Succesje Akzo in Spaanse La Seda-zaak

ROTTERDAM, 10 OKT. Het Nederlandse chemie-concern Akzo heeft gisteren bij de rechter in Barcelona voor het eerst succes geboekt in de voor Akzo zo pijnlijke affaire rond de Spaanse kunstvezelfabriek La Seda.

De omstreden Spaanse advocaat Soler Padró, die vorig jaar van Akzo het belang van 57,5 procent in La Seda heeft overgenomen, mag zijn rechten als aandeelhouder voorlopig niet uitoefenen en moet zijn aandelen onderbrengen bij een neutrale bank. De rechtbank heeft dit besloten in afwachting van een definitieve uitspraak in de procedure die Akzo tegen Padró heeft aangespannen in een poging zich met de Catalaanse regering te verzoenen. “Wij zien de uitspraak als een positief signaal”, zegt een woordvoerder van Akzo.

Akzo eist het aandelenpakket in La Seda terug, omdat de advocaat zijn contractuele verplichtingen niet zou zijn nagekomen. De aandelen wil Akzo vervolgens schenken aan de Catalaanse deelregering, die dan zelf een oplossing kan vinden voor de zieltogende fabriek. Op die manier wil Akzo het geruchtmakende conflict met Catalonië over La Seda uit de weg ruimen.

De Catalaanse regering en de vakbonden waren vorig jaar fel gekant tegen de verkoop voor een gulden aan de zakenman/advocaat Padró, die niet in staat werd geacht de werkgelegenheid te behouden. Beide partijen beschuldigden Akzo ervan niet te willen opdraaien voor de reorganisatiekosten van de fabriek, die al tijden zwaar verliesgevend is. Toen Padró niets wezenlijks ondernam voor het behoud van de fabriek, nam de kritiek op de handelswijze van Akzo toe. Akzo-bestuurder Loudon moest vorig jaar zelfs voor de Spaanse rechter verschijnen om het ondernemingsgedrag te verantwoorden.

Onder druk van de regering is Akzo zich onlangs weer gaan bemoeien met de fabriek, waarvan het concern in de maanden na de verkoop steeds benadrukte er geen band meer mee te hebben. Akzo houdt het er nu op dat Padró zich niet heeft gehouden aan de afspraken die zijn gemaakt bij de verkoop. Volgens Akzo was overeengekomen dat de advocaat zijn aandelenpakket binnen zestig dagen zou verkopen aan de andere minderheidsaandeelhouders of anders een bod zou doen op de resterende uitstaande stukken.

Padró gedroeg zich vanaf het begin niet als tussenpersoon maar als de nieuwe eigenaar van La Seda. Hij stelde een eigen raad van bestuur en een raad van commissarissen samen, die door de andere aandeelhouders echter niet werden geaccepteerd.