Het oude scenario "maak de tegenstander zwart' werkt niet; Bush schiet met losse flodders

SAN FRANCISCO, 10 OKT. Eén man is plotseling geheel uit het gezicht verdwenen: de voormalige minister van buitenlandse zaken, James Baker. Deze fijne politieke neus werd door president Bush weer naar het Witte Huis gehaald om als chef staf de campagne te redden. Sindsdien is er niets meer van hem vernomen. Afgelopen woensdag moest hij bij een ceremonie voor het nog te ratificeren vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico tegenwoordig zijn. Hij bleef zo ver mogelijk van de camera's. Ook in het Witte Huis wordt hij nauwelijks gezien. Hij blijft op zijn eigen kantoor.

Baker is een meester in het zich dissociëren van mislukkingen. Bovendien heeft hij als laatkomer een onmogelijke taak. In het Witte Huis moet een sombere sfeer heersen. Medewerkers die Bush een jaar geleden tevergeefs tot meer initiatief aanmaanden, moeten een bittere triomf hebben. Het geblunder van hun baas kost hun waarschijnlijk hun baan.

De dagelijkse krantenkoppen zijn als bominslagen. Het verloopt altijd volgens een vast patroon. Eerst wordt een deelstaat uitgeroepen als de “sleutel” tot de rehabilitatie van Bush. Dit lijkt onzinnig, omdat de dertien of twintig verkiezingspunten van de ene deelstaat niet beter zijn dan die van de andere. Dan volgt het onheilsnieuws. Een week geleden heette het nog dat New Jersey een omstreden deelstaat was, deze week is de ontdekking dat ook de kiezers daar “naar Clinton leunen”. Louisiana, bolwerk voor Republikeinse presidentskandidaten, valt nu misschien ook voor de Democraat. “Nu is de president in moeilijkheden in zijn vakantiehuis”, meldde The New York Times, doelend op de deelstaat Maine waar in het plaatsje Kennebunkport zijn buiten staat.

Bush en Baker houden zich aan het scenario van de campagne van 1988: maak de tegenstander zwart. Totnogtoe heeft het weinig geholpen. Bij gebrek aan scherpe munitie van nieuwe onthullingen gooien de Republikeinen met alles wat ze hebben. Gisteren zei Bush zelfs dat Clinton niet “patriottisch” was, omdat hij tijdens zijn studietijd in Oxford met Vietnam-demonstraties meeliep. Hij zei ook dat Clinton zich moest verantwoorden over zijn vakantie naar Moskou, want hij zou toen de KGB hebben bezocht.

Het is uit de Oude Doos van Nixon in de Koude-Oorlog-jaren vijftig. Clinton noemt de aantijging een “wanhoopsdaad”. De kiezers zijn gehard tegen dergelijke absurditeiten. De slechte berichten over de economie zijn Clintons beste reclame. “De mensen stemmen niet voor Clinton maar tegen Bush”, zei de voorzitter van de Kamers van Koophandel in de hoofdzakelijk Republikeinse, San Fernando Valley in Californië spijtig.

Echt positieve, inhoudelijke boodschappen werken niet voor Bush, want niemand luistert. Een serieuze, economische toespraak, de viering van het vrijhandelsverdrag, zijn te abstract voor de kiezers die somber om zich heen kijken. Bush heeft zoveel grootse plannen verkondigd.

De verkiezingen zijn pas over een maand, maar in het verleden hebben zich weinig ommekeren-op-het-laatste-ogenblik voorgedaan. President Truman is een voorbeeld van iemand die tegen alle verwachtingen won, maar de passieve president Bush lijkt niet op hem. Sommige Republikeinen nemen een voorbeeld aan het Britse model, waar de conservatieven tegen alle voorspellingen in telkens wonnen. Maar de gematigde Democraten zijn Labour niet en bovendien kunnen de Amerikanen naast Clinton een Republikeins Congreslid kiezen.

President Bush heeft zijn hoop gevestigd op de drie presidentiële debatten. Morgen begint het eerste. Ook Ross Perot is uitgenodigd en hij zal de karakteraanvallen beperken door de aandacht van de kemphanen te richten op de economie en het begrotingstekort. Perot heeft zich na de aankondiging van de kandidatuur nauwelijks vertoond. Dinsdag gaf hij op eigen kosten zijn eerste les van een half uur in het begrotingstekort voor de televisie. Het programma haalde hoge kijkcijfers. Perot was een uitstekend leraar maar hij blijft impopulair. Gisteren werd het programma nog eens herhaald. De bedoeling was dat Perot de oplossing van de problemen zou geven, maar daar moest nog verder aan worden gewerkt.

Bush wordt voor het debat gecoached door communicatiespecialist Roger Ailes. Clinton is ingeënt tegen allergie. Hij gunt zijn stem rust, want hij is door de vermoeiende campagnes weer hees geworden. De meningen verschillen over het effect van een debat op de uitkomst van de verkiezingen. Er zijn historische blunders, zoals president Ford die zei dat Polen een vrij land was. Richard Nixon had in zijn debat met Kennedy in 1960 een schurkachtig voorkomen, omdat hij zijn snel groeiende baardhaartjes niet vlak van te voren had geschoren. De luisteraars zeiden toen dat Nixon had gewonnen maar de kijkers gaven de voorkeur aan Kennedy. Toch blijkt vaak na analyse dat andere factoren de doorslag gegeven hebben bij de verkiezingen, al worden de debatten wel gevolgd. Bush wacht op het wonder van die ene gouden onthulling. Of van een nationale crisis waar hij zijn leiderschap kan tonen.

    • Maarten Huygen