Slochteren geen Gronings Texas

Tweehonderddertig miljard gulden heeft de BV Nederland de afgelopen dertig jaar verdiend aan zijn aardgas. Die goudmijn is nog lang niet uitgeput, maar om de geldstroom op gang te houden moet er fors worden geïnvesteerd. Niet alleen in het grote Slochteren maar vooral ook in kleinere gasvelden.

Begin jaren zestig, toen de Grote Gasbel in produktie kwam, zagen bestuurders van Slochteren een toekomst voor hun gemeente als middelpunt van een industrieel centrum, met kantoren en een woud van boor- en produktietorens. Maar vandaag zijn de Slochterenaren blij dat de rust in hun dorp behouden bleef.

In het wijde akkerlandschap van de gemeente is “d'Olle Grieze”, zoals de Groningers hun Martinitoren noemen, op enkele punten in de verte zichtbaar. De gemeente Slochteren herbergt 9 van de in totaal 29 geautomatiseerde produktielokaties op de Groningse gasbel, die door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) worden geëxploiteerd. Op de fakkeltorens na vallen ze nauwelijks op. Al voert Slochteren sinds 1965 een vuurspuwende zeedraak in zijn gemeentevlag, een "boomtown' - een Gronings Texas - is het nooit geworden. Wel geniet Slochteren als plaatsnaam sinds de ontdekking van zijn goudmijn in 1959 bijna dezelfde internationale bekendheid als Amsterdam, al gaat Maastricht nu vaker over de tong.

“Van het wonen op een gasbel merk je niks”, zegt veeboer en campinghouder Arend ter Veer. “De eerste zeven jaar was het hier wel een drukte van belang en hadden we veel extra werk, toen er allerlei installaties werden gebouwd.” Zelfs het feit dat alle Slochterenaren nu twee decimeter lager wonen dan dertig jaar geleden valt niemand op, omdat de bodemdaling die het gevolg is van de gaswinning uiterst gelijkmatig verloopt. Slechts in één van de kerkdorpen van Slochteren zijn er klachten over scheuren in woningen, maar dat komt door een verlaging van het grondwaterpeil en niet door de gaswinning, verzekert gemeentevoorlichter Abel Drenth.

Rust en ruimte kenmerkt het lommerijke dorp, met zijn fraaie middeleeuwse Fraeylemaborg, de toenmalige woonstede van invloedrijke edellieden. “Voor ons is de gaswinning niet zo belangrijk, het leeft niet erg onder de bevolking en de meeste mensen werken buiten de gemeente”, weet Abel Drenth. “We verdienen er alleen een leuke som van zo'n 900.000 gulden per jaar mee aan onroerend goedbelasting. Dat bedrag loopt nu terug, maar het heeft ons in staat gesteld om in al onze veertien dorpen een hoog voorzieningenniveau op te bouwen: scholen, sportvelden en buurthuizen.”

Nederland gasland. 97,5 procent van alle woningen heeft een aansluiting, maar zelfs in Oost-Groningen, midden op de gasbel, zijn er nog zo'n 1000 "onrendabele aansluitingen': ver van de bebouwde kommen gelegen boerderijen en huizen waarvoor de aanleg van een gaspijpje eigenlijk te duur is. Dertig jaar lang heeft de bel van Slochteren voor de binnenlandse aardgasvoorziening en voor een omvangrijke export gezorgd, waaraan de BV Nederland zo'n 230 miljard guldens aan staatsinkomsten (staatsaandeel plus belastingen) overhield. Daarnaast hebben de oliemaatschappijen er veel aan verdiend en ontstonden vele duizenden arbeidsplaatsen. Volgens Jean Mathey, secretaris-generaal van Nogepa, de organisatie van oliemaatschappijen in Nederland, werken er bij deze bedrijven samen zo'n 5000 mensen permanent in de gaswinning en -verwerking en zijn er 25.000 permanente arbeidsplaatsen in de Nederlandse industrie mee verbonden. Daarnaast is er nog een belangrijke component incidentele werkgelegenheid in de bouw van installaties voor de offshore (winning op zee) en op het vasteland.

Tussen 1960 en 1975 bleken de winbare reserves van Slochteren steeds groter dan aanvankelijk was aangenomen. Door de oliemaatschappijen werden nog 260 kleinere gasvelden op het vasteland, in de Noordzee en de Waddenzee gevonden, waarvan er nu ruim 100 in produktie zijn die samen 53 procent van de totale Nederlandse produktie leveren. In totaal zijn de actuele reserves buiten Groningen gelijk aan ongeveer 65 procent van de voorraad die nu nog in Slochteren aanwezig is. Vorig jaar contracteerde de Gasunie nog 200 miljard kubieke meter extra voor export met afnemers in Duitsland, België, Frankrijk, Zwitserland en Italië, omdat opnieuw bleek dat de winbare hoeveelheid gas in het Slochterenveld aanzienlijk was toegenomen.

Pag 14: Gasschat beloopt al 230 miljard

In de "Rotliegendes' zandsteenlagen op zo'n 3000 meter onder Slochteren zit volgens de huidige ramingen nog een winbare hoeveelheid gas van 1400 miljard kubieke meter, meer dan de helft van de oorspronkelijke winbare voorraad, nog steeds het grootse gasveld van West-Europa. Nergens ter wereld is een veld gevonden met zo'n grote inhoud en tegelijkertijd zo "compact'. Wel zijn er, bij voorbeeld in de voormalige Sovjet-republieken en in het Midden-Oosten, gasvelden met een vergelijkbare inhoud of meer, maar die bestrijken een oppervlakte zo groot als heel Nederland.

De Nederlandse gasvoorraad is voldoende om alle binnenlandse afnemers (huishoudens en bedrijven) nog zeker 35 jaar van deze milieuvriendelijke warmtebron te voorzien en de huidige exportcontracten na te komen die in de periode 2010-2015 aflopen. Toch beginnen de specialisten van de Gasunie en de NAM zich zorgen te maken, omdat de druk achter de gasstroom van de Slochterenveld afneemt. Sinds 1974 wordt voorrang gegeven aan de produktie van kleinere gasvelden, en wordt "Slochteren' zoveel mogelijk gespaard. Het grote veld fungeert als een buffer voor koude perioden wanneer de vraag plotseling sterk stijgt. In de zomer gaan de afsluiters van Slochteren voor een groot deel dicht.

Volgens drs. Peter Sterkenburgh, directeur verkoop van de Gasunie, neemt die bufferfunctie echter snel af. “De technische mogelijkheden van het veld raken uitgeput. Er kan nog heel veel gas uitgehaald worden, maar met een lage dagelijkse produktie.” Op het hoofdkantoor van de NAM in Assen legt Ton Landsmeer, Hoofd technische planning, uit dat de totale capaciteit tegen 1996 nog net voldoende is om in de normale marktvraag te voorzien. Maar zonder nieuwe techniek en grote investeringen kan er dan een tekort ontstaan. Dat kan zich het eerst voordoen in een strenge winterperiode. “Statistisch hebben we in Nederland eens per 50 jaar een zeer koude dag, met een gemiddelde dagtemperatuur van min 16 graden Celcius. Dan kunnen we niet volledig meer in de vraag voorzien. Meestal duurt zo'n vorstperiode langer dan één dag.”

Landsmeer heeft net een aanvraag klaar voor de aandeelhouders van de NAM, Shell en Esso, voor een investering van een miljard gulden in een voorziening voor opslag van aardgas in een leeg gasveld in de Drentse gemeente Norg. Behalve een faciliteit voor vloeibaar gas op de Maasvlakte bij Rotterdam beschikt Nederland nog niet over zo'n buffervoorraad die bij een piekvraag kan worden aangesproken. Zodra de vergunningenprocedure wordt afgerond, wil NAM met de bouw van de installaties beginnen.

Tegelijk met "Norg' wordt een zogenoemde peakshaver gepland die ook in 1996 klaar moet zijn: een nieuw gasveld waarvan de kranen alleen bij een zeer hoge vraag naar gas worden geopend. Tegen de eeuwwisseling heeft NAM nog een derde plan in petto dat zeker een miljard gulden gaat kosten: de installatie van grote compressoren bovenop het Slochterenveld die het geproduceerde aardgas tegen die tijd op voldoende druk moeten brengen.

Maar de belangrijkste investering die voor de deur staat betreft uitbreiding van de reserves door ontwikkeling van meer kleine velden. Met de moderne drie-dimensionale seismische techniek hebben NAM en andere maatschappijen tientallen nieuwe waarschijnlijke gasvoorkomens ontdekt. Die moeten nog doorexploratieboringen moeten worden bewezen, zoals de vondst bij Munnekezijl met een inhoud van naar schatting 10 tot 15 miljard kubieke meter die op 5 oktober werd bekendgemaakt. Officieel houdt de NAM zich aan gegevens van de Rijksgeologische Dienst die zeggen dat er onder de Nederlandse bodem nog een onbewezen gasreserve van 300 miljard kubieke meter zit, maar de Exploratiemanager van NAM vindt dat veel te conservatief, zegt Landsmeer. Op het vasteland en de Noordzee leveren de boringen van de oliemaatschappijen weinig problemen op, maar dat ligt heel anders in het natuurgebied de Waddenzee waar de maatschappijen een reserve van zeker 100 miljard kubieke meter gas vermoeden. Ze hopen op toestemming van de overheid om in februari 1994, als het huidige "moratorium' op boringen in de Waddenzee afloopt, met de exploratie te kunnen beginnen.

Peter Sterkenburgh van de Gasunie noemt dat vooral belangrijk omdat het gas veel geld waard is in een Westeuropese markt waar de gasvraag tegen het jaar 2010 met 50 procent zal toenemen. “In een "verkopersmarkt' kunnen wij als Gasunie prima contracten afsluiten. Ik sluit niet uit dat we ons exportniveau verder kunnen verhogen, want een periode van 35 jaar voorraden is wel erg lang. Nieuwe technieken op energiegebied ontwikkelen zich en nieuwe brandstoffen zijn niet uitgesloten. Je moet op de markt zijn als er vraag naar je produkt is.”

Ton Landsmeer van de NAM voegt daar een technisch argument aan toe: de markt is sinds 1963 vooral ontwikkeld op basis van de kwaliteit van het Slochteren-gas. Daarop zijn alle kook- en stooktoestellen afgestemd. Uit de meeste kleine velden komt gas met een veel hogere calorische waarde dat nu met Slochterengas en gas uit enkele laagcalorische veldjes wordt gemengd tot een goed verkoopbaar produkt. “Vanaf het jaar 2007 gaat onze export teruglopen en verliezen we dus de mogelijkheid om hoogcalorisch gas af te zetten. Je moet dus zoveel mogelijk kleine velden ontwikkelen in de periode dat je het hoogcalorische gas makkelijk kwijt kunt, anders moet het met stikstof worden vermengd of je moet de installaties allemaal ombouwen. Vanaf 2020 is Nederland weer volledig aangewezen op het gas uit Groningen. Dan zou je opnieuw moeten ombouwen. Het zou werkelijk stom zijn om in zo'n interregnum met een overschot aan hoogcalorisch gas te blijven zitten.”

In Slochteren en in het omliggende Oostgroningse akkerbouwgebied op de grote gasbel wordt de lokale economie slechts marginaal door de aardgaswinning beïnvloed. Veel kleine dorpen, oude molens en kerken, afgewisseld door kapitale boerderijen. De boeren zijn druk met ploegen en de oogst van fabrieksardappels, bieten en kool. Hoogezand is wel sterk geïndustrialiseerd, maar echte grote fabrieken zijn verder noordwaarts te vinden, bij Delfzijl. Daar zijn in de jaren '60 en '70, onder aanmoediging van de overheid en met hulp van de Investerings Premie Regeling, energie-intensieve fabrieken neergestreken die het nu door allerlei omstandigheden moeilijk hebben. Dow Chemicals, Akzo en Hoogovens (de aluminiumsmelter Aldel) hebben er vestigingen met in totaal duizenden arbeidsplaatsen en evenzovele werknemers bij toeleverende bedrijven.

Een lage energieprijs is levensvoorwaarde voor deze giganten, maar de nabijheid van een overvloed aan aardgas is daarvoor geen garantie. Aldel is één van de bedrijven die in de jaren zestig werd gesteund met de "potjesgasregeling': goedkoop aardgas. In 1998 loopt die regeling af. Aldel, een dochter van Hoogovens, wil nu eigenlijk al zekerheid over een vervolgcontract, omdat het bedrijf een nieuwe aluminiumsmelter wil bouwen en de bestaande smelter wil aanpassen aan de nieuwe milieunormen.

Elektroschmelzwerk is een bedrijf aan de rand van Delfzijl datsilicium-carbide maakt, een tussenprodukt voor de slijpmiddelenindustrie en de keramische industrie. De energierekening (vooral elektriciteit) maakt 30 procent uit van de produktiekosten. “Een stabiele energieprijs is van enorm belang voor ons”, zegt financieel controller G. Krause. “Hetzelfde geldt voor de extra milieuheffing op brandstoffen, die nu 0,4 cent per kilowattuur bedraagt. We zitten vanaf vorig jaar in de rode cijfers omdat de marktsituatie slecht is. Eén cent op de prijs voor een kilowattuur betekent voor ons een lastenverzwaring van 3 miljoen gulden op jaarbasis. Wij zouden ook zeer gebaat zijn met een tijdelijke reductie op de energieprijs, zoals bij Aldel.” Elektroschmelzwerk biedt aan 165 Oostgroningers werk. Nog eens driemaal zoveel mensen werken bij toeleveranciers.

“Voor onze provincie is het essentieel dat dit soort bedrijven kan blijven draaien”, zegt Commissaris der Koningin Henk Vonhoff op zijn werkkamer in het weelderige provinciehuis aan het Martinikerkhof in Groningen. “De werkloosheid is hier zo'n vijf procent hoger dan het gemiddelde in Nederland. Ik ben een groot voorstander van redelijke milieu-eisen, maar ik kijk met grote zorg naar de nieuwe heffingen, daar moet je geweldig mee uitkijken. Je hebt hier een beter investeringsniveau nodig en geen wegpieterende industrie. De enige manier om tot een goede milieuzorg te komen, daar ben ik van overtuigd, is groei en ontwikkeling.”

Vonhoff is tevens president-commissaris van de Gasunie. Hij schetst het dilemma: de Gasunie onderhandelt wel met grote afnemers, maar zij is gebonden aan marktgerelateerde afnameprijzen voor het aardgas. “Los van de bezwaren die "Brussel' kan opwerpen tegen nieuwe leveranties van het goedkopere "potjesgas' - wegens concurrentievervalsende effecten - moet je oog hebben voor het olievlek-effect. Want iedere grote industrie zal direct om dezelfde gunst komen vragen.” De Commissaris stelt zich voor om - net als hij dat jaren geleden heeft gedaan voor Aldel - te gaan praten met alle partijen, inclusief de betrokken ministeries, om voor de energie-intensieve industrie in Groningen een nieuwe uitweg te vinden. “Dan praat ik niet als een van de partijen, maar als Commissaris der Koningin die er tussen staat. Ik voel niets voor de kwetsbare rol van de muis die zich in de kroeg vol laat gieten en zegt: laat de kat nu maar komen. Nee, ik ga op kousevoeten rond, hoor de standpunten en maak gebruik van het vernuft van alle spelers in het veld.”

Tabel:

Nederlands aardgas

...........................................in.miljarden.m³

Jaarlijkse verkoop door Gasunie:...........80, waarvan 40 export

Resterende reserves Slochteren:............1.400

Reserves kleine velden in produktie:.......600

Vermoede reserves kleine nieuwe velden:....300.(waarvan 70-130 onder Waddenzee)

Importcontracten Noors gas.................200

    • Theo Westerwoudt