SLACHTOFFER VAN DE ANGST VOOR VROUWEN

The Fatal Lover. Mata Hari and the Myth of Women in Espionage door Julie Wheelwright 186 blz., geïll., Collins & Brown 1992, f 65,60 ISBN 1 85585 105 9

Door haar dood in de vroege ochtend van 15 october 1917 voor het vuurpeloton verwierf Margaretha Geertruida Zelle een bekendheid die ze tijdens haar leven weliswaar onvermoeibaar had nagestreefd, maar die zelfs haar stoutste verwachtingen zou hebben overtroffen. Als Mata Hari is ze vereeuwigd in talloze artikelen en boeken, heeft ze model gestaan voor diverse speelfilms en is ze over de hele wereld een begrip geworden. Ze geldt als het schoolvoorbeeld van de anti-heldin, die haar streven naar onafhankelijkheid heeft moeten bekopen met een gewelddadige dood.

Tot in de jaren tachtig werden nog nieuwe levensgeschiedenissen uitgebracht. De bekende biografie van de Nederlandse auteur Sam Waagenaar is sinds de verschijning in 1964 in elf landen uitgekomen en is zojuist in het Chinees vertaald. Aan deze reeks is onlangs The Fatal Lover. Mata Hari and the Myth of Women in Espionage van de Britse publiciste Julie Wheelwright toegevoegd.

Het gaat niet om een traditionele biografie. Wheelwright besteedt slechts het eerste deel van haar boek aan het leven van Mata Hari. De meeste aandacht gaat uit naar de periode waarin Mata Hari zich in Parijs ontplooide als danseres en courtisane. Wheelwright bewondert de manier waarop de jonge Friezin - als gescheiden vrouw - in het eerste decennium na de eeuwwisseling een vooraanstaande plaats veroverde in het uitgaansleven van Parijs, Wenen, Berlijn, Milaan en Madrid. Als ongeschoolde danseres maakte ze handig gebruik van de belangstelling die in Europa bestond voor oosterse mystiek. Haar pikante sluierballetten presenteerde ze als voorbeelden van oeroude Aziatische danstradities.

Dank zij machtige connecties is Mata Hari een tijdlang in de positie geweest dat ze voor haar optredens vrijwel kon vragen wat ze wilde. Hoogtepunten waren het engagement bij de opera van Monte Carlo, waar ze in het ballet van Massenet's Le Roi de Lahore danste, optredens in de Scala van Milaan en de Kunsthal van Wenen. Zèlf droomde ze van een positie als sterdanseres bij het Russische Ballet van Serge Diaghilev. Maar dat is er nooit van gekomen. Tot haar grote ergernis kreeg ze slechts een onbetaalde proeftijd aangeboden.

De echte kenners bleven altijd sceptisch over de kunstzinnige capaciteiten van Mata Hari. Volgens Misia Sert, een intieme vriendin van Diaghilev en gastvrouw van kunstenaars als Picasso, Cocteau en Colette, was ze niet meer dan een derderangs nachtclubdanseres: ""Haar optreden was armoedig, beroerd en nogal stuitend.''

CONCUBINE

Mata Hari werkte tijdens haar loopbaan een lange reeks minnaars af, waarvan sommigen haar als concubine onder hun hoede namen. Ze legde een voorkeur aan de dag voor oudere heren die haar bevaderden, vooral kapitaalkrachtige diplomaten, hoge legerofficieren, staatslieden en aristocraten. Dit internationale netwerk van bewonderaars droeg in aanzienlijke mate bij tot de mythevorming rond haar persoon.

Mata Hari droeg daar overigens actief aan bij. Zonder blikken of blozen vertelde ze de ene na de andere leugen over haar achtergrond. Een favoriet verhaal betrof haar geboorte op Java, temidden van tropische vegetatie, en haar jeugd die ze zou hebben doorgebracht in Azië en Rusland. Vanaf haar vroegste kinderjaren zou ze zijn ingewijd in de godsdienstige grondslagen van haar dansen.

Julie Wheelwright toont in haar boek aan dat Mata Hari allerminst de gevaarlijke spion was waarvoor de geallieerde autoriteiten haar hielden. Ze maakt hierbij gebruik van recent openbaar gemaakte dossiers van Scotland Yard en van informatie die haar door de nog steeds actieve Mata Hari-speurder Sam Waagenaar werd toegespeeld. De bewijsvoering was een farce, het proces een klucht. De danseres moest blijkbaar dienen als zondebok in de opgefokte sfeer van ""spy paranoia'' ten tijde van de Eerste Wereldoorlog.

In het begin van de eeuw gingen wetenschapsbeoefenaren en de geallieerde geheime diensten er vanuit dat vooral Duitse vrouwen een blinde loyaliteit hadden tegenover het vaderland en daarom vrijwel per definitie als spionnen konden worden gebrandmerkt. Tal van Duitse dienstboden die in het buitenland werkten zijn hier de dupe van geworden. Maar Franse, Britse of Amerikaanse vrouwen die met Duitsers waren gehuwd werden eveneens geacht niet zuiver op de graat te zijn, en een bijzondere voorzichtigheid was geboden bij vrouwen met een onduidelijke nationale achtergrond, zoals Mata Hari.

Sommige geleerden meenden dat het spioneren door vrouwen, net als sex, moest worden beschouwd als een onblusbare behoefte aan opwinding. Aangezien vrouwen de intellectuele capaciteiten misten om de politieke verhoudingen te begrijpen, zo ging de redenering, volgden ze een loopbaan als spion om daarmee, indirect, hun seksuele behoeften te bevredigen. Mata Hari stond model voor zulke vrouwen.

ZEDELOOS GEDRAG

In geallieerde kringen bestond bovendien in het bijzonder beduchtheid voor het zedeloze gedrag van vrouwen uit aristocratische milieus, niet in het minst vanwege het risico van chantage. Deze houding was terug te voeren op vooroorlogse schandalen over decadente praktijken, met name tal van lesbische verhoudingen. Juist deze "losgeslagen' vrouwen moesten tijdens de oorlog worden ingezet voor het inzamelen van geld en de verpleging in veldhospitalen.

Verpleegsters hebben dan ook gedurende de gehele oorlog moeten opboksen tegen ambivalente gevoelens. De "soldaten in jurk', heette het, dreigden het oorlogsbedrijf te ondermijnen. Ze zouden zich niets aantrekken van gezagsverhoudingen en daardoor chaos en anarchie veroorzaken. Bovendien gingen achter de façade van het verpleegstersuniform volgens velen perverse motieven schuil. Bij de aanblik van mannelijke oorlogsslachtoffers zouden veel verpleegsters seksueel opgewonden raken en hun machtspositie misbruiken om de patiënten te tiranniseren. Verpleegsters legden een ongezonde nieuwsgierigheid voor mannelijke geslachtsorganen aan de dag, sommige soldaten klaagden erover dat ze zelfs niet konden plassen zonder te worden beloerd door groepjes giechelende verpleegsters. Vele geruchten deden de ronde over verpleegsters die verkapte seksmaniakken of prostituées waren.

Wheelwright lijkt zich nogal mee te laten slepen door haar betoog dat soms van de hak op de tak springt. Dat in oorlogsomstandigheden de neiging bestaat om de bevolking op één lijn te krijgen ligt nogal voor de hand, maar dat dit in de Eerste Wereldoorlog speciaal ten koste zou zijn gegaan van vrouwen wordt overtuigend aangetoond. Het materiaal waarop Wheelwright zich baseert ziet er nogal mager uit. Dat Mata Hari ten onrechte geofferd is, hoeft nog niet te betekenen dat dit ook geldt voor andere vrouwelijke spionnen die Mata Hari's lot moesten delen.

SCHIJNHEILIGHEID

Toch heeft Wheelwright gelijk met haar constatering dat de bejegening doordrenkt was van schijnheiligheid. In geallieerde ogen was Mata Hari het symbool van verdorvenheid, maar de verpleegster Edith Cavell, die door de Duitsers twee jaar eerder om dezelfde reden ter dood was gebracht, werd vereerd als een heilige. Voor haar werden monumenten opgericht en haar portret kwam in schoollokalen in heel Engeland te hangen. De Franse regering bracht een speciale Cavell-munt uit. Kort na haar dood verschenen films en toneelstukken over haar leven en uit Spanje werden Cavell-sinaasappelen ingevoerd. Edith Cavell was tijdens de oorlog de grootste attractie van Tussauds wassenbeeldenmuseum.

Voor de Duitsers lagen de verhoudingen omgekeerd. Zij maakten na de executie van Mata Hari een schitterende briefkaart met haar portret, waaronder stond dat ze het slachtoffer was geworden van de oorlogsgekte. Populair was het damesbeursje voor wisselgeld, met aan de ene kant een afbeelding van Mata Hari en aan de andere kant Edith Cavell. ""Op die manier werd iedere Duitse huismoeder herinnerd aan de dubbelhartigheid van de geallieerden als ze een paar muntjes nodig had'', schrijft Wheelwright.

De belangrijkste vraag blijft hoe het komt dat juist Mara Hari de fantasie van zovelen tot op de dag van vandaag blijft prikkelen? Wheelwright heeft geen bevredigend antwoord kunnen geven, ze staart zich teveel blind op de maatschappelijke achterstelling van vrouwen in het algemeen. Maar het is een verdienste dat ze deze vraag uitdrukkelijk aan de orde heeft gesteld.

    • Lodewijk Brunt