Paul Staal (51) werd door de Nationale Kiesraad ...

Paul Staal (51) werd door de Nationale Kiesraad in Angola gevraagd om op persoonlijke titel als waarnemer de recente verkiezingen bij te wonen. In 1972 werd hij lid van het Angola Comité, het huidige Komitee Zuidelijk Afrika. Vanaf het begin van de zeventiger jaren bezocht Staal talloze keren Zuidelijk Afrika en Angola. Staal vertegenwoordigde de NOVIB als "field director' in Zimbabwe nadat dat land in 1980 onafhankelijk werd. Sinds 1990 is hij directeur van de Stichting Afriprojekt, een studie- en adviesbureau op het gebeid van ontwikkeling, politiek en informatie in Zuidelijk Afrika.

Vrijdag 25 september

Ontvangst in de "Sala dos Embaixadores' op vliegveld Luanda. Het duurt lang voor alle internationale waarnemers hun badges met polaroidfoto hebben ontvangen. Na onze registratie krijg ik een mij bekend groen T-shirt uitgereikt met op de borst het verkiezingssymbool, duif die stembiljet in stembus deponeert, en op de achterkant VOTANGOLA. Honderdduizenden T-shirts, baseballpetjes en kartonnen zonnekleppen zijn vanuit Nederland naar Angola getransporteerd. De order van zijn leven voor een middelgrote fabrikant uit Oud-Beijerland. Deze produkten maken deel uit van het materiaal dat de Angolese Kiesraad (CNE), met steun van de Europese Gemeenschap, heeft laten produceren. Afriprojekt is door de EG ingeschakeld om alle offertes en contracten voor te bereiden. Tevens hebben wij de Portugees sprekende EG-experts in het VN-ondersteuningsteam voorgedragen.

Deze operatie is, gerelateerd aan omvang van de fondsen en bestedingstijd, de grootste die ooit door de Europese Gemeenschap in Angola is uitgevoerd: een besteding van 6 miljoen ECU in zes maanden tijd. Het EG-geld is voornamelijk besteed aan luchtvaartondersteuning en de produktie van voorlichtingsmateriaal over democratie en verkiezingen. In een land waar 80 procent van de bevolking analfabeet is, en de mensen voor het eerst van hun leven stemmen, geen overbodige luxe. Ten slotte zijn spullen voor de stembureaus geleverd, zoals verlichting.

Van Henry, oud MSF-man en EG-logisticus in het VN-team, krijg ik goed nieuws: ik kan de verkiezingen in de afgelegen oostelijke provincie Moxico waarnemen en zal maandag naar de hoofdstad daarvan, Luena, vliegen. Een oude wens om het gebied bij de Zambiaanse grens opnieuw te bezoeken, waar ik het laatst was in begin 1974, schijnt vervuld te worden. Nu moet ik Ton en Peter van de VPRO-radio nog op die vlucht zien te krijgen, mét hun niet geringe uitrusting: ze hebben een satellietzender bij zich, waarmee we uit geïsoleerde streken contakt met de rest van de wereld kunnen onderhouden.

Op ons kantoortje boven de EG-delegatie ontmoet ik 's middags Augusta, waarmee ik samen de bewogen periode rond de onafhankelijkheid in 1975 heb meegemaakt. Ze is nu hoofdredacteur van Le nouvel Afrique Asie in Parijs en ze stelt me voor aan twee vriendinnen van de Franse radio en The Guardian. In de vreugde haar terug te zien versta ik hun namen verkeerd. We maken een eetafspraak in één van de tientallen nieuwe restaurants in Luanda, "Che Guevara'. In de jaren tachtig heb ik meegemaakt dat je hier nergens kon eten, behalve in het hotel waar je verbleef. Tegen de Guardian-journaliste zeg ik verbaasd te zijn dat Victoria Brittain, hun sterreporter voor Afrika, niet aanwezig is. ""But I am Victoria'', roept ze uit. Ojee, niet goed opgelet bij het voorstellen.

Zaterdag 26 september

De Zweden hebben enorm geholpen door ons één van hun gastenflats in de wijk Maianga ter beschikking te stellen. De drie EG-deskundigen woonden eerst in een soort bungalowparkje op 15 kilometer van Luanda, de situatie werd daar te onveilig en SIDA verhuurde ons deze modelflat: altijd stromend water, generator als de stroom weer eens uitvalt (meerdere malen per dag), waterfilter op de kraan en geheel IKEA ingericht.

's Avonds is er een Zweedse party op het benedenterras. Claudia, mijn Braziliaans-Surinaamse medewerkster, komt langs en verdwijnt weer snel: ""Het lijkt hier op een Koninginnedagreceptie in Rio...''. Samen met Nederlanders Job, David, Guus en documentair fotograaf Bob van der Winden blijkt Claudia in een door USAID gefinancierd internationaal waarnemingsteam te zijn opgenomen van IFES (het Institute for Electoral Systems uit Washington). Daarin is van links naar rechts een zwaar veld Angola- en verkiezingsdeskundigen aanwezig. In de verschillende observatieteams is Nederland met zeker twaalf mensen niet ondervertegenwoordigd. Totaal zijn er rond de 700 buitenlandse waarnemers, waarvan 400 binnen VN-verband en de rest, waaronder ook ik, uitgenodigd door de Nationale Kiesraad van Angola (CNE). Twee parlementariërs zijn er uit Nederland, Willems en Schimmel.

We eten in een "musseque' (de aanduiding voor de Luandese volkswijken, leterlijk "rood zand'), vissen en kreeftjes zó uit de zee op je bord.

Zondag 27 september

Laatste dag in Luanda. Het vooruitzicht de stad te verlaten stemt mij zeer vrolijk; de laatste vijf reizen ben ik Luanda nauwelijks uitgeweest. Morgen naar de provincie. Het VPRO-team mag mét satelliet mee in het vliegtuigje.

Toevallig hoor ik dat de in Luanda aanwezige waarnemers om tien uur een briefing van de Kiesraad krijgen op het zwaarbewaakte ministerie van Binnenlandse Zaken. Zoals veel in dit proces wel wat laat: velen zijn gisteren of vanmorgen vroeg al naar de provincies afgereisd. Ambassadeur d'Almeida spreekt mij aan; ooit zat hij in Brussel als gezant bij de Benelux en de EG. Waar de armbanden met de insignes voor de waarnemers toch zijn? Ik meen van Geert, "our man in Luanda', te hebben begrepen dat alle banden in diverse kleuren met opschriften al een paar dagen tevoren aan de Directeur-Generaal voor de verkiezingen (DGE) zijn overgedragen. Geert doet als deskundige-op-missie al sinds maanden het management van de EG-hulp aan het verkiezingsproces, onder grote tijdsdruk en in een gecompliceerd werkklimaat. Jarenlang heeft hij in Mozambique ervaring opgedaan en het was een geluk dat hij in mei op heel korte termijn beschikbaar was. Geert gebeld, die met Angolese counterparts gaat zoeken in de betreffende opslagloods. Het doosje is niet meteen terecht. Het zoeken gaat door, rapporteer ik aan de ambassadeur.

De DGE, Onofre Dos Santos, voelt zich niet goed en komt laat om de waarnemers te woord te staan. Hij moet ook op z'n minst overwerkt zijn. Na enige aarzeling heeft deze FNLA-vertegenwoordiger in Lissabon, waar hij een bloeiende advocaten- en zakenpraktijk heeft, de uitnodiging van president Dos Santos (geen familie) geaccepteerd om die cruciale post te gaan bekleden. Dos Santos deelt zijn gehoor mee dat ongeveer de helft van de stembureaus op dit moment, 44 uur voor het begin van de verkiezingen, zijn bestemming nog niet heeft bereikt. De ergste vermoedens van de bij het proces betrokkenen lijken uit te komen: de tijd was te kort, bestellingen van de CNE kwamen laat, geen deadline werd of kon gehaald...

Er blijken bij de waarnemers tientallen vragen te leven: ""Wat is de rol van de verkiezingspolitie, zijn zij in uniform, gewapend, wie heeft ze geselecteerd, de regering soms?'' ""Is er zekerheid dat uitslagen die naar Luanda worden gefaxt overeenstemmen met de tellingen op de stembureaus?'' ""Wie slapen er naast de stembussen tussen de twee verkiezingsdagen? Mogen de waarnemers ook in het stemlokaal slapen?'' De vragen worden rustig en afdoende beantwoord. Achter de tafel heerst vermoeidheid, geen paniek. ""Natuurlijk mogen de geachte dames en heren in de stembureaus overnachten, als ze dat tot hun taak willen rekenen. Het is misschien wat oncomfortabel voor u, zó uit Europa op de lemen vloer, maar als u dat wenst in het kader van uw missie, gaat uw gang...'' Etcetera. Ik heb zelf van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt, noch vernomen van collega-waarnemers die hun taakomschrijving zó ruim uitlegden.

In de zaal zijn enkele op voordracht van UNITA uitgenodigde buitenlandse waarnemers (mag volgens de wet). Waar op mijn badge "Afriprojekt' staat, staat bij hen "UNITA' (dat lijkt me intimiderend in een stembureau).

Midden in de sessie komt een boodschapper met zo te zien slecht nieuws. Onofre excuseert zich, vertrekt onmiddellijk. Iets later hoor ik dat een helikopter is neergestort in de noordelijke provincie Uige; de Russische crew en de Angolese passagiers, leden van op te zetten stembureaus, zijn op één na omgekomen. Er waren eerder ongelukken, zonder dodelijke afloop. De Russische helikopters in Uige worden aan de grond gehouden.

In de namiddag rijden eindeloze verkiezingskaravanen door de hoofdstad, vooral van de MPLA. Het verkeer over de kapotte wegen wordt ontregeld.

Een informeel diner met Nederlanders. Ik krijg steeds meer buikpijn, heb geen trek, ben moe van het praten, organiseren.

Maandag 28 september

Op om tien over vijf na een verkwikkende slaap. Niet vergeten om water mee te nemen naar Luena en een stapel Angolees bankpapier, novas Kwanzas. Geert haalt Ton en Peter af, mét satelliet, en voert ons bekwaam langs alle controleposten. De Beechcraft van het World Food Programme staat klaar. Terwijl flight-coördinator Shaab arriveert, landt een Antonov-124, volgens hem het op één na grootste vliegtuig ter wereld. Hiermee zijn eerder de voor het EG-programma in Rusland gehuurde helikopters aangevoerd. Drie-en-een-halve reuzehelikopter passen daar gedemonteerd in.

Via Uige vliegen we naar bestemming Luena. Alle twijfels over opvang daar missen elke grond. De wachtende CNE-jeep brengt ons naar hotel Luena, opgeknapt voor buitenlandse piloten en waarnemers.

Samen met Zweedse waarnemers bezoeken we UNAVEM, de VN-Angola verification mission. Kolonel Ba, de Senegalese commandant, schenkt thee en vertelt weinig. Aan het eind van het gesprek verzoekt hij ons de niet verschafte informatie als vertrouwelijk te beschouwen. Ik vind UNAVEM een vreemde instelling. Weinig geld ($ 70 miljoen, tegen 30 keer zoveel in Cambodja), te weinig mensen (470 militaire en politie-waarnemers op een oppervlak van tegen de veertig keer Nederland), je hebt geen idee wat er met de klachten en waarnemingen wordt gedaan, er komt nooit een perscommuniqué uit. In Namibië was er dagelijks een persconferentie. Hier blijkt dat er instructies zijn om niet met de pers te spreken. Aan wie wordt verantwoording afgelegd over deze internationaal bekostigde operatie? Over "onze jongens', zo'n dertig man van landmacht en marechaussee, hoor je trouwens ook niks.

De Engelse UNDP-vertegenwoordiger is gastvrij en helpt met de planning van ons bezoek. Zijn Braziliaanse vrouw voedt dertig mensen, vooral piloten; zonder luchtvervoer kom je niet ver en in het hotel kun je alleen slapen. We regelen ons vervoer en bezoeken partijbureaus. Het informatiemateriaal van het FNLA (Holden Roberto) bestaat uit foto's uit de campagne van 1975, toen zouden er ook verkiezingen komen. Directeur en voorzitter van de Kiesraad geven een korte briefing. De laatste gevechten voor het staakt-het-vuren vonden plaats tijdens het 45-daags beleg van Luena. De wapens zijn dodelijker, maar het lijkt op de tachtigjarige oorlog (die duurt hier ook al sinds 1961). De slachtoffers vielen vooral onder de burgers, het regeringsleger was voorbereid en ingegraven. UNITA schoot met artillerie op geregelde tijden. Daartussendoor liepen of fietsten burgers tussen de linies door om te fourageren. Tien dagen geleden braken in het stadje weer gevechten uit, waarbij acht politiemensen en meer UNITA-aanhangers omkwamen. Hierbij werd UNAVEM-personeel kort gegijzeld, waaronder een marechaussee. Veel UNITA's ontvluchtten de stad. Alles lijkt nu rustig en we gaan ook slapen, de vooravond van de verkiezingen.

Dinsdag 29 en woensdag 30 september

Twee verkiezingsdagen in de oostelijke provincie Moxico, drie keer Nederland, 140.000 geregistreerde kiezers, weinig waarnemers. Hoe pak je dat aan? Naar de potentiële probleemgebieden per vliegtuigje, helikopter en terreinauto. De ene kant intimideert wat meer, de andere probeert te sjoemelen. Binnen vijfhonderd meter van een stembureau mogen geen wapens zijn en geen verkiezingspropaganda. Vlaggen en affiches worden na mijn vriendelijke suggestie braaf verwijderd. Er zijn kleine verplaatsingen van UNITA-troepen richting stembureaus; het lijkt georganiseerd, want de verhalen duiken meermalen op.

De waarnemer hoopt dat zijn aanwezigheid vertrouwen wekt. Een klacht: in het dorpje Luacano liggen 20 wapens in het UNITA-partijbureau, op 400 meter van een stembus. De vertegenwoordiger geeft het zowaar toe. Ik meld het aan de verkiezingsraad. In Chicala Novo en Luxia (vind dat maar eens op de kaart!) zijn veel potentiële UNITA-stemmers en weinig stembussen. Ik meld dat en in Chicala wordt het opgelost door kiezers per vrachtauto naar Luena te brengen. In Luxia is geen enkele auto en het probleem wordt niet opgelost. Ik spreek de menigte toe en leg uit dat het niet aan het stembureau ligt, dat de biljetten op zijn: ""Koelt u daar s.v.p. uw woede niet op''.

Het stemt je treurig/boos als mensen die voor het eerst en mogelijk voor het laatst willen kiezen daar de kans niet toe krijgen. Ik wil van de kiesraad weten waarom de reservestembureaus vooral in de stad zijn neergezet. ""Logistieke problemen'' en ""Er is hier veel verplaatsing van de bevolking geweest'' en meer oncontroleerbaars. De grenzen van de waarneming worden bereikt, we hebben geen onderzoeksbureau, het hele proces is van begin tot eind toch nauwelijks waargenomen, daardoor zouden duizenden mensen zijn nodig geweest...'' Verder is de "observador internacional' (ik draag een groot bord bij me met dit opschrift) vooral geroerd door de toewijding van alle betrokkenen bij dit enorm gecompliceerde proces.

De meeste mensen hebben nog nooit een A4-tje in handen gehad, laat staan in vieren gevouwen. De scholen zijn kapot, hebben geen banken en in het beste geval een schoolbord. Een stemlokaal in Cangamba (tien jaar geen contact met de buitenwereld, geheel zelfvoorzienend, af en toe expeditie opgezet om zout te halen op 10 dagreizen) is een gebouwtje met twee muren, de rest is weggeschoten. Er ligt een lap jute overheen tegen de zon. Een van de twee partijen die hier samen staan te stemmen heef ooit dit dorpje in puin geschoten, of misschien wel beide, of afwisselend.

En alle gewone mensen zijn zo blij dat het vrede is: ""We hebben geen haat tegen UNITA'', zegt een oud-regeringssoldaat, ""onze leiders moeten ophouden oorlog te voeren, ik wil naar huis, na tien jaar dienstplicht mijn moeder nog zien, mijn vader is gestorven, ik kreeg geen verlof. Ik wil ons land bewerken en voor mijn kleine broertjes zorgen.''

    • Paul Staal