Maraber (2)

Wat er dan ook mocht zijn gebeurd in de grotten van Marabar, Aziz had er in ieder geval niets mee te maken gehad. E. M. Forster heeft zich in A Passage To India veel moeite getroost om daar geen enkele twijfel over te laten bestaan. Hij beschrijft minutieus waar Aziz was, wat hij dacht en wat hij deed, toen Adela Quested in een van de vele grotten een onaangename ontmoeting had. Met een ander of met zichzelf, dat is niet zeker. Alleen de onschuld van Aziz staat vast. Hij wordt beschreven als een eerlijke, rechtschapen en gematigde moslim, die bovendien modern is en geschoold. Daarom voelde hij zich gekwetst toen juffrouw Quested hem vroeg hoeveel vrouwen hij had.

Over de persoon van Aziz is onder literatuurcritici veel discussie geweest. Hij is neergezet als de verpersoonlijking van de oosterse passiviteit, zeggen sommigen, van de onderdanigheid en het opportunisme: hij liet zich volledig sturen door de omstandigheden, en pas na de valse beschuldiging dat hij juffrouw Quested in de grotten zou hebben aangerand veranderde hij in een radicale vrijheidsstrijder. Het onrecht dat hem werd aangedaan ondermijnde zijn "natuurlijke' neiging tot inschikkelijkheid. Zijn haat en afkeer kwamen dus niet uit hem zelf, maar waren een gevolg van het racisme van de blanke overheersers. Forster had de onschuld van Aziz nodig om de schuld van de Britten te tonen; de kwaadaardigheid van de koloniale overheerser moest onbetwistbaar zijn, opdat het verzet begrijpelijk kon worden gemaakt.

Andere critici, die meer op de psycho-analytische kant hebben gelet dan op de politieke, kwamen tot de slotsom dat Aziz zich tot Adela heeft verhouden als een argeloos kindje tot een rijpe, wellustige vrouw. Het was Adela die naar Aziz keek (""wat is hij toch een knappe kleine oosterling''), en niet omgekeerd. Adela voerde het gesprek, zij stelde de vragen waar die arme Aziz van in de war raakte. Terwijl Adela allerlei zinnelijke fantasieën kreeg, bedacht Aziz dat hij de oude mevrouw Moore (Adela's aanstaande schoonmoeder) eigenlijk aardiger vond dan juffrouw Quested.

Onschuldiger kun je een slachtoffer niet maken. En ook niet "vrouwelijker'. Want dat is het bijzondere aan deze passage: Aziz was onschuldig omdat Adela het initiatief nam. Maar Adela zou zijn aangerand en Aziz werd beschuldigd. Forster heeft hiermee de "colonial twist' geïllustreerd die in de Derde wereld nog altijd een rol speelt: de inheemse mannen werden onderworpen, niet alleen aan de uitheemse mannen, maar ook aan de uitheemse vrouwen. Hierdoor werd zo diep ingegrepen in hun innerlijke gesteldheid, dat ze zich zijn gaan gedragen als krachteloze lammetjes of als valse wolven. Ze werden of kind, of beest.

De gekoloniseerde man heeft daarom altijd een moeizame verhouding tot de blanke vrouw: aan de ene kant wil hij door haar worden bemoederd en beschermd (tegen de toorn van de blanke vaders), aan de andere kant wil hij haar verkrachten, uit wraak op de onderwerping door blanke mannen. Een liefdevolle, natuurlijke erotiek tussen de zwarte man en de blanke vrouw is daarom onmogelijk.

Tot dezelfde conclusie komt ook V. S. Naipaul in zijn controversiële roman Guerilla uit 1975. Terwijl Forster Aziz karakteriseert als een onuitstaanbaar brave en impotente, althans aseksuele figuur - de variant van het kind, zou je kunnen zeggen - komt Naipaul bij het andere extreem: het beest. Guerilla gaat over James Leoeng, alias Jimmy Ahmed, die ergens op een Caribisch eiland een commune sticht en een revolutie voorbereidt. De man is in alle opzichten gespleten: zijn vader was een Chinese kruidenier en zijn moeder een beeldschone, maar arme negerin. Jimmy is dus blank noch zwart, zelf noemt hij zich "goudkleurig'. Hij is opgevoed als christen maar bekeert zich later tot de islam. Hij is revolutionair, maar wil eigenlijk schrijver worden. En hij is een biseksueel met een anale fixatie.

Van begin af aan is Jimmy zondig, gemeen en gevaarlijk. Naipaul doet geen enkele poging om de absurditeiten van Jimmy te verzachten of te verklaren, integendeel: Jimmy heeft zijn revolutionaire idealen uit Engeland meegenomen, hij is als revolutionair "geprogrammeerd' en kan dus van de ene op de andere dag veranderen. Hij terroriseert de geestelijk zwakke jongens die hij om zich heen heeft verzameld. En het boek dat hij schrijft haalt nog niet het niveau van een meidenroman. Jimmy is, kortom, onvoorwaardelijk schuldig. Het gaat Naipaul niet om de grote, historische schuld van de koloniale overheersers, maar om de lachwekkende benepenheid en verdorvenheid van de onderworpenen. Ze zijn visieloos, gewetenloos en talentloos, en ze verontschuldigen zich door deze gebreken te wijten aan het kolonialisme.

De persoon die als katalysator voor Jimmy's slechtheid optreedt heet, zoals het een blanke vrouw in de tropen betaamt, Jane. Vooral vrouwelijke literatuurcritici hebben zich boos gemaakt om Naipauls karakterisering van Jane: ze zegt nee terwijl ze ja bedoelt en ze raakt opgewonden als ze geslagen wordt. Alleen een "male chauvinist pig' kijkt op die manier naar vrouwen. Maar misschien weigert Naipaul tegenover de schuldige Jimmy een onschuldige Jane te plaatsen. Ze is een ""ongenaakbare vamp, onbewust berekenend, onverschillig tegenover haar lichaam, duidelijk bereid het te misbruiken en toch zo bezorgd om haar teint, tanden en haren.''

Geen enkele roman van Naipaul is zo lichamelijk als Guerilla. De gesprekken die de personages voeren zijn zinloos en zitten vol domme clichés. Maar hun lichamen zijn stuk voor stuk bijzonder. Naipaul beschrijft zorgvuldig hoe ze eruit zien, welke afwijkingen ze hebben, welke houdingen ze aannemen en welke geur ze verspreiden. Als mensen niet meer in elkaars ogen kunnen kijken en niet meer met elkaar kunnen praten, kunnen ze elkaar altijd nog ruiken. Als Jimmy de vrouw op het laatst besnuffelt en haar geur associeert met die van slangen en van "verrot vlees', kan hij zich veroorloven haar op gruwelijke wijze te verkrachten en te vermoorden.

Drie keer ontmoeten Jane en Jimmy elkaar in een afgelegen huis aan het eind van een smalle weg, half verscholen in het oerwoud. Een grot, lijkt het, want ondanks de ramen en het felle licht vindt Jane de plek weerzinwekkend en doodgriezelig; en Jimmy heeft het gevoel dat de ruimte gehuld is in een soort duisternis, dat zich echter vooral in hemzelf bevindt.

Hij probeert die duisternis te bestrijden door te schrijven en te fantaseren dat de blanke Jane bezeten van hem is, vanwege ""zijn perfecte lichaamsbouw en de last die hij draagt van alle lijdende mensen in de wereld''. Hij verzint dat Jane hem ziet ""als een prins met een gouden huid'' die haar zal redden nadat ze door een bende zwarte jongens op het strand wordt verkracht en bebloed en bewusteloos wordt achtergelaten. Dan zal Jimmy haar water komen brengen, in de kom van zijn hand.

De werkelijkheid is anders. Jane vindt Jimmy's attenties gewoon spannend, en het ligt in haar aard om te reageren als een "vrouw', wanneer een man haar het hof maakt. Maar Jimmy is niet zomaar een man, hij is een zwarte man. En dat geeft complicaties. Jane realiseert zich bijvoorbeeld niet dat Jimmy tegelijkertijd overgevoelig en gevoelloos kan zijn. Tijdens hun eerste seksuele ontmoeting neemt zij spontaan het initiatief, waardoor hij zich gekleineerd voelt. Als hij ook nog een vroegtijdige ejaculatie krijgt en zij daar honend over doet wordt hij ziedend.

Zijn fantasiewereld wordt nu macaber, zijn rancune ziekelijk en zijn sluimerende zelfhaat slaat om in walging. Hij heeft zich als een kind laten behandelen door Jane, ze heeft hem gewezen op zijn onvolwassenheid, zijn onvolgroeidheid, zijn onvolmaaktheid. Jimmy maakt van Jane het symbool voor de koloniale onderdrukking; omdat hij zichzelf ziet als toekomstig leider van het zwarte volk wordt zij de personificatie van de eeuwenlange vernedering die het zwarte ras heeft moeten ondergaan. Jimmy beseft dat hij de guerrillastrijd niet zal winnen, dat er zelfs helemaal geen guerrillastrijd zal zijn, maar hij kan zich altijd nog wreken op Jane en daardoor de winnaar worden van de revolutie in het klein.

Wat inderdaad gebeurt bij de derde ontmoeting. De illustrator van de omslag van het boek geeft nogal veel weg door een blanke vrouw op handen en knieën te tekenen, met achter haar een zwart aapachtig gedrocht dat aan haar haar trekt. ""We breken je vandaag open, Jane'', zegt Jimmy. In naam van alle zwarte mannen neemt hij wraak op deze vrouw, die alleen in zijn eigen ogen ergens schuldig aan is.

    • Anil Ramdas