Oude meesters naar Maastricht; Delftse antiekbeurs werpt Romantici in concurrentiestrijd

44e Oude Kunst- en Antiekbeurs. Stedelijk Museum Het Prinsenhof, St. Agathaplein 1, Delft. 10 t/m 18 okt. Ma. t/m vr. 13-22u., za. en zo. 11-17u. Entree 10,- na 18u. 5,-.

Het gekibbel achter de schermen van de Vereeniging van Handelaren in Oude Kunst in Nederland (VHOK) over de eind vorige maand mislukte fusie met de Vereniging Nederlands Antiquairs Genootschap (VNAG) heeft de sfeer ogenschijnlijk niet aangetast. De leden van de VHOK zijn voor de vierenveertigste keer onder elkaar op de Delftse Oude Kunst- en Antiekbeurs in het Prinsenhof. De stemming is opperbest.

Beeling uit Leeuwarden is er als altijd, met een stand vol zilverwerk. Hij heeft een sentimentele band met Delft, want zijn vader stond er al. Paul Rutten uit Amsterdam, handelaar in kunst uit Tibet, Nepal en India, is er ook, met een op linnen geschilderde afbeelding van Avaloki Teshvara, de duizendarmige beschermheilige van Lhasa. Het doek, dat dateert van rond 1200, moet zo'n 50.000 gulden opbrengen. Antiquariaat Forum uit Utrecht heeft een Brabants getijdenboek meegebracht (ca 1450) met miniaturen van museumkwaliteit. Dat het boek relatief hoog geprijsd is - rond de twee miljoen gulden - komt doordat het, zeer ongebruikelijk voor die tijd, is gesigneerd. En wel door Antonis Utenbroec, een tot nog toe onbekend kunstenaar. Ook is er op de beurs zoals altijd een groot aanbod van traditioneel Hollands antiek: Delfts aardewerk, meubilair en zilver.

Toch zijn de leden van de deftige VHOK minder onder elkaar dan voorheen. Van de 28 beursdeelnemers zijn er inmiddels al 11 geen lid meer. En onder die niet-leden zijn er enkele met een aanbod waarvoor Delft een paar jaar geleden nog zijn neus zou hebben opgehaald: de romantische Nederlandse schilders uit het midden van de vorige eeuw, bijvoorbeeld. De romantici, die hun best deden de oude meesters uit de zeventiende eeuw te overtreffen, hebben altijd in de smaak gelegen bij het grote publiek. Maar kunstkenners en dus ook de gerenommeerde handelaren vonden Springer, Schelfhout en Koekkoek lange tijd het aanzien niet waard: die waren immers het tegendeel van vernieuwend.

Dit jaar zijn negentiende-eeuwers bij maar liefst drie handelaren te zien, waaronder Wim de Boer uit Alkmaar. Hij is sinds twee jaar kunsthandelaar en staat ook twee jaar op de beurs. In zijn reusachtige stand hangen enkele tientallen negentiende-eeuwse doeken, met als hoogtepunten een vijftal grote werken van Cornelis Springer (1817-1891). Voor 'Het stadhuis en de Grote Kerk in Alkmaar' vraagt hij niet minder dan 1,8 miljoen gulden. Hij zegt het dan ook eigenlijk niet kwijt te willen, omdat de afgebeelde straat de straat is die hij vroeger altijd liep naar school. Hij wijst de stadhuistrap aan, waarover hij klauterde.

Dat het vroeger zo sterke aanbod van oude meesters inmiddels vrijwel geheel naar The European Fine Art Fair (TEFAF) in Maastricht is verdwenen, dat steeds meer leden van de VHOK op andere dan de eigen beurs staan en dat het aantal deelnemers een kwart lager ligt dan tien jaar geleden, geeft wel aan hoe zwaar de concurrentie van PAN Amsterdam en TEFAF beginnen te wegen. Als reactie heeft Delft een aantal maatregelen getroffen. Zo is de toegangsprijs verlaagd tot tien gulden (na zes uur 's avonds tot vijf gulden), een fractie van de toegansprijs in Maastricht. De openingstijden zijn verruimd: voortaan kan men de beurs elke doordeweekse avond tot tien uur bezoeken. Ook is de organisatie van de beurs dit jaar voor het eerst juridisch losgekoppeld van de VHOK en ondergebracht in een aparte stichting. In de stichtingsraad zitten enkele gerenommeerde ondernemers van buiten het vak, van wie een stimulerende inbreng wordt verwacht.

Een voordeel van de afslanking van Delft is dat er eindelijk wat ruimte is gekomen voor jong bloed. Voor handelaren in negentiende- en twintigste-eeuwse schilderkunst, of in Japanse prenten. Maar ook voor klokkenhandelaar Gude & Meijer uit Amsterdam, die een rond 1800 vervaardigde 'rijkeluisgrap' te koop aanbiedt: een zogeheten skeletklok. Het uurwerk is geheel opengewerkt en bevestigd achter een glasplaat. Het is daardoor uitermate fragiel, en slechts bedoeld om te worden bewonderd.

Ter gelegenheid van het numismatisch jaar 1992, uitgeroepen vanwege het honderdjarig bestaan van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde - heeft het Rijksmuseum Het Koninklijk Penningkabinet op de beurs een gasttentoonstelling ingericht. De kleine maar aardige expositie geeft een beeld van de collectie munten, penningen, papiergeld en gesneden stenen die het Kabinet in bezit heeft. Omdat de tentoonstelling staat opgesteld onder de trap waarop Willem van Oranje zou zijn vermoord, is een van de vitrines gewijd aan munten uit zijn tijd. Op een rekenpenning bevindt zich volgens directeur Marjan Scharloo de enige eigentijdse afbeelding van die moord: Balthasar Gerardts die, met het pistool in de rechterhand, Willem 'doorschiet', terwijl hij met de linkerhand zijn hoed licht.