Lubbers: Duchtig beraad; Valutacrisis vergt extra bezuinigingen

DEN HAAG, 10 OKT. Premier Lubbers houdt er rekening mee dat het kabinet voor volgend jaar extra moet bezuinigen en voorziet dat daarover volgende maand in de ministerraad “duchtig” moet worden gepraat.

De premier zei dit gisteren na afloop van de ministerraad, in een reactie op nieuwe, nog officieuze berekeningen van het Centraal Planbureau. Daarin schetst het CPB een veel somberder beeld van de Nederlandse economie dan het kabinet op Prinsjesdag deed.

De valutacrisis die het Britse pond, de Italiaanse lire en de Spaanse peseta heeft getroffen, waardoor de Nederlandse gulden duurder wordt en de export wordt bemoeilijkt, is de voornaamste oorzaak. Het financieringstekort van het kabinet komt hoger uit en de groei van de werkgelegenheid valt drastisch terug. Daar staat tegenover dat de inflatie lager uitkomt. De CDA-fractie zei gisteren in een eerste reactie dat forse bezuinigingen nodig zijn, zo'n drie à vier miljard gulden.

Lubbers liet zich gisteren niet uit over exacte bedragen of berekeningen. Mogelijk vraagt het kabinet het CPB een nieuwe doorrekening van de kabinetsplannen die in de Miljoenennota zijn opgenomen. “Dat moet dan wel een berekening zijn die voor langere duur geldig is”, zei Lubbers. Het kabinet heeft onlangs zelf al een indicatie van het CPB bekend gemaakt. Daarin werd ten opzichte van Prinsjesdag een verslechtering gesignaleerd, maar nog lang niet zo'n somber beeld als de meest recente cijfers schetsen.

Het kabinet heeft zijn hoop nu in de eerste plaats gevestigd op de sociale partners. De lagere inflatie - volgens de laatste berekening geen 3,75 maar 2,25 procent - zou tot een lagere loonstijging moeten leiden. Minister De Vries (sociale zaken) deed al eerder, naar aanleiding van de vorige berekening, een dergelijke oproep.

Lubbers heeft goede hoop dat werkgevers- en werknemersorganisaties, die binnen de SER op het ogenblik overleggen over het economische beleid voor de komende jaren, elkaar in de loop van deze maand weten te vinden. Dat zou vervolgens kunnen leiden tot een centraal overleg van kabinet, werkgevers en werknemers over de loonontwikkeling in 1993. Het kabinet heeft al “informeel en vertrouwelijk” contact opgenomen met de sociale partners, aldus Lubbers.

De premier wees erop dat de jongste economische ontwikkeling ook voor de rijksbegroting niet louter tegenvallers met zich meebrengt. De lagere inflatie betekent bijvoorbeeld dat de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking minder hoeven te groeien en dat geldt ook voor de compensatie die de ministeries krijgen voor prijsstijgingen.

Het kabinet acht de loonontwikkeling in het bedrijfsleven volgend jaar, waarover de komende weken bij de voorbereiding van nieuwe CAO's de eerste gesprekken worden gevoerd, essentieel voor een verbetering van de economische ontwikkeling. Diverse ministers hebben aangedrongen op een bescheiden gemiddelde loonstijging. De vakcentrales FNV en CNV hebben zich daarvoor gevoelig getoond. Ze geven net als het kabinet voorrang aan verbetering van de werkgelegenheid. Niettemin ziet de FNV in de nieuwste gegevens van het Planbureau nog geen aanleiding om haar arbeidsvoorwaardenbeleid en het pleidooi voor een gemiddelde loonstijging van 4,5 procent bij te stellen.

Pag 3: FNV: nog geen paniek

Premier Lubbers vindt dat er voor half november meer duidelijkheid moet zijn over de economische ontwikkelingen, omdat dan een aantal “points of no return” worden bereikt. Hij doelde in het bijzonder op de cao-onderhandelingen die dan op gang komen en de looneisen die de vakbonden dan zullen hebben geformuleerd.

Lubbers zei dat bij nieuwe gesprekken in de ministerraad over de begroting, waarschijnlijk in de eerste helft van november, het “politieke profiel” daarvan overeind moet blijven. Het kabinet heeft op Prinsjesdag laten weten dat vergroting van de werkgelegenheid de allerhoogste prioriteit krijgt.

Bestuurder J. Draijer van de vakcentrale FNV zegt in een reactie dat de jongste cijfers van het CPB nog geen aanleiding vormen het arbeidsvoorwaardenbeleid voor volgend jaar bij te stellen. De vakcentrale kondigde vorige maand aan voor volgend jaar te mikken op een gemiddelde loonsverhoging van 4,5 procent bij een inflatieraming van 3,75 procent. Het CPB gaat nu voor 1993 uit van een inflatie van 2,25 procent. “Daar sluiten wij onze ogen natuurlijk niet voor, maar het zijn nog officieuze cijfers. We willen geen jojo-beleid. Als het kabinet over twee, drie weken met een officiële bijstelling komt, zullen we ons beraden. De nieuwe signalen van het CPB over de economie zijn zorgelijk, maar geen reden voor paniekvoetbal”, aldus Draijer.