PARASIETEN

Beesten van mensen. Microben en macroben als intieme vijanden door dr. J. J. E. van Everdingen (red.) twee delen, 288 en 240 blz. geïll., Belvédère 1992, f 57,50 ISBN 90 73459 04 4

Een neurologische aandoening bij de Fore-stam in Nieuw Guinea stelde de medische wereld in de jaren vijftig voor een raadsel. De mensen zelf spraken van "kuru', rillen. Uiteindelijk bleek de ziekte een gevolg te zijn van kannibalisme. Onderlinge twisten eindigden in het opeten van de vijand, inclusief hun hersenen. Het menselijk lichaam was de gastheer van een parasiet, en de consumptie daarvan resulteerde in de kwaal.

In de tweedelige bundel Beesten van mensen bezien Dr. J. J. E. van Everdingen (dermatovenereoloog) en H. E. Fokke (huisarts) de mensetende mens bezien vanuit een medisch standpunt. De titel lijkt toegesneden op hun opstel, maar geeft ook de bindende factor aan van alle hoofdstukken, waaraan bijna vijftig, merendeels geneeskundig geschoolde auteurs hebben bijgedragen. Beesten van mensen gaat over het menselijk lichaam als gastheer van parasieten. Influenza, pest, lepra, de Spaanse pokken, malaria, vlektyfus, cholera, legionellose en het "kippesoep-rebound-fenomeen' hebben allemaal hun plaats gevonden in de bundel.

Van Everdingen en Fokke springen in hun overzicht van het medisch onderzoek naar kannibalisme van "kuru' naar de ziekte van Creutzfeldt-Jacob, een zeldzaam syndroom waarvan men aanvankelijk slechts wist dat het te maken had met hoornvliestransplantaties. En vervolgens naar "scrapie', een ziekte bij geiten en schapen die wordt overgebracht door het inspuiten van een vloeistof die hersenweefsel bevat. Van scrapie wordt de lezer meegenomen naar de "Mad cow disease', de bizarre koeienziekte, die bleek te worden verspreid door veevoeder waarin gemalen beenderen waren verwerkt.

De boosdoener die de "spongiforme encefalopathie' veroorzaakt, is inmiddels ontdekt. Het gaat niet om een virus maar om een eiwit, dat door de Amerikaanse neuroloog en biochemicus Stanley Prusiner in 1982 een "prion' werd genoemd, "protanaceous infectious particle'. Het prion knaagt aan een "centraal dogma' van biologen: bij de vermenigvuldiging van dit eiwit lijkt geen nucleïnezuur te pas te komen.

Met enig vernuft rechtvaardigt Van Everdingen het tijdstip waarop deze publikatie verschijnt. We leven één jaar na de PDM-affaire met de vermeende bacteriële voedselvergiftiging van wielrenners en tien jaar na het uitbreken van de aids-epidemie. Vijftig jaar geleden werd voor het eerst met succes penicilline toegediend, terwijl honderd jaar geleden het experiment van Pettenkofer met de cholerabacil plaatsvond. En Columbus nam precies vijfhonderd jaar geleden syfilis mee uit Amerika.

Deze oprisping van jubilea illustreert de nogal studentikoze opzet van dit boek. Dat geldt ook voor de titels van de hoofdstukken en de koddige illustraties. Het wekt de schijn dat de leek geanimeerd in de bundels kan bladeren. Dat is bedrieglijk want de verhalen hebben een tamelijk vergaande medische diepgang.

    • Bram Pols