Moskou is nu eindelijk ook van ons

MOSKOU, 10 OKT. Onder het wakend oog van de Sicherheitsdienst wordt het feest gevierd. Overal zijn de lui van de Sicherheitsdienst aanwezig om onwelgevallige types te verwijderen, van de draaideur tot aan de toiletten. Er wordt in het Baltsjoeg-hotel tegenover het Kremlin niets aan het toeval overgelaten. De Raoesjkaja-kade, pal tegenover het Rode Plein aan de overzijde van de rivier, is immers de mooiste plek van heel Moskou.

Ooit was het hotel een versovjetiseerd en dus vervallen plechtstatig gastenverblijf dat met recht naar het Boekarest van de Roemeense kameraden was vernoemd. Nu heet het weer Baltsjoeg. In ruil voor een winstafdracht van maar liefst 69 procent aan het Moskouse gemeentebestuur (de Russische partner) is het Baltsjoeg enkele jaren geleden namelijk voor 31 procent in handen geraakt van de Duits-Zwitsere Kempinski-keten.

Met een investering van honderd miljoen Duitse marken heeft deze joint venture het gebouw weten om te toveren tot zo'n post-modern paleis zonder hetwelk ons leven bijkans onmogelijk is geworden. Het interieur wijkt dan ook in niets af van de norm die Schöner Wohnen ons maandelijks presenteert. De twee architecten hebben keurig elk eigen initiatief achterwege gelaten omdat denken in de hedendaagse wereld van marktconforme voorspoed nu eenmaal ongewenst is. Laat staan dat de ontwerpers zich hebben bezondigd aan iets dat wellicht provocerend zou kunnen zijn. Het nieuwe vijfsterrenhotel, dat een van de twee sjiekste en duurste hotels van de hoofdstad moet worden (een eenvoudige eenpersoonskamer gaat 490 D-mark kosten, de presidentiële suite 2.200 D-mark), is zo in alle opzichten een kopie van hun eigen uiterlijke dertien-in-een-dozijn-verschijning geworden. De keuze van het hout, het koperbeslag, de tapijten, de tapkast en het marmer, we kennen het allemaal uit Berlijn, Wenen, Frankfurt, New York, Londen, Milaan, Parijs, Brussel, Amsterdam of Maastricht. Aldus is Moskou goddank nu eindelijk ook van ons: hetzelfde bier en dezelfde belettering naar de cloak-room, niets hoeft ons dank zij Kempinski in Moskou uit het veld te slaan.

Dat is nou vooruitgang. Het is hooguit jammer dat de bartenders niet weten hoe een pilsje getapt moet worden en de koks van Kempinski het koken nog niet echt verstaan. Het is niet Russisch en niet nouvelle, het is slechts verdrietig. Misschien dat daarom de anders bij recepties zo gebruikelijke jacht op eten & drinken dit keer achterwege blijft. Of is het een vorm van culturele convergentie tussen Kempinski en Baltsjoeg die vanavond ineens leidt tot een breuk met de traditie dat je, wat je vandaag al hebt gegeten en gedronken, morgen niet meer hoeft te verorberen?

We zijn hier in het Baltsjoeg omdat de enthousiaste Nederlandse uitgevers Derk Sauer en Annemarie van Gaal er hun nieuwe produkt lanceren. Sauer en Van Gaal hebben zich eerder dit jaar weten los te weken uit de angstige wurggreep van de VNU en zijn nu in Rusland met privé-geld van het viertal dat in Nederland de postcodeloterij drijft op eigen gezag begonnen. The Moscow Times, een Engelstalig dagblad in Moskou dat de enkele tienduizenden buitenlanders van maandag tot en met vrijdag moet gaan bedienen, is hun nieuwe vaandeldrager.

Voor Baltsjoeg-Kempinski een fraaie aanleiding om zich bij wijze van public relations aan de wereld te presenteren. De gehele upper ten van Moskou is er dan ook: Westerse zakenlieden, dito diplomaten, analoge journalisten en natuurlijk Russische biznismenni. De eerste categorieën praten over politiek, handel, de moeizaamheid van het leven in Rusland in het algemeen en wat dies meer zij. De laatste heeft het voornamelijk over dollartransacties. Media en persvrijheid zijn leuk, maar dollars zijn nog leuker. Dat het een paar honderd meter verder op straat veel minder aangenaam toeven is, is weliswaar door een enkele moraalprediker en de gastheer zelf opgemerkt, maar daar kunnen zij nu natuurlijk niet al te lang bij stil staan.

Halverwege de avond deinen we langs de glimmende trap naar de garderobe op de entresol. “Sigaret doven. Roken verboden”, klinkt het plots uit de mond van Vatsjeslav, een mid-veertiger in een grijs pak die hier samen met zijn ontelbare hoeveelheid collega's toezicht houdt. Zijn linkerborst steekt recht naar voren. Sicherheitsdienst, staat er op zijn revers. “Aha, u bent van de SD”, antwoord ik, enigszins geagiteerd omdat in deze omgeving toch nog onverwachts een oud en lelijk woord komt bovendrijven. “Had u geen ander woord kunnen verzinnen voor uw functie?” “Ordnung muss sein”, repliceert Vatsjeslav van de SD.

En zo is het, althans in hotel Kempinski. Nu de rest van Moskou nog.

    • Hubert Smeets