God houdt niet van de Bijlmer; Ontreddering in de Surinaamse gemeenschap

Hun vingers grijpen in elkaar. Steeds weer opnieuw. Stil rollen de tranen over hun wangen. De vrouwen kijken elkaar aan. ""Ik laat haar nooit meer los'', zegt de ene. Haar zus was met haar kinderen net uit haar flat in Groeneveen naar beneden gegaan toen het gebeurde. ""Ik had gehamerd en gehamerd dat ze die avond bij mij langs zou komen. Daardoor is ze gered. Ik weet niet waarom. Ik weet echt niet waarom...''

Daar staan ze, tussen de Rode-Kruiswerkers, de Heil-soldaten, de koffie en de borden macaroni en andijvie. Boven hun hoofd een flapover waarop met viltsift "Suriname' is geschreven. Via de luidsprekers worden de aanwezigen opgeroepen om zich te verzamelen voor de sociale dienst. Kinderen spelen verderop tussen de lijnen en de strepen van die enorme sporthal waar het leed in deze eerste dagen na de ramp centraal is ondergebracht.

Er zijn kraampjes van herhuisvesting, de sociale dienst, de verzekering. Politiemannen in burger registreren de opgave van vermisten. In de hal heerst een verdwaasde, chaotische stemming. Op de lange banken en de plastic stoeltjes langs de wanden zitten groepjes mensen te praten. Anderen staren de ruimte in met wijd opengesperde ogen. Op de hulpverleners na zijn vrijwel alle gezichten donker. Een Rode-Kruiswerker met een blond snorretje probeert een vrouw te troosten. Met zijn magere hand klopt hij op haar rug. Onhandig, goedbedoelend, in zijn te korte broek boven gigantische gymschoenen.

In de Surinaamse hoek is het druk. Slachtoffers, familieleden, maar ook gewoon mensen uit de gemeenschap die hun solidariteit komen betuigen. ""Zij daar is haar nicht met haar kinderen kwijt'', vertelt een vrouw met een klein panterhoedje op. Zelf heeft ze ook een slachtoffer in de familie. De moeder van haar man's schoonzuster die in de flat is gebleven. ""Ik heb het hem nog niet verteld'', zegt ze. Een ander heeft net even een Ghanese vrouw naar de tafel van de sociale dienst gebracht. ""Als je er in dit land niet met je neus bovenop staat, boren ze het erdoor heen'', had ze de Afrikaanse de spelregels van de Nederlandse verzorgingsstaat onderwezen. Nu schommelt ze heen en weer op haar stoel: ""Moet je je voorstellen, die vrouw die haar kind in de keuken hoorde gillen, maar alle deuren zaten op slot''. Ze slaat haar hand tegen haar voorhoofd. ""Dat zul je heel je leven in je kop blijven horen.''

Geen toeval

Steeds weer de verhalen. Verhalen van vrouwen met hun kinderen; de kern van de Surinaamse gemeenschap is door de ramp zwaar geraakt. ""Mijn dochter was niet thuis. Ze had haar kinderen bij mij gebracht'', vertelt een oudere vrouw. Ze zit op een stoel middenin de sporthal. Om haar heen een krans van kinderen en kleinkinderen. Het huis van haar dochter lag precies in het gat van de flat Kruitberg. Naar haar eigen huis, dat een stukje verderop in de Kruitberg ligt, mag ze niet terug. ""De deuren klemmen een beetje'', zegt ze. Ze kneedt de hengsels van de grote tas op haar schoot: ""God weet waarom die plane precies daar naar binnen ging vliegen''.

Het is de vraag die steeds weer terugkomt. Waarom juist daar, waarom de Bijlmer?

""Uit de Bijlmermeer komt alleen maar slecht nieuws'', zegt een jongen. ""Dat is toch altijd al zo geweest? Rovers, junkies, rampen, dat is de Bijlmer, toch?'' Zijn gezicht staat hard en strak. Zijn blokhead-kapsel nog vierkanter dan anders. ""Kijk'', wijst hij. Op de achterkant van een vermistenformulier tekent hij de cirkel die de Israelische Boeing beschreef: ""Hier is Diemen, Naarden-Bussum, Weesp. Daar is hij overheen gegaan. Hier de Bijlmer. Daar is hij gaan neerstorten.''

Bij veel Surinamers leeft het gevoel dat het geen toeval meer is. Drie jaar geleden het ongeluk met het SLM-vliegtuig bij Paramaribo. En nu dit. De grootste ramp in Nederland na de watersnood van 1953 vindt plaats in de Bijlmermeer. Een vliegtuig boort zich recht in het hart van de Surinaamse gemeenschap. ""God houdt niet van Suriname'', had een vrouw in de sporthal gezegd.

Tegen een muur in het tochtige ondergrondse van winkelcentrum de Amsterdamse Poort bespreekt een groep jongens "dat ding', zoals de ramp inmiddels alom genoemd wordt. De klap, de vlammen, de hitte. En de doden. Wie wel en wie geen "mensen daar' heeft. Aan de gesprekken te horen heeft inmiddels iedereen wel "iemand daar'. Ook het rampenplan dat zondagavond op gang kwam, vormt onderwerp van dicussie. ""Ik mocht van de politie niet naar mijn huis man. Ze gingen gelijk slaan'', zegt een jongen. Een ander vertelt hoe hij mensen had zien springen, ""maar de brandweer ging ze niet opvangen''. De jongens zijn kwaad. Ze voelen zich in de steek gelaten, nog verder naar de rand geduwd. ""En nu moeten we ook nog pasjes hebben om onze vrienden in de sporthal te bezoeken.''

Een paar maanden geleden protesteerden ze bij het stadsdeelkantoor even verderop tegen de afbraak van de Bijlmerflats Gerenstein en Geinwijk. Twee honingraten met in totaal 4000 bewoners die de gemeente tegen de grond wil gooien. Op de plaats van de sociale hoogbouw moeten dure premie-huur- en koopwoningen komen. ""Om de eenzijdige sociale samenstelling van de wijk te doorbreken'', zeggen de beleidsmakers. ""Omdat ze vinden dat er teveel zwarten zijn'', zeggen de bewoners die zich massaal tegen de plannen verzetten.

In hoorzittingen en inspraakrondes wezen ze erop hoe in de flats sociale verbanden zijn gegroeid, hoe vrouwen hun kinderen bij elkaar onderbrengen, hoe je tegelijk met de flats een heel evenwicht zou afbreken. "Deportatie', noemden de bewoners de plannen en ze beschreven hoe de Bijlmermeer heus niet alleen bestaat uit junks en griezelige parkeergarages. Ondanks de hoorzittingen en de protesten is in juni de beslissing tot sloop door het gemeente- en deelraadsbestuur toch genomen. De grap die nu de ronde doet ligt voor de hand: ""Zo heb je de Bijlmer snel gesloopt. En over de herhuisvesting van de mensen hoeven ze zich geen zorgen te maken.''

Rot en waardeloos

Het regent en het is koud. Voor de glazen deuren van het opvangcentrum is nog steeds dezelfde drukte. Cameraploegen, familieleden, het Leger des Heils met soep en kleren. Door de deuren komen twee jongens naar buiten. Ze hebben kunstig geschoren kapsels en houden ieder een vuilniszak in hun hand. ""Dit is wat ik verdiend heb in vijftien jaar Nederland'', zegt de een en houdt zijn zak omhoog. Ze worden naar hun woningen in de getroffen flats begeleid om te kijken wat er van hun spullen is overgebleven.

Haidy Abrahams (38) rilt in haar dunne jasje. ""Het gaat er op dit moment om dat we eerst het materiële aan kant hebben'', zegt ze. ""De mensen voelen zich rot en waardeloos. Maar het psychische breekt pas echt door als ook het slechte nieuws bevestigd is: als de slachtoffers zijn geïdentificeerd.'' Abrahams is coördinator van de pastorale staf van het crisisteam en zorgt voor de geestelijke opvang van de slachtoffers in de sporthal. Ook na de ramp met het SLM-toestel was Abrahams' team actief. ""Niet-Westerse mensen hechten in dit soort gevallen aan pastoraal werk.'' In haar staf zitten weinig mensen van Surinaamse of Ghanese afkomst. Maar dat geeft niet, zegt Abrahams. ""Nederlanders doen het net zo goed.''

Het meest schokkende voor haar zijn de mensen die zowel bij de SLM-ramp als ook afgelopen zondagavond familieleden hebben verloren. Drie jaar lang is haar team bezig geweest met de gevolgen van de ramp bij het Surinaamse vliegveld Zanderij. Voor veel mensen die bij die fatale landing familieleden verloren, kwam de echte klap pas na een jaar. Abrahams vermoedt dat het nu anders zal zijn. ""Dit is directer. Mensen zijn hun huis, hun bezittingen kwijt. En iedereen hier in de Bijlmer heeft de klap gehoord, de vlammen gezien.'' Veel Surinaamse mensen stellen ook haar de vraag: Waarom wij, waaraan hebben we dit te danken? Abrahams: ""Ze denken dat ze gestraft worden door God.''

En wat zegt de dominee dan?

""Dan zeg ik dat ik het niet weet. Wij weten niet alles. Sommige dingen gaan zoals ze gaan.''

Rovers

Het is al donker als voor de deuren van de sporthal een jongen begint te roepen. Met vertrokken gezicht, de ogen wijd open. In het schijnsel van de neonletters herken ik zijn kapsel. Hij is een van de jongens die zoëven zijn huis mocht bezoeken.

""Rovers!'' roept hij, terwijl hij woedend voor de agenten langsloopt die de ingang van de sporthal bewaken. Er zijn dieven in zijn huis geweest toen hij in het opvangcentrum zat. ""De enige die in mijn huis is geweest is die politie!'' Een vriend probeert hem te kalmeren: ""Jij laat die vlam in de pan slaan man. Er zijn al vlammen genoeg. Als je alles over één kam wil scheren, moet je wel eerlijk scheren.''

Eén flatblok verder ligt het Surinaams cultureel centrum Kwakoe. Op tafel staan kaarsen. Aan de muur hangen foto's van Ruud Gullit, en van de rouwplechtigheid voor de slachtoffers van de SLM-ramp. Kwakoe was nauw bij de organisatie van de herdenking betrokken. ""Het is te gek dat ze die mensen zo terugsturen naar hun huizen'', zegt Djinti. Ook hij was actief bij de hulpverlening aan de SLM-slachtoffers. ""Ze houden er totaal geen rekening mee hoe dat ding in onze gemeenschap wordt opgevangen. Die mensen denken nu toch alleen maar hoe daar een vliegtuig hun huis binnen is komen vliegen? En dan moeten ze in het opvangcentrum de hele dag papiertjes van de verzekering invullen, stempels laten zetten, de sociale dienst, herhuisvesting. Ze vragen de mensen waar ze willen wonen. Nu zeggen ze allemaal in Oost, of West, als het maar niet de Bijlmer is. Maar wat moeten die mensen straks in Oost? Dan gaan ze daar voor de tweede keer sterven.''

Het is allemaal zo "stippelig' georganiseerd, vindt Djinti: ""Ze moeten alles in envelopjes steken.''

Bij Kwakoe klinkt zware kritiek op de manier waarop de hulpverlening aan de slachtoffers is georganiseerd. ""Wat mensen nodig hebben is troost vanuit hun eigen culturele achtergrond'', zegt directeur Guno Bakboord. Het is duidelijk een "wit' rampenplan. Goed, mevrouw Abrahams is donker. Maar wat weet een kerkelijk persoontje als zij nu van zoiets als een Dede Oso, een Surinaams dodenfeest, waarbij de mensen een hele avond zingen en verhalen vertellen die gaan over de mensen die gestorven zijn. ""Het gaat erom dat verdriet op te wekken, en het niet weg te kroppen zoals die Bakra's'', had Djinti gezegd. Surinamers zijn binnenvetters, het zijn geen mensen die huilen en hun verdriet gaan uitdragen. Daarmee moet rekening gehouden worden bij de rouwverwerking. Maar hoe doe je zoiets in die grote sporthal, waar de hulpverlening er alleen maar op uit is alles zo goed mogelijk onder controle te houden?

""Surinamers vormen de grootste getroffen groep'', zegt Bakboord. ""Maar ik heb het idee dat dat wordt ontkend. Er wordt ontkend dat het een zwarte ramp is. Als Peres het heeft over "onze vrienden in Nederland', dan weet ik niet welke zwarte vrienden hij hier heeft.'' Hij beluistert de persconferenties waarop Dales, Van Thijn, en May Weggen om beurten verklaren hoe goed het rampenplan werkt: ""Alsof hun rampenplan in het geding is en niet het menselijk leed.''

Boven in het kantoor van Kwakoe zitten woensdagavond om elf uur drie vrijwilligers over een dikke stapel papier gebogen. Het zijn de officiële vermistenlijsten van de politie. Een vrouw met grote oorbellen heeft een groene stift in haar hand, waarmee ze de namen omcirkelt waarvan wordt vermoed dat ze Surinaams zijn. ""Scholte?'', vraagt ze. ""Jawel, streep maar aan, er is een Scholte-import geweest.'' Zo worden de lijsten geschoond en ontstaat langzaam een overzicht van wie er in de gemeenschap zijn geraakt. ""Zoveel kinderen'', verzucht de vrouw.

""Zeg, zag je Janmaat op de lijst staan?'', vraagt een man plotseling.

""Nee'', zegt de vrouw. ""Die had weer mazzel. Hij was net een ijsje gaan kopen.''

Rouwmuziek

Vier dagen na de ramp durft Juliette nog steeds haar flat niet uit. ""Ik laat mijn zoon de boodschappen doen.'' Het is lieflijk herfstweer. De eendjes in de vijver kwaken, het groen geurt, een man plakt zijn fietsband. Er hangt een onwerkelijke sfeer. Overal lopen mensen met fototoestellen en verrekijkers. Nog nooit heeft de Bijlmer zoveel witten gezien. Een man in een groene loden jas laat zich door drie kleine meisjes uitleggen hoe het gebeurd is. Hun vlechtjes dansen als ze met hun kleine armen steeds opnieuw dat grote gebaar maken: ""Boem.''

De eerste verdoving begint te verdwijnen. ""Ik voelde me altijd heerlijk hier'', vertelt Juliette. ""Heel veilig en prachtig met dat groen.'' Nu is ze bang. Ze wil weg uit de Bijlmer. Haar buren zijn al vertrokken. Het is daar muisstil, en dat is niet normaal. ""Als je weggaat kom je nooit meer terug'', zegt haar moeder, die uit Rotterdam is overgekomen. Met een grote schoonmaakspuit gaat moeder de tafel te lijf en de lepeltjes en de Surinaamse souvenirs in de kast. In de keuken ligt nog de berg cups, de plastic bekers die bij grote gelegenheden tevoorschijn worden gehaald.

Juliette was alleen thuis toen de Boeing insloeg. Ze had net ijs gehaald in de keuken. ""Ik wist gewoon dat ik plat moest gaan. Ik hoorde dat geluid. Ik zag lichtflitsen. Toen ik m'n kop wilde optillen, kwam de plof...'' Zwijgend kijkt ze uit haar raam. Een gapend gat, geblakerde flats, op de plek waar eens honderden mensen woonden. De kranen van de bergingsploegen trekken trage banen door de lucht. Juliette veert op. ""Het is dat geluid'', zegt ze. ""Dat geluid van metaal. Ik schrik me elke keer te pletter.''

De telefoon bij Juliette staat niet stil. Familie, vrienden en kennissen bellen vanuit Suriname - ""ze zaten daar allemaal al te huilen en te brullen''. De verhalen houden nooit op. Over de oom van een vriendin die zijn pitbulls ging uitlaten en daardoor is gered. Over die ander die bij een gebedsbijeenkomst was, en zó het gat van die plane inviel.

Ook zij vraagt zich af: Waarom hier? Ze weet wel dat het komt door die hoge flats. Dat zo'n vliegtuig zich niet zo snel in een bungalow in Weesp zal boren. ""Maar het is een goede gelegenheid om te gaan doemdenken'', zegt Juliette. ""Je denkt ergens toch dat het met de Bijlmer te maken heeft. Er bestond al zo'n beeld van: alles wat zwart is, is crimineel. Nu zijn ze dus ook nog illegaal en ploffen ze met hele flats tegelijk uit elkaar. Het beeld van de Bijlmer wordt steeds zwarter.''

Waarom was er op televisie geen rouwmuziek, vraagt ze zich af. Je zet de televisie aan omdat je informatie wil en dan springt er weer een of andere gek over het scherm. Niet één zender heeft gezegd: We stemmen alles af op de informatie. ""Dan denk je: Als dit in Soester-weet-ik-veel was gebeurd hadden ze hun programma's wèl aangepast.''

Ze wil zich door die gedachte niet laten meeslepen. ""Anders zou ik net zo'n grote ezel zijn als de rest.'' Zij weet hoe ze met zwart en blank wil omgaan. Ze wil niet in vakjes denken. ""Maar voor de Bijlmer is het echt een ramp hoor'', zegt Juliette en kijkt opnieuw naar buiten. ""Dat ding hier komt nooit meer goed.''

Op het gras naast de vijver bestuderen experts een stuk vliegtuigstaart. Vlak naast de vijver waarin het beeld van Moeder Aisa onbeschadigd prijkt. Acht jaar geleden werd dit kunstwerk door een Israelische kunstenaar gemaakt. Het beeld, dat moeder aarde symboliseert, wordt geëerd door de Surinaamse gemeenschap. Elk jaar brengen vrouwen haar eten, als offerande. ""Dit jaar hebben ze haar vergeten'', wordt nu verteld. ""Toen zijn de Israeli's haar zelf voedsel komen brengen.''

Met dank aan Babette Niemel

    • Marjon van Royen