Een slecht jaar voor verzekeraars in de luchtvaart

ROTTERDAM, 10 OKT. Voor de luchtvaartverzekeringsbranche is 1992 opnieuw geen profijtelijk jaar. Een aaneenschakeling van vliegtuigrampen dreigt te leiden tot een recordbedrag aan uit te keren claims, terwijl de premie-inkomsten door de felle concurrentie in deze verzekeringssector tot een dieptepunt zjn gedaald. Alleen een forse sanering van de branche kan uitkomst bieden.

“De luchtvaartverzekeringsbranche is al een aantal jaren verliesgevend”, zegt John Westcott, werkzaam bij de grootste Britse verzekeringsmaatschappij Lloyds. Oorzaak daarvan is volgens Westcott dat er teveel partijen op de verzekeringsmarkt aanwezig zijn. “Veel verzekeraars vinden het interessant om ook in de luchtvaart actief te zijn, maar ze hebben geen idee van de omvang van de risico's”, zegt Westcott. Die maatschappijen geven enorme kortingen weg om op die manier een stukje van de markt te veroveren en dwingen de grote verzekeraars daardoor om ook de tarieven te verlagen. Sinds 1986 zijn de tarieven ongeveer gehalveerd.

“Er is een behoorlijke overcapaciteit in de luchtvaartverzekeringsbranche”, bevestigt mr. J.E. Jonker van de Nederlandse Luchtvaartpool, het samenwerkingsverband waarin negentien Nederlandse verzekeraars, waaronder Nationale Nederlanden, Aegon, Delta Lloyd en Amev, hun luchtvaartbelangen hebben ondergebracht. “Daardoor zijn de premies de laatste jaren laag gebleven.”

De discussie rond de tariefsverhoging is op dit moment in volle gang. Drie kwart van de verzekeringsmaatschappijen stelt in de laatste drie maanden van het jaar voor iedere luchtvaartmaatschappij opnieuw de hoogte van de tarieven vast. Belangrijke overwegingen daarbij zijn het aantal ongelukken waarmee de maatschappij in de loop van zijn bestaan betrokken is geweest en de situatie in de regio's waarbinnen de maatschappij opereert. Als de maatschappij bijvoorbeeld regelmatig vluchten uitvoert boven oorlogsgebied, moet er een extra risicopremie betaald worden.

De verzekeraars opereren vaak gezamenlijk. Zelfs Lloyds, dat op dit gebied één van de grootste aanbiedende partijen is, probeert steeds een deel van het risico van claims bij andere maatschappijen zoals de Nederlandse Luchtvaartpool onder te brengen. Dat kan niet anders, zegt Jonker, “debedragen voor schadeclaims kunnen in deze branche heel snel oplopen”. De verzekeringspolissen worden verhandeld op internationale assurantiebeurzen, waar via de wet van vraag en aanbod de tarieven worden vastgesteld.

Door de reeks van ongelukken die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden, zijn de gemiddelde tarieven al met ongeveer 50 procent gestegen. De regionale verschillen zijn echter groot: sommige Aziatische vliegtuigmaatschappijen moeten nu bijna het dubbele verzekeringstarief betalen, terwijl verschillende Europese en Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen tot nu toe de dans ontsprongen. De totale premie-opbrengsten in deze branche bedragen dit jaar ongeveer 650 miljoen dollar. Dat is waarschijnlijk nog niet genoeg om de schade-uitkeringen over deze periode te voldoen. Britse verzekeringsexperts houden rekening met een totaalbedrag aan claims van meer dan een miljard dollar.

Een structurele verbetering van de winstgevendheid kan volgens Lloyds-expert Westcott alleen bewerkstelligd worden als een aantal aanbieders van de markt verdwijnt. Veel kleinere verzekeraars zijn volgens hem erg geschrokken van de vele vliegtuigongelukken die dit jaar hebben plaatsgevonden. Westcott hoopt dat deze maatschappijen zich na het recente ongeluk van de Israelische vliegtuigmaatschappij El Al in de Bijlmer definitief zullen terugtrekken uit de markt. “Dan zal er misschien weer ruimte zijn voor een professionele benadering.”

    • Marcella Breedeveld