Major: wij blijven ook in Europa echt Brits

BRIGHTON, 10 OKT. De Britse premier, John Major, heeft de Euro-sceptici in zijn Conservatieve Partij trachten gerust te stellen met de verzekering dat het belang van Groot-Brittannië in de onderhandelingen over Europa voor hem altijd voorop staat. Buiten het Europa van de Twaalf blijven zou een historische vergissing voor Groot-Brittannië zijn, aldus de Britse premier. Maar hij waarschuwde ook zijn collega's in de Europese Gemeenschap: “Probeer niet over ons te lopen.”

“Ik spreek als iemand die gelooft dat de Britse toekomst in Europa ligt. Maar wanneer ik uitlatingen van anderen in Europa hoor, dat wij, of de Denen, op hun condities onze handtekeningen moeten zetten, dan zal ik u zeggen wat ik denk. Tekenen op hun voorwaarden? Nog voor ik geboren was - als ons land toen niet had gevochten op ónze voorwaarden, dan zou er niet eens een vrij Europa zijn waaronder je een handtekening kunt zetten.”

In een doelbewust geënsceneerde sfeer van wij-Conservatieven-onder-elkaar kregen de in de Union Jack verpakte waarschuwingen van Major unaniem de handen op elkaar. De premier rekende af met de argumenten van de Euro-sceptici in zijn partij door opnieuw te betogen dat met de ratificatie van het Verdrag van Maastricht de eerste stap wordt gezet op het pad naar decentralisatie. De Europese top in Birmingham, volgende week, en die in Edinburgh, in december, zouden die tendens moeten doorzetten. Major waarschuwde de politici in Europa: “Als jullie daaraan (aan de decentralisatie - red.) geen aandacht besteden, zullen jullie nooit de EG bouwen die jullie voor ogen staat. Jullie zullen de EG die jullie hebben opbreken.”

John Major vergeleek de acties van tegenstanders van ratificatie van het Verdrag van Maastricht in zijn partij met die van Don Quichotte. Een voor een somde hij de windmolens op: Groot-Brittannië is niet gebonden aan een gemeenschappelijke munt, immigratiebeleid valt niet onder het verdrag, de sociale paragraaf is door de Britse regering geweigerd, onderwijs blijft een nationale bevoegdheid, defensie valt buiten het bereik van de Commissie en “wij zijn Britse burgers en zullen ook altijd Britse burgers blijven”.

Over de economie, het andere grote thema dat het congres verdeeld hield, liet de premier minder licht schijnen. Op de feitelijke devaluatie van het pond en U-bocht van zijn regering wilde hij kennelijk niet terugkomen. “We moeten ons staande houden in de wereld waarmee we nú te maken hebben.” De premier zei uit te zijn op een blijvend economisch herstel en niet op korte-termijnoplossingen, maar beleed zijn mededogen met de slachtoffers van de recessie. Er zijn, zei hij, “tekenen dat er verbetering in de lucht zit”.

John Major eindigde zijn toespraak met de verzekering: “Wat we doen, doen we voor Groot-Brittannië en nooit voor politiek voordeel op korte termijn.” Dat leverde hem de staande ovatie op die elke Conservatieve premier al 109 jaar lang gewend is van zijn partijgenoten te krijgen bij zo'n gelegenheid.