Traan die teckel de kop kostte

Martin van Amerongen heeft de hele Westerse literatuurgeschiedenis met de scanner doorgeploegd voordat hij de zekerheid had dat Wij mannen niet huilen (gisteren op deze pagina). Maar eén mannetraan heeft hij in elk geval over het hoofd gezien, en die had in zijn toneelstuk over de Nacht van Schmelzer juist niet mogen ontbreken. Misschien valt één traan op één wang niet in de termen, maar een traan die de hele Nacht dramatiseert, en nog wel één van de premier om wie het allemaal ging, zou ik toch willen rekenen tot de historische relikwieën in de orde van het handtasje van Thatcher (British Museum) en het houten kunstgebit van George Washington (Smithonian).

Op de acht politieke verslaggevers die in de Nacht van Schmelzer de wacht hielden bij de "ministersuitgang' op het Binnenhof en enkele woorden wisselden met de naar buiten komende Cals, maakte die traan diepe indruk, maar op geen van allen zoveel als op Ed van Westerloo, de televisieverslaggever van "Brandpunt'. Of hij zich op dat moment al realiseerde welke historische gevolgen zijn waarneming zou hebben, weet ik niet. Maar uit wat hij daarover onlangs op een aan de Nacht gewijd symposium in de Akademie van Wetenschappen vertelde, blijkt dat die traan de ondergang van Schmelzer heeft ingeluid of het einde van de KVP, of misschien wel allebei. In ieder geval is het lot van Cals gewroken op de fractievoorzitter van de KVP, die zelf als Brutus de geschiedenis is ingegaan, met zijn onafscheidelijke "gladde teckel', waarmee hij jarenlang zijn politieke ballingschap heeft gedeeld.

Toen de zojuist afgedankte leider van het kabinet naar buiten kwam, stelde Van Westerloo hem enkele vragen, die de scherpzinnige Cals met het hem eigen cynisme beantwoordde. Op de vraag waar hij nu zijn tenten zou gaan opslaan (een relevante vraag aan iemand die zo onverstandig was geweest ook privé in het Catshuis zijn intrek te nemen), zei hij: “Dat zal wel de caravan worden”. Terwijl hij instapte om zich naar het Catshuis te laten rijden zag Van Westerloo bij Cals een traan over zijn wang lopen. Toen ging er iets door hem heen dat neerkwam op plaatsvervangende wraak (zijn sympathie ging toch al niet uit naar Schmelzer): Cals was door Schmelzer met een dolkstoot in de rug uit de weg geruimd, maar nu zou de koningsmoordenaar zelf aan de beurt komen.

Op het symposium bekende hij (vijfentwintig jaar ouder geworden, inmiddels tot de rang van directeur gestegen, dus geneigd de hartstochten van weleer tot jeugdzonden te relativeren) dat hij zich toen had voorgenomen in "Brandpunt' met Schmelzer af te rekenen. Schmelzer zou eraan gaan, aan het mes worden geregen. “Nu zullen we hem pakken.”

Van Westerloos verontwaardiging was de lont die in het kruitvat van de katholieke televisie werd gestoken toen de andere actualiteitenrubrieken op de Nederlandse televisie nog aan de leiband van hun eigen politieke hopman liepen (Wigbold maakte bij de VARA kritische programma's, maar maar nooit ten koste van de eigen zuil). De "jongens van Brandpunt' hadden zich op eigen kracht al ontworsteld aan de bevoogding van het katholieke establishment (mede dank zij de wereldvreemdheid van het episcopaat dat lange tijd wel naar de radio luisterde, maar geen televisie keek), maar de koningsmoord in de Nacht van Schmelzer leidde daar ook een journalistieke radicalisering in, die onmiskenbare invloed op de Nederlandse politiek heeft gehad. Aan de linkerzijde was Schmelzer een gehate figuur (zalige tijden toen de kiezers nog warm liepen voor de politiek), maar in "Brandpunt' werd Schmelzer geroosterd.

De fractievoorzitter van de KVP werd meer dan eens onthaald op de energieke achterdocht van "Brandpunt', dat een veel groter publiek had dan de KVP en als oppositie veel meer gewicht in de schaal legde dan heel de linkerzijde in de Tweede Kamer. Schmelzer slaagde er tegenover zijn ondervragers op de katholieke televisie niet in zijn meningsverschil met Cals over de dekking van de begrotingsuitgaven als een zakelijk conflict te verkopen: hij had het kabinet van zijn geestverwant Cals in koelen bloede om zeep gebracht en zich daarmee onder de verdenking geplaatst met de rechtervleugel van de partij te hebben samengezworen. Cals zag het zo, zijn socialistische bondgenoot Vondeling zag het zo ("Moord met voorbedachten rade') en "Brandpunt' zag het zo. Wat er ook op afgedongen kon worden (het conflict was niet zo groot dat het niet gelijmd had kunnen worden en het partijkader van de PvdA had al eerder met de KVP willen breken), ook een groot deel van de katholieke kijkers zag het zo. Schmelzer had "verraad' gepleegd, en zou daar zwaar voor moeten bloeden. Cals was in zijn eigen partij en bij de katholieke aanhang weliswaar nooit bemind geweest (daarvoor was zijn tong te scherp geweest), maar na de broedermoord werd hij populair. Zijn populariteit nam dermate toe, dat zij de ster van Schmelzer verduisterde - tot hij onzichtbaar werd.

De KVP raakte in een crisis, de partij brokkelde aan alle kanten af, de katholieke radicalen begonnen voor zichzelf en het krediet van Schmelzer smolt als sneeuw voor de zon. De achteruitgang van de KVP nam dramatische vormen aan en vijf jaar na de Nacht van Schmelzer was er van de eens zo machtige Katholieke Volkspartij, die sinds 1918 alle kabinetsformaties en regeringsprogramma's had gedicteerd, nog maar een schamel restant over. Van vijftig zetels in de Tweede Kamer was zij tot bijna de helft teruggevallen. Zoals het eens Willem de Vijfde in de Nationale Vergadering hatelijk werd nageroepen nadat hij naar Engeland de wijk had genomen, zo hoorde Schmelzer nu de echo's van links en rechts: "Norbert, het is alles jouw schuld'. De aanrander was in zijn eigen zwaard gevallen.

Van tranen was niets meer te merken toen Cals enkele maanden later als ambteloos burger (inmiddels wonend aan de Nieuwe Parklaan, niet ver van het Catshuis) op de Nacht terugblikte en zijn verschil met Schmelzer voor mij illustreerde. Cals was in de kern voor socialisatie van de grond, Schmelzer tegen. Die tegenstelling hing samen met een persoonlijke ervaring, zo men wil bekering, die zijn radicalisering op het punt van grondpolitiek had ingeleid. Een zwager in Roermond had "enorme winst' gemaakt uit de verkoop van een stuk grond, dat hij voor een habbekrats had verworven. Schmelzer vond dat normaal, terwijl hij dat onrechtvaardig en onaanvaardbaar vond. Evenzo vond hij het schandalig dat er in Nederland nog steeds geen speculatiewinstbelasting bestond. Ook daar was hij voor en Schmelzer tegen. Al pratend werd hij steeds radicaler, maar zijn partij zou er geen profijt meer van trekken.

Norbert Schmelzer vergastte de redactie van deze krant afgelopen woensdag (op uitnodiging) op één van zijn gesproken afleveringen van zijn politieke memoires (waaraan ik de anekdote van "de traan van Cals' heb ontleend). Zo te zien nauwelijks ouder geworden, nog even innemend en nog even onderhoudend. Ik meen dat hij vrijwel alle programmapunten van links die hij in de dagen van Cals bestreed, allang heeft onderschreven. In een volgend kabinet zou hij met gemak een kabinet met Rottenberg kunnen vormen. De rechtvaardigheid gebiedt, hem nu eindelijk van zijn gladde teckel te bevrijden.

    • H.A. van Wijnen