Turkije vreest vorming van onafhankelijk Koerdistan

ANKARA, 10 OKT. Turkije vreest dat de Iraakse Koerden met de vorming van een federaal Koerdistan in Noord-Irak, waartoe het Koerdische "parlement' zondag had besloten, in feite naar onafhankelijkheid streven. Zo'n ontwikkeling accepteert Turkije niet, alleen al gezien de onrust die dat teweeg zou brengen onder de eigen Koerdische bevolking. Bovendien voelt Ankara zich verantwoordelijk voor de andere nationale en religieuze minderheden die Noord-Irak bevolken: de Turkmenen, de Arabieren en de Assyriërs.

Een desbetreffende verklaring van de Turkse regering maakte eerder deze week een einde aan de onrust die in politieke kringen in Ankara was ontstaan nadat het parlement in het de facto onafhankelijke Koerdische Noord-Irak had besloten te opteren voor een federaal Koerdistan binnen een verenigd, democratisch Irak. Koerdenleider Massoud Barzani voegde er dinsdag in een schriftelijke verklaring aan toe dat dat beslist niet betekent dat de Koerden zich willen losmaken van Irak, maar het kwaad was al geschied: Turkije, dat in het afgelopen jaar de Iraakse Koerden tot steun en toeverlaat is geweest, voelde zich enigszins bedrogen. Hadden de Koerdenleiders Barzani en Talabani Ankara immers niet steeds verzekerd dat zij streefden naar een verenigde Iraakse oppositie, als alternatief voor het bewind in Bagdad?

De vorming van een federaal Koerdistan ervaart Turkije als een nieuw en gevaarlijk geluid. De Iraakse Koerden maken nu de indruk wel degelijk uit te zijn op onafhankelijkheid. De toevoeging "binnen een verenigd Irak' lijkt meer een vernisje om Turkije en het Westen niet al te veel te alarmeren.

De Turkse premier Demirel heeft met Washington gebeld voor overleg, maar hij kreeg van Bush te horen dat deze het te druk had met de naderende presidentsverkiezingen om zich opnieuw te bezinnen op de ontwikkelingen in Noord-Irak. Demirel restte niets anders - gezien het publieke tumult over deze kwestie - dan zijn voltallige regering bijeen te roepen. En deze besloot de Iraakse Koerden de wacht aan te zeggen, ook al zijn diezelfde Koerden nu op uitdrukkelijk verzoek van Turkije in gevecht met de Koerdische Arbeiderspartij, de PKK, om deze organisatie uit Noord-Irak te verdrijven. Met name vanuit deze regio wordt de strijd voor een onafhankelijk Turks Koerdistan gevoerd.

De Turkse verklaring spreekt niet over eventuele maatregelen tegen de Iraakse Koerden als deze niet op hun voornemen terugkomen. Maar Ankara heeft genoeg wapens in huis om hen ervan te overtuigen dat een onafhankelijke koers ingrijpende repercussies zal hebben. Alle humanitaire en politieke steun die Noord-Irak wordt geboden loopt immers via Turkije. En met de winter voor de deur en een nieuw internationaal hulpprogramma op stapel, is die steun van levensbelang.

Bovendien moet eind dit jaar het mandaat van de geallieerde luchtmacht worden verlengd, die vanaf de vliegbasis Inçirlik aan de Turkse zuidkust waakt over de veiligheid van de Noordiraakse bevolking. Het Turkse leger is toch al niet zo gecharmeerd van de aanwezigheid van vreemde troepen op Turks grondgebied, terwijl ook de publieke opinie er steeds meer toe neigt te geloven dat onder het wakend oog van het Westen de Iraakse Koerden werken aan hun onafhankelijkheid. De onafhankelijksstrijd van de eigen Koerden zou daardoor alleen nog maar verder toenemen.

In conservatieve en nationalistische kringen leeft bovendien nog een ander idee, dat na afloop van de oorlog in het Golfgebied door president Turgut Özal werd geïnitieerd. De Turken hebben in 1926 met de nodige tegenzin de olierijke provincie Mosul - die in wezen staat voor heel Noord-Irak - weggegeven aan de Irakezen. Een wijziging van de territoriale grenzen van Irak betekent in hun ogen dat deze overeenkomst vervalt, waardoor Turkije als het ware de oude bezittingen terug kan claimen.

Turkije lijkt er niet op gebrand "Mosul' nu direct terug te eisen; Ankara streeft veeleer naar grotere invloed in deze regio, mede gezien het feit dat Ankara rekening heeft te houden met de gevoelens van de Turkmenen. Die leven grotendeels in Kirkuk, dat eveneens binnen de grenzen ligt van wat de Iraakse Koerden als een federale staat aanmerken. De Nationale Turkmeense Partij, die vanuit Ankara wordt geleid door Muzaffer Arslan, heeft al laten weten dat men Turkije graag als garant zou laten optreden. Zo'n rol heeft Koerdenleider Talabani Ankara deze zomer ook al aangeboden, maar dan voor heel Noord-Irak.

Premier Demirel zou slechts hebben geglimlacht toen Talabani hem dit voorstel deed. “Wat moet Turkije met een strook land dat economisch niet eens op eigen benen kan staan”, zegt Seyfi Ta shan, van het onafhankelijke Instituut voor buitenlandse politiek in Ankara. “Naast het onderontwikkelde Koerdische zuidoosten van Turkije zou het een extra last zijn op onze schouders. Ik zie niet in waarom we dat over onszelf zouden afroepen.”