EEN CHINESE HELLEKONING

The Claws of the Dragon. Kang Sheng, the Evil Genius behind Mao and his Legacy of Terror in People's China door John Byron and Robert Pack 560 blz., geïll., Simon and Schuster 1992, f 60,50 ISBN 0 671 69537 1

Najaar 1979 liep ik met ex-premier Joop den Uyl, door een steegje met antiekwinkels in Peking. Wie kwamen we tegen? Koningin Margarete van Denemarken, een van de eerste regerende monarchen die China bezocht. Den Uyl zei: ""Het is hardstikke slim dat ze die koninginnen hier halen, want als de mensen thuis de televisiebeelden en foto's zien zeggen ze: zie je wel, zij [de communistische leiders] zijn geen moordenaars want anders zou onze koningin toch niet zo vriendelijk tegen ze zijn.''

Koningin Beatrix zou eind mei 1989 een staatsbezoek aan China brengen. Een week na de afgelasting van die reis rolden de tanks het centrum van Peking binnen en twijfelden zelfs de meest goedgelovigen er niet meer aan dat de machtigen in China moordenaars waren. De koningin had al in 1977 als kroonprinses China bezocht. Voorzitster van het ontvangstcomité en haar gastvrouwe toen was Cao Yi'ou (spreek uit Tsao I-ouw), weduwe en medeplichtige van de meest boosaardige moordenaar uit de twintigste-eeuwse Chinese geschiedenis, Kang Sheng, de in december 1975 als derde machtigste man van China overleden grondlegger en regisseur van Mao Zedongs terreur-apparaat. ""Dat zo'n belangrijk iemand de prinses begeleidt, illustreert hoe groot belang is dat China aan dit bezoek hecht'', zei de toenmalige ambassadeur in routineuze diplomaten-babbel.

Kang Sheng werd in 1980 postuum uit de partij gestoten, nadat in opdracht van de nieuwe liberale partijleider Hu Yaobang een voorlopige kroniek van zijn misdaden was opgesteld. Het documentair materiaal werd tot een Kritische Biografie van Kang Sheng verwerkt die in 1982 uitkwam, met het doel de nabestaanden van Kangs slachtoffers en de humanere krachten binnen het regime gerust te stellen dat de donkerste dagen voorbij waren. Het boek van 437 pagina's werd echter na een week uit de "interne boekhandels' genomen omdat teveel machthebbers vreesden dat openbaring van zoveel gruweldaden het regime zou ondermijnen.

"TIJDBOM'

John Byron, pseudoniem voor een westerse sinoloog en diplomaat, kreeg in de zomer van 1983 een exemplaar van deze interne "tijdbom' in handen. Hij gebruikte het materiaal als kern voor zijn veel breder opgezette Kang-biografie The Claws of the Dragon. Kang Sheng, the Evil Genius behind Mao and his Legacy of Terror in People's China die onlangs verscheen. Byron heeft de selectieve Chinese onthullingen in perspectief gezet en aangevuld met onderzoek in de voormalige politie-archieven van de Internationale Concessie in Shanghai (nu in de Nationale Archieven van de VS), de Kwomintang-archieven in Taipei, de Comintern Archieven in Moskou en talrijke interviews met Russische en Chinese tijdgenoten.

Het resultaat is een van de belangrijkste boeken die er over China is geschreven, en in ieder geval een van de beste analyse van de duistere krachten in dit land, dat nog steeds in een moreel vacuum verkeert en nog geen sterk anker in de moderne wereld heeft. Het plaatst de opkomst van een buitensporig individu als Kang in de context van de chaos van twintigste-eeuws China. Het is een verhaal in het decor van de overweldiging van China's feodale Confucianistische orde door het Westerse expansionisme, de kortstondige, marginale intrede van Europese ideeën, en ten slotte de omhelzing van het marxisme, die via de leninistisch-stalinistische perversies in de maoïstische implosie ontaardde. In de eerste fases was Kang een trendvolger, in de laatste een trendsetter, meer nog dan Mao zelf.

BORDEELJAGER

Kang Sheng werd in 1898 geboren in Zhucheng in de provincie Shandong als een bevoorrecht kind van de stervende oude orde. Als hyper-intelligente zoon van een landedelman kreeg hij een grondige scholing in de Chinese klassieken, calligrafie, schilder- en krijgskunst. Decadent en nihilistisch als hij was, werd hij leider van een opium-rokend, bordeeljagend, zwaardvechtend geheim genootschap. Zestien jaar oud sloot zijn orthodoxe vader hem op, waarna de jonge gangster op advies van familievrienden in 1914 naar de Middelbare Missieschool in de Duitse vlootbasis Tsingtao werd gestuurd. Van de rector, de eminente sinoloog Richard Wilhelm kreeg hij daar onderricht in de I Tsjing, het klassieke boek der veranderingen dat een beslissende invloed op zijn leven had. De I Tsjing benadrukt de wisselvalligheid in het menselijk verkeer en de rol van het toeval in plaats van constantheid in de natuur. Het is, kortom, een handboek voor opportunisme.

Na een jaar keerde hij terug naar zijn geboortedorp waar hij in 1924 Jiang Qing ontmoette, die veertien jaar later dankzij Kang de vierde vrouw van Mao werd. De auteurs nemen aan dat Kang toen al een seksuele relatie met Jiang Qing heeft gehad. Zij was pas twaalf en voor arme plattelandsmeisjes was seks een toegangsbewijs tot een betere wereld.

Al snel trok Kang naar Shanghai, toen de meest immorele stad van de wereld. Hij vond er wat hij zocht: dolce vita en een nieuwe intellectuele ontdekking, het marxisme, dat een bevredigend substituut werd voor zijn vergane traditionele wereld.

De jonge communistische partij was net haar stakingen en stadsguerilla tegen de Kwomintang begonnen en de ondergrondse geheimzinnigheid waarmee dit gepaard ging was een uitdaging voor de sinistere Kang. Hij voorzag dat het communisme de potentie had een wereldwijde zaak te worden die hem macht en prestige kon brengen. 's Nachts trok Kwang zich terug in bordelen omdat de politie daar tegen betaling geen overvallen deed. Niettemin werd hij in 1930 gearresteerd, maar in ruil voor verraad van zijn kameraden kwam hij vrij. Desalnietttemin moest Kang in 1933 Shanghai ontvluchten en hij week uit naar Moskou.

Gedurende zijn vier jaren in Moskou haalde hij de hoogste graden in alle aspecten van politieke terreur. Stalin's zuiveringen en schertsprocessen leerden hem hoe je afgezien van arrestatie, foltering en executie met geruchten paniek kon zaaien, met insinuaties de meest groteske valse bekentenissen kon afdwingen en met etiketten als "contra-revolutionair' of "agent van de vijand' elke potentiele tegenstander tot wanhoopsdaden kon dwingen.

MAO GERED

In 1937 arriveerde Kang in het hoofdkwartier van Mao Zedong te Yanan in Noordwest-China. Kort tevoren was Kangs jeugdvriendin, Jiang Qing, na enige frivole en politiek suspecte jaren in Shanghai, daar ook aangekomen. Mao kreeg snel een affaire met deze "femme fatale', ondanks dat het gonsde van roddel over de vele schandalen waarin zij verwikkeld was geweest. De partijtop wilde Mao zelfs discrediteren en afzetten. Kang Sheng rook hier een kans. Hij sloot zich niet bij de oppositie aan maar redde Mao uit dit moeilijke parket door alle beschuldigingen tegen Jiang te weerleggen en haar politieke loyaliteit te garanderen. Hij knoeide met haar dossier, vernietigde belastend materiaal en intimideerde getuigen tot stilzwijgen. Kang werd de vertrouweling en bondgenoot van het paar. Via Jiang Qing had hij nu "zhentoufeng' over Mao, de macht van ""de wind op het kussen''.

Spoedig was Kang hoofd van de twee meest gevreesde communistische organisaties: de militaire commissie en de inlichtingendienst. Kang deelde Mao's passie voor China's klassieken en hielp hem zijn calligrafie te verbeteren en zijn gedichten te polijsten. Zij bleven vrienden tot het eind van hun leven, waarbij Kang zich altijd als de bescheiden, vleiende hoveling en masseur van Mao's maniakale ego gedroeg. Kangs preoccupatie was nu om alle vijanden uit het verleden en alle potentiele rivalen die zijn ambitie om nummer twee naast Mao te worden in de weg stonden, uit te rangeren. Het middel was het uitvinden van een wereld vol spionnen en agenten, waarmee hij Mao's in vele opzichten simpele, achterdochtige, xenofobe geest wist te manipuleren.

De communistische overwinning in 1949 was een anticlimax voor Kang. Aangezien hij teveel vijanden had en de paranoia van de oorlog over was, kreeg hij geen top-positie en ging vijf jaar met "ziekte-verlof'. Hij wijdde zich aan de opium en aan zijn maitresse Su Mei, de jongere zus van zijn vrouw, waarmee het echtpaar sinds 1927 een ménage-à-trois had gehad.

De oplopende ruzie met Moskou begin jaren zestig bood Kang een kans om zich terug naar de top te vechten. Hij gold als een Sovjet-expert vanwege zijn vierjarig verblijf daar en zijn kennis van het Russisch. Mao had blind vertrouwen in hem en hij kon de Voorzitter naar believen desinformeren en het zo op een totale breuk aansturen.

ONWILLIGE MANDARIJNEN

In deze tijd was het Kang die het idee in Mao's hoofd plantte dat een historisch drama over een rechtschapen mandarijn die door een despotische zestiende-eeuwse keizer werd ontslagen niets anders was dan een samenzwering om een door Mao ontslagen maarschalk te rehabiliteren en de "rode keizer' ten val te brengen. Mao was onderwijl tot een machteloze "ere-voorzitter' gedegradeerd terwijl de top-bureaucraten Liu Shaoqi en Deng Xiaoping probeerden het land op een rationele koers te krijgen. Mao sloeg terug en in 1962 decreteerde hij dat er opnieuw klassestrijd gevoerd moest worden, want alleen in een sfeer van haat en strijd kon zijn leiderschap gedijen.

Kang zag nu de kans van zijn leven. Nog één element van het stalinisme ontbrak in China: ongebreidelde aanbidding van een "goddelijke' leider. Lin Biao, Mao's andere en even obscure hoveling zorgde daarvoor met indoctrinatie-campagnes in het leger en de lancering van ""de theorie van het genie"", volgens welke Mao de ""grootste marxist-leninist van alle tijden'' was. Zo begon de Culturele Revolutie, die door de simpelen van geest in het Westen lang werd gezien als een nieuwe radicale, egalitaire fase in het revolutionaire proces. Voor de historisch bewuste Kang was het de herleving van een eeuwenoude traditie dat een keizer die zijn zin niet kreeg, over de hoofden van onwillige mandarijnen heen een beroep op de laagste niveaus van het volk deed, ditmaal de Rode Gardisten.

In de chaos kreeg Kang de persoonlijke archieven in handen en daarmee kon hij zijn finale klopjacht op alle echte en vermeende rivalen lanceren. Grootschalige archiefvervalsingen vonden plaats: vernietiging van belastend materiaal tegen Kang zelf en zijn handlangers was routine; beschuldigingen van spionage voor de Russen en de Kwomintang werden bij elkaar gefabriceerd, bijvoorbeeld tegen president Liu. Mao koesterde een diepe haat en jaloezie tegen president Liu omdat die de leider van de stedelijke arbeidersklasse was, terwijl Mao een rauwe boeren-revolutionair was. Op topniveau liet Kang niemand executeren, maar wel martelen en dan stierf het slachtoffer vervolgens aan medische verwaarlozing.

Deng Xiaoping was een moeilijk geval. Hij werd tot vijand van Mao gebrandmerkt omdat hij in 1956 een rede tegen de persoonlijkheidscultus had gehouden. Maar hij was, anders dan Liu, nooit door de Kwomintang gearresteerd geweest en kon daarom niet van spionnage en verraad worden beschuldigd. Kangs archiefspeurders vonden echter wel bewijzen dat Deng na een militaire nederlaag in Zuid-China een keer naar Hongkong was gevlucht. Dat was niet genoeg om hem te vervolgen, te martelen en de dood in te jagen, maar hij werd wel uit zijn functies gezet.

KANKER

Telkens als de Rode Gardisten kunstcollecties hadden geplunderd, werd de buit afgevoerd naar een centraal pakhuis, waar Kang zich dan meteen het beste toeëigende en liet overbrengen naar zijn villa. Sinds 1970 leed Kang aan kanker en kon hij nog maar zelden de concentratie voor nieuwe duivelse samenzweringen opbrengen. Hij maakte zich in toenemende mate zorgen over zijn plaats in de geschiedenis en probeerde in 1973 een campagne te ontketenen om door middel van historische allegorieën Zhou Enlai te discrediteren als een patricische mandarijn die een boerenkeizer - Mao - ten val wilde brengen. Onderdeel van de campagne was de verheerlijking van enige vrouwelijke heerseressen uit de geschiedenis met het doel om de weg te banen voor de opvolging van Mao door Jiang Qing, een nieuwe "keizerin-weduwe' met Kang Sheng als regent.

Mao was echter te seniel om nog serieus op Kangs hersenspinsels in te gaan. Toen Kang merkte hoe diep de kloof tussen Mao en Jiang geworden was - sinds 1962 had Mao een jonge treinconductrice als concubine - probeerde hij Jiangs ware levenwandel te openbaren, waarmee hij erkende dat zijn hele pleidooi voor haar, dat Mao in 1938 in staat had gesteld haar te trouwen, frauduleus was geweest. Het had geen effect meer. Wel overreedde hij Mao met succes om de in 1973 gerehabiliteerde Deng Xiaoping opnieuw te ontslaan omdat anders de hele Culturele Revolutie zou worden tenietgedaan. Deze tweede verwijdering van Dengs, vijf maanden voor Mao's dood, liep slechts uit op een tactische tijdelijke terugtrekking want Deng had genoeg generaals die hem beschermden.

DEMON

Zeventien jaar zijn er verstreken sinds de dood van Kang Sheng. Zijn weduwe Cao Yi'ou stierf in 1989 in een staat van algehele paranoia, elke nacht bevreesd voor de klop op de deur, gevolgd door deportatie naar de martelkamers, een lot dat Kang en zij voor tienduizenden hadden gereserveerd. De naam Kang Sheng blijft synoniem met de ergste vormen van onmenselijkheid. Als men de naam in China laat vallen ontlokt die reacties als ""demon, monster, hellekoning''.

China is sinds de jaren van Kang onmiskenbaar een leefbaarder en menselijker land geworden, maar de liquidatie van zijn nalatenschap is halfslachtig en nog steeds oppervlakkig. Een Chinese intellectueel beschreef nog dezer dagen de Communistische Partij als ""geen vlees, geen bloed''. De leider die zijn nek uitstak om af te rekenen met Kang en Mao - Hu Yaobang - werd in 1987 door neo-stalinisten, inclusief Deng Xiaoping ten val gebracht. Het is ironisch dat de protestbeweging in 1989 begon met rouwdemonstraties voor de net overleden Hu Yaobang en werd neergeslagen met de methoden van Kang Sheng, gevolgd door een monsterlijke leugen- en terreurcampagne, geheel in zijn traditie.

China's opperste heersers zijn allen behept met een mengsel van feodale en modern-totalitaire machtswellust en hebben verzekerd dat toekomstige bedreigingen van hun machtsmonopolie wederom met militaire middelen zullen worden afgeslagen. Volgende week komt een historisch partijcongres bijeen dat nieuwe leiders zal installeren en de succesvolle economische hervormingen zal consolideren. De meeste "nieuwe' leiders zijn echter déjà vu, lood-om-oud-ijzer-technocraten, waarvan er niet een de moed of menselijkheid van Hu Yaobang of zelfs Zhao Ziyang heeft getoond. China maakt opzienbarende economische vooruitgang door, maar vrijheid en herontdekking van de waarheid omtrent heden en verleden lijken nog ver verwijderd. De kans dat die zaken na verloop van tijd automatisch zullen volgen op economische ontwikkeling is reëel, maar dat de overgangsfase turbulent zal zijn en dat de nalatenschap van Kang Sheng nog lang zal nawerken, valt evenzeer te vrezen.