: “Dat is meer dan we ons kunnen veroorloven, dat staat als een paal boven water. Zo'n reële vooruitgang is echt buiten proporties.”

Maar hoe krijg je de vakbonden op de matigingslijn? Melkert: “Dat vereist dus centraal overleg.” Zou een loonmaatregel van de overheid eigenlijk niet wenselijk zijn? Melkert: “Ik durf het bijna niet te zeggen, omdat in onze kring hierover genuanceerd wordt gedacht, maar je zou kunnen kiezen voor de indirecte weg. De overheid zou kunnen besluiten om cao's die in strijd zijn met het algemeen belang niet algemeen verbindend te verklaren.”

Binnen de Sociaal Economische Raad wordt die optie echter van de hand gewezen. Melkert: “Dat betekent dus dat de sociale partners hun eigen verantwoordelijkheid moeten dragen.”

Toen in 1982 het eerste kabinet-Lubbers met een loonmaatregel dreigde werden werkgevers en werknemers het snel eens over een forse loonmatiging. Is dat nu niet mogelijk? Melkert: “Kok onderhandelde toen namens de FNV. Ik weet heel zeker dat hij niet is vergeten hoe dat toen gegaan is.”

    • Kees Calje