De Italiaanse politiek heeft zich ontwikkeld tot een pure tragedie; De vraag is niet meer of, maar wanneer het einde komt van een failliet bewind

Italië begint steeds meer te lijken op het Oost-Europa van drie jaar geleden. Ook hier een regime dat niet van wijken wil weten, ook hier een morrend volk dat dreigt in opstand te komen. Een democratie heeft meer uitlaatkleppen, en af en toe gaat er met veel gesis wat druk van de ketel. Maar de spanning bouwt zich razendsnel weer op. In het land hangt een explosief mengsel dat wordt gevoed door een viervoudige crisis: economisch, financieel, politiek en moreel. De vraag is niet meer of, maar wanneer het einde komt van een failliet bewind. En met hoeveel onrust en geweld dat gepaard gaat.

“We zijn de kalashnikovs aan het smeren”, zei een bestuurslid van de protestpartij Lega Nord in juni. Zijn partijgenoten haastten zich uit te leggen dat het maar een grapje was: in een partij van schreeuwers schreewt wel eens iemand te hard. Maar de afgelopen weken is de Lega Nord met dreigementen gekomen die een verwoestend effect zullen hebben als ze worden uitgevoerd. We moeten in het noorden allemaal de belasting ontduiken, dan kan Rome onze centen niet meer verspillen, roept Umberto Bossi, de leider van de Lega. Minister van financiën Goria moet machteloos toegeven dat de staat daar niet veel tegen kan doen. “Dan kunnen we allemaal onze koffers wel pakken”, zegt Goria. De Italiaanse regeringspartijen hebben de afgelopen jaren royaal geld uitgegeven. Maar niet voor meer belastinginspecteurs. Een strenge fiscus levert geen stemmen op.

Woensdag deponeerde de fractievoorzitter van de Lega in de Kamer, Mario Formentini, een nog gevaarlijker bom. Hij riep op tot een boycot van staatsleningen. Dat lijkt een wat technisch protest, maar het raakt het hart van de staat. De enige manier om het enorme begrotingstekort te financieren is massaal geld te lenen bij de eigen burgers, die als tegenprestatie een hoge rente krijgen - dat vergrootte het idee van "allemaal rijk'. Als de staat geen geld meer kan lenen, is de financiële chaos niet meer te overzien. De Lega speelt bewust aan op een grote Kladderadatsch. “We moeten een enorme economische noodtoestand scheppen” om zo een politieke verandering af te dwingen, zei Formentini.

Dat is niet meer het gebral van "demagogen uit de provincie', zoals de van woede en teleurstelling verblinde socialistische leider Bettino Craxi deze week nog riep. Zelfs na de parlementsverkiezingen in april, waarbij de Lega sterk vooruitging en de regeringscoalitie haar meerderheid tot het minimum zag slinken, leefde nog het idee dat de tijd de Lega onschadelijk zou maken. In vijf jaar kan veel gebeuren. Het "regime' maakte zich op voor een nieuwe ronde, met de christen-democraat Giulio Andreotti als president en Craxi als premier.

Dat nog maar een half jaar geleden dergelijke scenario's bestonden, laat zien in wat voor stroomversnelling Italië is terechtgekomen. Het smeergeldschandaal in Milaan heeft het politieke stelsel ontmaskerd als door en door corrupt. De mafiamoorden op de rechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino vormen het bloedige bewijs van de cynische nonchalance waarmee de regeringspartijen hebben gereageerd op fundamentele problemen. Met de ineenstorting van de lire wordt de rekening gepresenteerd voor jaren wanbeleid en potverteren.

Opgestuwd door de volkswoede in het noorden kregen de Lega en een aanverwante partij bij lokale verkiezingen in Mantua eind vorige maand veertig procent van de stemmen, bijna twee keer zoveel als de twee grootste regeringspartijen samen en bijna een verdubbeling ten opzichte van een half jaar geleden. Mantua is een bedaagde stad, dus de steun elders in het noorden zal wel groter zijn. Daarom wilden de christen-democraten, de socialisten en de ex-communisten gezamenlijk andere lokale verkiezingen uitstellen. Het zou onverstandig zijn op zo'n “emotioneel moment” te gaan kiezen, liet minister Mancino van binnenlandse zaken weten. Vol zelfvertrouwen riep Lega-leider Bossi dat hij dan zelf verkiezingen zou organiseren: stembussen bij het stadion, bij de bar, bij de supermarkt en de kerk. Uit angst bij verstek te worden veroordeeld zijn de partijen alsnog door de bocht gegaan.

Het laat zien met welke onconventionele maar effectieve middelen Bossi paniek weet te zaaien. Het noorden wil steeds duidelijker niets meer te maken hebben met het zuiden, met "Afrika', zoals veel Lega-aanhangers het gebied ten zuiden van Florence aanduiden. En het zuiden aarzelt: ook daar is de onvrede over de politieke partijen groot, maar de mensen leven ervan, letterlijk: van de "politieke' pensioenen, van de staatssubsidies, van de ambtenarenbanen, van de vaak megalomane openbare werken, en vaak van de mafia die zijn gang kan gaan. Het zuiden wil ook wel anders, maar heeft in tegenstelling tot het noorden niet de kracht om op eigen benen te staan.

De groeiende aversie van noord tegen zuid en het explosieve mengsel dat is ontstaan door het samenvallen van de politieke en de financieel-economische crisis, lijken premier Giuliano Amato teveel te worden. Zijn kabinet is begonnen als dat van de vier oude partijen en heeft zich snel ontwikkeld tot het levende bewijs dat die niet door en door verrot zijn. Maar hij moet nu in een politiek niemandsland opereren: niet genoeg steun uit eigen kring omdat veel mensen vinden dat hij teveel wil veranderen, halfhartige steun van de oppositie die in het beleid nog teveel oude trucs ziet.

De zachtaardige Amato is er niet in geslaagd het morele leiderschap te bieden dat Italië nodig heeft. Hij heeft fouten gemaakt die je als koorddanser in een crisis niet kunt maken. Zo was hij betrokken bij een schandalige uithaal van zijn socialistische partij naar de rechters die het corruptieschandaal in Milaan onderzoeken. De indruk van machten achter de troon is versterkt doordat hij bakzeil moest halen in de plannen voor privatisering van staatsbedrijven, een essentiële machtsbron voor de politieke partijen. Verder heeft zijn kabinet in een vlaag van lichtzinnigheid besloten de miljoenenschuld van de failliete staatsholding Efim te bevriezen, iets wat de buitenlandse banken hem niet in dank hebben afgenomen en wat sterk heeft bijgedragen tot de vertrouwenscrisis van de lire.

Het hoofdprobleem van de premier is dat hij meer bekwaam en kundig bureaucraat dan staatsman is. Amato is technisch goed, maar geen leider, zegt de gezaghebbende christen-democratische senator Nino Andreatta. Amato is een bureaucraat “met een verfijnde aandacht voor de calligrafie van goed bestuur”.

Goed bestuur heeft Italië lang niet gehad, maar er is nu meer nodig dan een goed bestuur. Het land verkeert in een moreel vacuüm. De regeringspartijen hebben hun legitimiteit verloren, net als de ex-communistische oppositie, partner in het systeem. De protestpartijen willen vooral breken, zonder nieuw bouwplan. In deze situatie heeft het land behoefte aan iemand die in klare taal duidelijk maakt dat offers nodig zijn. Iemand ook die in zijn gedrag laat zien dat dit geen poging is van een feestganger om met een kater onder de rekening uit te komen.

De Italiaanse politiek heeft lang iets gehad van een opera buffa, maar zij is nu veranderd in een pure tragedie. Met als hoofdrolspelers politici die niet willen inzien dat hun tijd voorbij is.

    • Marc Leijendekker