Minister Kok hekelt hulp door rijke industrielanden

DEN HAAG, 10 OKT. Minister W. Kok (financiën) heeft gisteren een beschuldigende vinger uitgestoken naar de gendustrialiseerde landen die volgens hem onvoldoende geld uittrekken voor ontwikkelingshulp en te zeer zijn gericht op de eigen belangen. Kok onderstreepte dat veel donorlanden nog net zo ver verwijderd zijn van van de VN-doelstelling om 0,7 procent van het BNP uit te trekken voor ontwikkelingshulp als tien jaar geleden.

De bewindsman sprak op de twee dagen durende conferentie "Agenda 2000', die was georganiseerd ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van het Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag.

Kok onderschreef de scherpe kritiek die vorige maand vanuit de Wereldbank in Washington werd geuit op de rijke industrielanden. Daar bleek dat onvoldoende geld op tafel wordt gelegd voor de International Development Association (IDA) - het zogenoemde "loket voor de armste landen'. De middelen van de IDA, die volledig afkomstig zijn uit de ontwikkelingsbegrotingen van de rijke landen, worden tegen zeer gunstige voorwaarden aan de arme landen verstrekt.

Kok toonde in zijn rede geen enkel begrip voor de “niet toegewijde” donorlanden. Hij verweet hen teveel gericht te zijn op de eigen interne economie. Kok was van mening dat beleidsmakers in de gendustrialiseerde naties lijden aan een “kortzichtheid die ontwikkelingslanden vaak wordt verweten.”

“De gendustrialiseerde landen kijken alleen naar de kosten op korte termijn, terwijl voordelen van vrije handel op lange termijn worden genegeerd,” aldus Kok.

Nu het IDA met een slecht gevuld kas dreigt te worden opgescheept, is het volgens Kok nodig zoveel mogelijk fondsen te besteden aan die ontwikkelingslanden “die de beste prestaties leveren met hun economische programma's, armoedebestrijding en goed beheer.”