De Duitsers hebben geen "Akzeptanz' meer voor het asielprobleem; Klaus Kinkel, Duits minister van buitenlandse zaken

Meneer Kinkel, zou het vorige week na de brandaanslag op de "Joodse barak' in Sachsenhausen niet beter en sprekender zijn geweest als niet u als minister van buitenlandse zaken maar kanselier Helmut Kohl een krans in dat vroegere concentratiekamp was gaan leggen?

""Ik heb daarover uitvoerig met de kanselier gesproken en we hebben afgesproken dat ik erheen zou gaan. De aanvallen op asielzoekers en buitenlanders in de Bondsrepubliek en vooral ook de brandaanslag op de joodse gedenkplaats hebben een binnen- èn buitenlandse uitwerking en uitstraling. Dat blijkt me ook uit vele kritische vragen die me in het buitenland worden gesteld. Al met al vond ik het ook daarom juist dat ik namens de regering naar Sachsenhausen ging.''

Heeft de politieke klasse in Duitsland tot de brandstichting in Sachsenhausen wel adequaat gereageerd? Is zij niet te veel met het debat over asielbeleid en de politieke frustratie in het land in de weer geweest?

""Dat verwijt is niet gerechtvaardigd. We hebben allemaal heel goed gezien wat die aanslagen betekenden en betekenen, en we hebben daar in het kabinet en in de fracties in de Bondsdag met schaamte over gesproken. Wij zijn nu eenmaal een rechtsstaat die alleen met de middelen van een rechtsstaat op zulke uitdagingen kan en wil reageren. Dat heb ik ook zo tegen Ignatz Bubis gezegd: ik begrijp dat u ons als voorzitter van de centrale raad voor de joden in Duitsland harde verwijten maakt. Maar ik zeg namens de bondsregering, en ook met een blik terug naar mijn ministerschap van justitie, dat politie en justitie alles doen om dit probleem onder controle te krijgen en dat wij op ons rechter oog niet blind zijn.

""Wij zijn vóór 1945 geen rechtsstaat maar in veel opzichten een onrechtsstaat geweest, daarvan hebben we geleerd. Op de rechtsstaat Bondsrepubliek kunnen we trots zijn, we hoeven ons daarover niets te laten verwijten. Ons liberale vreemdelingenrecht is er juist mede debet aan dat hier zoveel buitenlanders, asielzoekers, vluchtelingen komen. Daarom vraag ik het buitenland fair tegen ons te zijn. Vooral dat deel van het buitenland dat ons in de huidige situatie juist in het vluchtelingenvraagstuk niet zo erg steunt. Een oplossing vinden door hier buitenlanders simpelweg aan de grens terug te wijzen en geen mensen meer op te nemen, dat is relatief eenvoudig. Zoiets zou extreem rechts bevallen, dat wil men daar immers. In zoverre vind ik de manier waarop wij hier en daar in het buitenland worden gekritiseerd, niet redelijk. Dat wij zo worstelen met deze vragen heeft immers juist met ons verleden te maken.''

We zijn nu ruim een jaar na de rassenrellen in Hoyerswerda. Hoe verklaart u het dat dezelfde bevolking die begin vorig jaar massaal tegen de Golf-oorlog demonstreerde en in de jaren tachtig massaal tegen de raketten en voor de 35-urige werkweek de straat opging, nu binnen blijft?

""Neemt u maar aan dat hier te lande een zekere verdoving ingetreden was. Eenvoudig doordat men het niet voor mogelijk had gehouden dat zoiets weer zou voorkomen. Kijkt u eens, ik heb van het begin af aan voortdurend in binnen- en buitenland verklaard dat ik me schaam, dat het de regering met afschuw vervult. Maar we waren allemaal verbluft, ik had nooit gedacht dat zoiets in Duitsland weer zou kunnen gebeuren. En ik ken die materie enigszins, ik heb op Binnenlandse zaken en op Justitie gewerkt, ik weet waarover ik praat.''

Die verdoving kan sinds Hoyerswerda toch geen jaar hebben geduurd?

""U moet begrijpen dat er oorzaken zijn waarom het ging zoals het ging. De politie, die te vaak tot zondenbok wordt gemaakt, was in Oost-Duitsland naar sterkte, uitrusting en opleiding en ook psychologisch niet op deze dingen voorbereid, de binnenlandse veiligheidsdienst is er nog onvoldoende opgezet, we hebben er niet hetzelfde justitie-apparaat als in West-Duitsland. Het rechtsradicale fenomeen komt weliswaar niet alleen voor in Oost-Duitsland, maar daar zijn wel die grootscheepse rellen voorgekomen.

""Er is een reeks oorzaken. De ontevredenheid over wat in de ogen van de bevolking een onverwerkbaar mengsel is van werkloosheid, buitenlanders, asielzoekers, onveiligheid op straat, woningnood. Voorts het feit dat ons liberale vreemdelingenrecht mensen die naar Duitsland komen zeer ruimhartig, ook financieel, behandelt, wat de burgers ergert. En wat er toe leidt dat ze zeggen: het kan toch niet in orde zijn dat de postbode met zijn vrouw net zoveel krijgt als de asielzoeker uit Ethiopië die niet werkt, die praktisch op onze zak leeft.

""De gebeurtenissen in de nazitijd waren maatgevend voor onze superliberale houding tegenover buitenlanders. Dat heeft ertoe geleid dat we op het ogenblik een "overkokende' situatie hebben. Wat heeft meegebracht dat we - en dat verschijnsel heeft treurige trekken - zowel in eigen land als tegenover het buitenland een geur krijgen alsof het verleden terugkeert.''

""Nu komt het asielvraagstuk, dat is wat anders. Daar zijn wij sowieso de grote magneet geworden in Europa, zo niet in de wereld; zowel voor de Noord-Zuidtrek van noodlijdenden uit de Derde wereld als voor de grote Oost-Westmigratie na de omwentelingen in Oost-Europa. Maar we zijn niet alleen de grootste magneet voor asielzoekers. Nee, ik heb daar woensdag in Moskou nog met president Jeltsin over gesproken, we moeten bovendien de last dragen van 2,1 miljoen volksduitsers die in de vroegere Sovjet-Unie op hun koffers zitten te wachten om naar Duitsland te komen. Ik moet u zeggen, ik was woensdagmorgen in ons consulaat-generaal in Moskou, wat daar te zien is, daarvan krijgt een mens tranen in de ogen. Als u die duizenden wachtenden in de rij achter het hek ziet staan, mensen die in de meeste gevallen al twee jaar hebben moeten wachten voor zij hun verzoek om naar Duitsland te mogen vertrekken konden indienen. Dat is de tweede golf.

""Volgend punt: we hebben in de Bondsrepubliek intussen 5,5 miljoen buitenlanders geïntegreerd, onder hen alleen al 1,6 miljoen Turken. Anders gezegd: niemand kan ons verwijten dat we onze plichten op dit stuk niet vervullen. De Europese oplossing voor het asielvraagstuk moet daarom zó zijn dat Duitsland niet de hoofdmagneet blijft, maar dat er een EG-regeling komt die materieel-juridisch hetzelfde voor alle landen betekent en ertoe leidt dat andere staten ook meer asielzoekers opnemen.''

Denkt u dat andere EG-staten daarin mee zullen willen gaan?

""Ons probleem is dat uit of door landen die geen partij zijn bij het Schengen-verdrag (Oostenrijk, Zwitserland, Tsjechoslowakije en Polen, red.) de hoofdstroom aan asielzoekers naar Duitsland komt. Wij kunnen er niets aan veranderen dat wij de grootste magneet zijn, maar we moeten op enig moment onze Europese partners om solidariteit vragen. Eenvoudig omdat die mix van ontevredenheid en financiële en sociale misère anders in Duitsland bijna automatisch tot instabiliteit leidt. We hebben in de Bondsrepubliek geen Akzeptanz meer bij de bevolking voor het asiel- en vreemdelingenprobleem. De mensen reageren niet ideologisch, ze zijn eenvoudig gefrustreerd, ze stemmen niet meer of ze stemmen extreem rechts, of ze uiten zich door extreem rechts gedrag. Dat is vreselijk en beschamend voor ons, maar het wordt mede veroorzaakt door die mix van factoren. Het is niet zo eenvoudig als het hier en daar in het buitenland lijkt.

Ziet u een nieuwe wettelijke regeling snel komen, en dan ook volgens een Europees model? De mensen denken misschien dat de verdragen van Maastricht daarvoor gemaakt zijn.

""Nee, zo eenvoudig gaat dat niet, en zeker niet zo snel. Daarvoor is de materie veel te gecompliceerd. Dat zal helaas óók veel langer duren. We zullen in Duitsland en Europa in de voorzienbare toekomst moeten leren leven, dat is de kern van mijn opvatting, met gigantische wereldwijde migratiestromen die met armoede en nood te maken hebben. De Europese landen zijn nu zeer met zichzelf in de weer, zij zijn voor asielvraagstukken niet Europabewust.

Als dat zo is, en als het grote asielvraagstuk het meest acute en meest gevoelige voor uw land is, staat Duitsland emotioneel nu dan vlak voor een soort isolement dat de toch al groeiende afkeer van het Europa van Brussel en Maastricht gevaarlijk zou kunnen versterken? Gaat Europa zometeen zorgen voor een Duitse "Singularisierung', een "Alleingang' in teleurstelling, die Europa juist had moeten voorkomen?

""We liggen in het hart van Europa. We zijn met 80 miljoen inwoners het grootste land, economisch het sterkst, het is voor Europa essentieel dat dit land stabiel is en blijft. Als wij door asiel- en vluchtelingenproblemen instabiel zouden worden, is dat dus slecht voor Europa. Ergo: de Europeanen hebben er eigenlijk alle belang bij om die problemen samen met ons op te lossen. Zij mogen Duitsland daarmee niet alleen laten, zeker niet in de huidige situatie waarin we ernstige rechtsradicale complicaties hebben.''

In Europa is snelheid van handelen geboden, maar de trein van Maastricht staat praktisch stil. Het wordt al een hele toer om de verdragen over de politieke èn de monetaire unie overal geratificeerd te krijgen. En in feite is dat toch niet meer dan "de buitenkant van de zaak', het concrete geïntegreerde beleid wacht daarachter. Tot wanneer?

""Ik geloof dat we ons voorlopig heel sterk op het ratificatieproces zullen moeten concentreren. Zó sterk dat veel andere dingen zullen moeten wachten. Met de huidige discussies in de EG-staten, de ontevredenheid die omhoogkookt, zal het heel veel politieke kracht vergen om het ratificatieproces zelf te laten slagen. Daardoor zullen diverse concrete beleidskwesties blijven liggen.''

Over twee jaar zijn er Bondsdagverkiezingen, daar bent u dus niet gerust op?

""Er is het grote gevaar dat de mensen niet om ideologische redenen maar uit politieke frustratie en ontevredenheid over "Maastricht' en vooral over het asielvraagstuk dan extreem rechts stemmen of thuisblijven. Juist daarom zou het zo belangrijk zijn als we de burgers al concrete voorbeelden zouden kunnen laten zien van de werking van de Maastrichtse verdragen. Op het terrein van asielpolitiek, of de misdaadbestrijding, of wat ook.''

Moeten Duitsland, Frankrijk en de Benelux dan toch maar vast vooruit naar een voorlopig mini-Europa, gezien alles wat er bijvoorbeeld in uw land op het spel staat? Of moeten zij het tempo van de Twaalf door de traagsten, de Britten of de Denen, laten dicteren?

""Nee, een Europa van twee snelheden zou een ramp zijn. Ik gebruik graag het beeld van de Tour de France. Er zijn twee renners, de Brit en de Deen, die even hun adem kwijt zijn. Nu moeten de anderen als waterdragers aan het werk om ervoor te zorgen dat ze weer aansluiting krijgen. Die waterdragers moeten er natuurlijk wel op kunnen rekenen dat de achterblijvers straks mee kunnen en willen rijden. We zullen in elk geval op de extra EG-top in Birmingham en daarna op de top in Edinburgh zoveel mogelijk doen om Londen en Kopenhagen te helpen.''

Met verklaringen over meer subsidiariteit in Europa, en tegen de Brusselse "regelwoede', die meestal op verzoek van de landen zelf wordt opgewekt? En vóór meer bevoegdheden van het Europees Parlement die niet zijn voorzien in de Maastrichtse verdragen, waarover overigens niet opnieuw mag worden onderhandeld? Bent u niet bang dat de burgers in Europa, niet alleen de Denen en de Britten, dat zullen zien als politieke cosmetica?

""Nee, de verdragen moeten niet worden veranderd, maar het wordt wel méér dan een cosmetische operatie. We hopen dat we de Britten en de Denen daarmee toch weer in het peloton kunnen brengen. We mogen niet meteen wanhopen als er een paar moeilijkheden zijn. Een beetje moed en vertrouwen zijn nu nodig. Nee, het gaat ook niet allereerst om de vraag of de Duitse "Einbindung' in Europa op het spel staat, het gaat erom dat vele concrete problemen alleen in Europees verband op te lossen zijn. En dat de EG zich ook klaar moet maken voor de problemen die in Oost-Europa wachten.''

U geeft dus weinig voor het argument dat haast mede geboden is omdat er na de generatie van Helmut Kohl in Duitsland wel eens wat minder Europa-gezinde politici naar voren zouden kunnen komen?

""Dat is niet van personen afhankelijk, al is het waar dat Kohl tot de generatie behoort die de oorlog nog bewust heeft meegemaakt. Maar belangrijker is dat hij, na de Duitse eenwording en de veranderingen in Oost-Europa, het politieke momentum van de huidige situatie wil gebruiken vóór het verloopt.''

U hebt vorige maand in de Verenigde Naties de aandacht getrokken met uw pleidooi voor een permanente Duitse zetel in de Veiligheidsraad, als die Raad zou worden uitgebreid tenminste. Uw voorganger, Genscher, zei steeds dat Frankrijk en Groot-Brittannië als vaste leden van de Raad de Duitse en Europese belangen goed behartigden. Is er iets veranderd?

""Nee, ik ben eigenlijk voor één zetel voor de Europese Gemeenschap, maar ik weet dat zoiets op dit moment niet realistisch is. Het ging ons erom dat Japan bijvoorbeeld een zetel wenst en enkele landen uit de Derde wereld als Nigeria, Brazilië en India. Dat debat loopt nu en daaraan willen we meedoen. Ik heb in New York trouwens ook gezegd dat wij alleen lid van de V-Raad zouden kunnen zijn met alle rechten en plichten die erbij horen (dat wil zeggen: inclusief een eventuele Duitse militaire rol bij vredesafdwingende acties van de volkerenorganisatie, red.).''

Wat is er veranderd aan Duitslands rol in de wereld?

""Het verenigde Duitsland is soeverein en niet meer aan beperkingen onderworpen die West-Duitsland had hoewel het een economische grootmacht was en op de tweede plaats in de Navo kwam. We zijn wat onze politieke rol betreft iets vrijer geworden, maar wij hebben nu verplichtingen jegens Oost-Europa en de wereld kijkt meer naar ons. Dat moet ook zo, wij willen geen grote mogendheid gaan spelen. Ik houd als Duits minister van buitenlandse zaken altijd één ding in het hoofd: vergeet niet wat geweest is.''

Klaus Kinkel, sinds 18 mei van dit jaar in Bonn minister van buitenlandse zaken, ziet er jonger uit dan de 55 jaar die hij telt. Forse man, grote bril. Zijn voorganger en leermeester Hans-Dietrich Genscher heeft flinke zeiloren als veelbesproken uiterlijk kenmerk, bij Kinkel mogen de neus- en kaakpartij er wezen. En waar de jonge memoires-schrijver Genscher na zijn levensreis van Halle via Bremen naar Bonn geen herkenbaar dialect meer spreekt, is aan Kinkel ook na twintig jaar Bonn nog duidelijk te horen dat hij uit het "Ländle' Baden-Württemberg komt. Hij is kleurenblind, vraagt hoe zijn das bij zijn pak kleurt.

Kinkel valt in de groep politieke wonderkinderen. Hij is, zoals het weekblad Die Zeit hem in '85 noemde "een politieke alleskunner'. Iemand die nooit zegt dat hij iets wil, maar steeds iets moois wordt. Vorig voorjaar is hij lid van de FDP geworden. Nu al betwijfelt niemand dat hij volgend jaar, als hij zegt dat hij wil, voorzitter van die partij wordt. Hij is in veel opzichten de beheerste tegenpool van zijn gretige concurrent, partijgenoot en collega-minister Jürgen Möllemann (economische zaken), die steeds bijna alles wil en daar ook bijna altijd over praat.

Kinkel zei begin dit jaar niet dat hij Genscher wilde opvolgen. Maar na het pijnlijke FDP-touwtrekken dat op Genschers verrassende afscheids-aankondiging volgde, bleek hij daartoe desgevraagd best bereid. Een paar maanden geleden moet hij aan de vergadertafel van Kohls kabinet de kanselier met een wel zeer ongewoon antwoord hebben verrast. Namelijk met de mededeling: ""Dat doe ik niet.'' Ook in het diplomatieke circuit valt hij op door rondere woorden dan de voorzichtige veteraan Genscher gewend was te gebruiken.

Soms is Kinkel wel heel erg rond, bijvoorbeeld toen hij een paar maanden geleden openlijk over een eventuele internationale militaire actie tegen Servië sprak (""We moeten de Serviërs op de knieën dwingen''), zij het met de toevoeging dat Duitsland daaraan om grondwettelijke en (vooral) historische redenen niet mee zou kunnen doen.

Wat Duitse militairen in VN-verband volgens de geldende grondwetsbepalingen wel of niet mogen doen, en waar, is in Bonn voor velen een delicaat vraagstuk. De SPD is er intern hevig over in discussie. Zij heeft bijvoorbeeld afgelopen zomer het Constitutionele hof in Karlsruhe om een oordeel gevraagd over de vraag of een Duits fregat wel had mogen deelnemen aan het zeer voorzichtige embargo-inspectiewerk voor de Joegoslavische kust. Kinkel zat daar minder mee, zo liet hij journalisten merken op een van zijn eerste reizen als minister van buitenlandse zaken. ""Als er ergens ter wereld brand is, kunnen wij Duitsers niet volstaan met het betalen van de brandladder, we zullen ook moeten helpen blussen'', zei hij beeldend.

Jaargang 1936 (17 december), rooms-katholiek, zoon van een arts. Geboren in Metzingen, opgegroeid in Hechingen (Württemberg), in de straat waar ook de latere DDR-spionagechef en artsenzoon Markus Wolf woonde. Rechtenstudie in Tübingen, Bonn en Keulen (promotie '64). Getrouwd, vier kinderen, van wie het oudste (studente in Münster) in 1982 na een verkeersongeluk overlijdt.

In 1965 wordt Kinkel regionaal ambtenaar bij Binnenlandse zaken. In 1970 haalt Genscher, dan minister van binnenlandse zaken, hem naar Bonn als persoonlijk referent. In '74 verhuizen beide heren naar Buitenlandse zaken. Vijf jaar later volgt, voor bijna iedereen totaal onverwachts, Kinkels benoeming tot chef van de BND, de Westduitse buitenlandse inlichtingendienst. Markus Wolf is dan als leider van de DDR-spionage zijn grote, en succesvolle, tegenspeler.

In 1982 wordt Kinkel staatssecretaris van justitie. Dat zal hij negen jaar blijven, onopvallend-efficiënt en in feite de eerste man op het departement. Als de fysiek aangeslagen en politiek vaak onzichtbare minister Engelhard in januari '91 plaats maakt, schrijft de Tageszeitung: ""De oude minister zal ook de nieuwe zijn, alleen kan Kinkel voortaan niet meer onder het pseudoniem Engelhard optreden.'' Als de gezochte Markus Wolf zich in '91 in het verenigde Duitsland meldt, is zijn vroegere BND-tegenstander opgerukt tot minister van justitie.

Afgelopen voorjaar wees het FDP-bestuur eerst mevrouw Irmgard Schwaetzer aan als opvolgster van Genscher. Maar die keus werd een dag later door de FDP-fractie in de Bondsdag gecorrigeerd ten gunste van Kinkel. Zodat de zwakte van het partijbestuur was gebleken, terwijl Kinkel de mooiste ministersportefeuille kreeg die voor een Duitse liberaal is weggelegd. Kanselier Kohl waardeert hem zeer (misschien ook wel omdat Genscher naar de Bondsdag vertrokken is) en dat doen ook Kohls kroonprinsen Volker Rühe (minister van defensie) en Wolfgang Schäuble (fractieleider CDU in de Bondsdag).

Kinkel slaapt weinig en ook nog slecht, klaagt hij deze donderdag, net terug van zijn eerste (tweedaagse) bezoek als minister van buitenlandse zaken aan Moskou. Hij kan in de stoel van zijn ministerskamer aan de Adenauerallee niet goed zitten - ""slechte rug, slechte rug'' - en ontvangt daarom in een nogal kil-kale conferentiekamer. Buiten begint het al vroeg donker te worden, de regen slaat op een grijze Rijn. Herfst in Duitsland.

Wat men ook van het interview als journalistieke operatie mag vinden, er zit doorgaans iets van een krachtmeting in. De interviewer wil zoveel mogelijk aan de weet komen, de geïnterviewde wenst vaak vragen bij de antwoorden die hij gaarne gedrukt zou zien. Dat laatste geldt ook deze keer, nu de wereld kijkt naar het rechtsradicale geweld dat het verenigde Duitsland teistert. De Duitse "body politics' raakt intussen daarover èn over het 40 jaar gekoesterde project-Europa steeds nerveuzer en bezorgder.

    • J.M. Bik