TACITUS

Tacitus. Een biografie door Pierre Grimal 400 blz., Ambo 1992, vert. Eveline van Hemert (Tacite, 1990), f 75,- ISBN 90 263 1094 3

Op mijn persoonlijke top-tien van de lezenswaardigste historici aller tijden neemt Tacitus een hoge plaats in. Niet omdat hij - zoals hij zelf suggereerde - de uitvinder was van de onpartijdige geschiedschrijving. Dat was hij niet; zijn credo dat hij schreef ""sine ira et studio'' (""zonder toorn en vooroordeel'') is bezijden de werkelijkheid. Maar juist dat maakt zijn Historiën (over het Romeinse keizerrijk tussen 69 en 96 na Christus) en zijn Annalen (over de periode vanaf de dood van Keizer Augustus in het jaar 14 tot de dood van Nero in 68) zo onweerstaanbaar.

In een gedragen, scherpe, compromisloze stijl beitelde Tacitus in vaak korte, complexe maar dodelijke zinnen een meeslepend portret van de morele neergang van Rome. Het was de taak van de historicus, schreef hij, al het kwaad in de wereld te confronteren met ""de angst voor veroordeling door het nageslacht''. Zijn boeken puilen dan ook uit van despotische keizers, machtsbeluste vazallen, corrupte senatoren en vadsig Romeins volk - herkenbare mensen kortom. Wat meer is: zijn beeld van Rome onder de eerste keizers, hoe zwartgallig ook, is voor een groot deel ook ons beeld geworden, want zijn werk is (naast dat van de veel oppervlakkiger Suetonius en de droge Dio Cassius die een eeuw later schreef) de enige Romeinse bron voor deze periode.

Onlangs verscheen de levensschets van de historicus door Pierre Grimal in Nederlandse vertaling als Tacitus. Een biografie. Grimal schreef eerder boeken over Cicero, Vergilius en Seneca, maar wellicht dat dit laatste werk het moeilijkst was. Over het leven van Tacitus is namelijk uitermate weinig bekend. Zelfs zijn volledige naam (Publius of Gaius Cornelius Tacitus) en zijn geboorte- en sterfdatum (circa 56 en circa 120 na Christus) staan niet vast. Hij behoorde tot de nieuwe provinciale elite en werd advocaat, senator, praetor, in 97 consul onder keizer Nerva, en in 115 zelf gouverneur van de Provincie Asia. Van de hand van Tacitus verschenen een geschrift over de retoriek (Dialogus de oratoribus - als het van hem is ten minste), een hagiografische biografie van zijn schoonvader (De vita Iulii Agricolae) en een etnografisch werk over de Germanen (De origine et situ Germa-norum) waarin de onverzettelijkheid van dat volk in gunstige zin vergeleken wordt met de zedelijke verslapping in Rome. De Historiën (waarvan slechts iets meer dan vijf delen over zijn) en de Annalen (waarvan ongeveer twaalf van de achttien delen bewaard bleven) over het tijdperk van de Flavische en Julisch-Claudische keizers (Augustus, Tiberius, Caligula, Claudius, Nero) zijn hoogtepunten van psychologische geschiedschrijving. Waarschijnlijk vooral door de zeer negatieve uitlatingen over christenen en joden gingen de boeken tijdens de middeleeuwen bijna verloren. Maar Tacitus werd een held van de Renaissance. De eerste complete editie van zijn werk verscheen pas in 1515 in Rome, en had grote invloed op Montaigne en Machiavelli. De eerste kritische uitgave werd trouwens gemaakt door Justus Lipsius en verscheen in 1574 te Antwerpen.

Over Tacitus - en vooral over de betekenis van zijn werk- is sindsdien vrij veel gepubliceerd. In 1958 schreef R. Syme zelfs twee delen over hem, die zo'n beetje gelden als het standaardwerk. Grimal heeft daar nu 400 pagina's aan toegevoegd. De vernieuwende theorie van deze emeritus hoogleraar van de Sorbonne is dat Tacitus helemaal geen zwartgallige kijk op zijn tijd en op de machtselite van Rome had, maar juist een optimistisch mens was die de loftrompet stak over de overgankelijke waarden van de Romeinse beschaving. ""Het pessimisme dat zo nu en dan naar buiten lijkt te komen,'' schrijft Grimal, ""is slechts relatief, want het heeft geen betrekking op het gelukkige tijdperk waarin hij leefde, maar alleen op vroeger tijden.'' Dit lijkt me discutabel. Het schijnt inderdaad dat Tacitus van plan was een boek te wijden aan zijn eigen relatief rustige levensjaren onder de keizers Trajanus en Hadrianus, maar dat is er nooit van gekomen. In het algemeen past zijn werk duidelijk in de moraliserende traditie van de klassieke geschiedschrijving als geheel. In deze "tragisch-epische' geschiedopvatting stond de directe relatie tussen menselijke zwakheden en politiek-militaire catastrofes centraal, zo niet de onvermijdelijke neergang van de menselijke soort als geheel. Tacitus was een meester in dit genre: hij was buitengewoon geobsedeerd door de psychologische tekortkomingen van de figuren die hij portretteerde. Dat maakt het ook zo leuk hem te lezen. Leuker althans dan deze biografie, die is geschreven in een wijdlopige en onsamenhangende stijl die nimmer de goedkeuring van Tacitus had kunnen wegdragen.

    • Bastiaan Bommeljé