Cellist Honzinger blijkt vurig componist

Het Quintet van cellist Tristan Honzinger met Alex Kolkowsky en Stephono Lunardi (viool), Jean Jacques Avenel (contrabas) en Louis Moholo (slagwerk). Gehoord: 9/10 BIMhuis, Amsterdam. Verder te horen: 10/10 Azijnfabriek Den Bosch, 11/10 Boulevard Breda, 12/10 Wilhelmina Eindhoven, 17/10 Stedelijk Museum Amsterdam, 18/10 Purmerijn Purmerend.

Auteur Bernlef beschreef eens een concert waarbij hij de enige bezoeker was. Op het podium zat een al even allenige musicus voor wie de matige opkomst geen bezwaar was toch te spelen - een compleet concert met een pauze erin. Die musicus was cellist Tristan Honzinger, die in de Nederlandse improvisatie-scene van de jaren zeventig opzien baarde door zijn tomeloze inzet. Met een vuurrood hoofd, wild trappelende voeten en messcherp gespannen spieren ging hij zijn cello te lijf als een bezetene die zijn eigen duivel probeerde uit te drijven. Minder koele naturen dan Bernlef konden het vaak niet lang aanzien en zochten troost aan de bar. Van die cellist die onder stroom leek te staan werden zij behoorlijk bang.

Gaandeweg kwam de in '49 geboren Honzinger enigszins tot rust, waarna andere kwaliteiten zich openbaarden: een mimisch talent à la Stan Laurel en gevoel voor theater in het algemeen. Hij begon muziek en theater te mengen en schreef vorig jaar een mini-opera voor de zanggroep TAMAM. De ras-improvisator Tristan Honzinger als componist, wie had dat destijds gedacht?

Hij is wel een heel ongewoon componist, zoals gisteren bleek in het BIMhuis waar hij zijn internationaal samengestelde kwintet presenteerde. De doorgaans polyfoon geschreven stukken beginnen vaak opgewekt, soms zelfs romantisch maar het venijn laat nooit lang op zich wachten. Jan Pierewiet trekt erop uit om een frisse ochtendwandeling te maken, maar al snel belandt hij in een uitslaande bosbrand. De collectieve improvisaties zijn gloeiendheet met Honzinger zelf en de Franse bassist Jean Jacques Avenel als de belangrijkste aanblazers, slagwerker Louis Moholo houdt zich duidelijk in.

Dat Honzinger zelf de vlammen vaak blust, is niet zo vreemd. Als ervaren pyromaan weet hij het best wat spelen met vuur is.