Raampoort

Het artikel "Rommelige aanpak kenmerkt dossier bij politie Raampoort' (NRC Handelsblad, 2 oktober) betrof berichtgeving over en een commentaar op de beslissing van de Amsterdamse rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren in een strafzaak tegen twee rechercheurs van de Amsterdamse politie die werden verdacht van handel in verdovende middelen.

Redacteur Steven Adolf schrijft dat het openbaar ministerie voor de tweede maal binnen een jaar publiekelijk terecht is gewezen. De eerste keer zou dat zijn gebeurd in de zaak van ex-politieman Martin H. (verdachte in de zaak-Bruinsma). Het gerechtshof heeft het openbaar ministerie - dat wordt terloops vermeld - in hoger beroep in niet mis te verstane bewoordingen in het gelijk gesteld. De hoofdzaak is thans in behandeling bij de rechtbank.

Het is mij onduidelijk waarom de zaak desondanks een afgang voor het openbaar ministerie wordt genoemd. Wat de zaak Raampoort betreft kan ik niet inzien dat als de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaart dit noodzakelijkerwijze zondermeer een diskwalificatie van het openbaar ministerie zou opleveren. Waar het op neer komt is dat er een zakelijk juridisch verschil van inzicht bestaat tussen de rechtbank en het openbaar ministerie over de verslaglegging van de begeleiding van de pseudokoop. De behandelend officier van justitie heeft dit zakelijk geschil thans aan het hof voorgelegd door hoger beroep aan te tekenen.

    • Mr. R.J.C. van Randwijck