Buiten de zaal striemt de wind het Tory-gezicht

BRIGHTON, 10 OKT. Het was, na het roerigste congres dat de Britse Conservatieven sinds de Rhodesië-kwestie hebben gehad, een typerende manifestatie van party spirit. Na een week waarin één ex-premier en één ex-partijleider de zittende premier onderuit hadden gehaald over Europa, en een week waarin de minister van financiën door zelfs de meest getrouwe pers nog steeds als a bastard flush werd omschreven, was het Conservatieve voetvolk er gistermiddag op uit althans het vertoon van eenheid te herstellen. Nog voor John Major een stap in de zaal had gezet voor zijn grote slottoespraak, dansten al mensen met hoedjes verbroederd in het gangpad.

Ook de partijorganisatie had niets aan het toeval overgelaten. Emmers met badges en meters stickers - "John Major and Britain, a double first' - werden in het gangpad uitgedeeld. Een Hammond-orgel speelde Doing the Lambeth Walk en andere meezingers. En Anglicaanse dominees en pukkelige jonge Conservatieven voelden zich voldoende aangemoedigd om in te haken en mee te deinen.

Wat hier te zien viel - en door simultaan uitzending aan miljoenen huiskamers werd doorgegeven - was het fenomeen dat John Major later in een veelzeggend zinnetje over Europa zou aanhalen: “Het hart drijft u in de ene richting, en het hoofd in een ander.”

De zaal wist dat er de hele week ruzie was geweest, maar ze is nu eenmaal gewend om aan de toespraak van de leider een feestje te verbinden. Het sissen van een deel van de toehoorders tegen de Europees gezinde Edward Heath, het boegeroep van een kleine sectie tegen Margaret Thatcher en de felle verwijten aan het adres van de minister van economische ellende, Norman Lamont, werd dus als altijd, in feestvreugde toegedekt.

In die sfeer van algehele welwillendheid kreeg John Major de gebruikelijke ovatie die premiers hier jaarlijks na hun toespraak ten deel valt. Maar het was kenmerkend voor de problemen waarin de partij verkeert, dat hij zijn gehoor er aan moest herinneren, dat de Conservatieven in april jongstleden de verkiezingen hadden gewonnen. Die overwinning is, zes maanden na dato, overschaduwd door de smadelijke afgang van het pond sterling uit het EMS en daarmee door de verdieping van het schisma in de partij over Europa.

Na het Franse referendum, maar vooral na Zwarte Woensdag, hebben de anti-Europeanen "bloed aan de paal' beloofd, als John Major het zal wagen de ratificatie van het Verdrag van Maastricht aan het Lagerhuis voor te leggen. Met hen heeft John Major gisteren proberen af te rekenen door zijn kleuren nogmaals aan de mast van "het Europa van de Twaalf volgens de Britse variant' te nagelen. In zekere zin speelde Major dezelfde kaart waarmee Norman Tebbit hem eerder deze week in grote verlegenheid had gebracht. Hij behandelde de Tebbits, de Thatchers en de Bakers - zonder ze te noemen - als misleide dwazen. Tegelijkertijd hulde hij zichzelf in de Britse vlag. Een Europa waarin Frankrijk en Duitsland de dienst zouden uitmaken zonder dat de Britten daarop invloed kunnen uitoefenen, zou een historische vergissing zijn. Maar, met stemverheffing: “Ik zal nooit toestaan, come hell or high water, dat onze eigen Britse identiteit in het federaal Europa verloren gaat.”

De tactiek was in zoverre geslaagd dat zowel Euro-sceptici als pro-Europeanen in Majors achterban na afloop verklaarden dat ze redelijk tevreden waren. Margaret Thatchers onberaden interventie in The European lijkt het omgekeerde effect gehad te hebben van wat zij beoogde. Zij wordt nu meer en meer gezien als op één lijn met Ted Heath: de ex-premier die disloyaal is vanaf de zijlijn.

De strijd is, met dit alles, niet voorbij. Hij zal vermoedelijk weer oplaaien na de top in Birmingham. Het Lagerhuis begint daarna met het zin voor zin behandelen van de tekst van het Verdrag, al of niet inclusief een Birmingham-uitleg. De regering staat op loyaliteit aan het regeringsbeleid en oefent nu al pressie uit.

Van John Major was geëist dat hij "de toespraak van zijn leven' zou houden. Maar voordracht en retoriek zijn niet een sterke kant van de premier. Daardoor viel het akelig duidelijk op, dat de inhoud van zijn verhaal - op Europa na - dun was. De renteverlaging, waar de hele week door partijleden om was gesmeekt, kwam niet. Er viel geen woord over de bijna drie miljoen werklozen of over maatregelen om het probleem aan te pakken. In plaats daarvan heeft de minister voor sociale zaken deze week gesuggereerd dat er mogelijk gesnoeid gaat worden op zijn begroting en gezegd dat hij vijfhonderd miljoen pond ten onrechte verleende uitkeringen wil terughalen. John Major beperkte zich tot woorden van medeleven aan de slachtoffers van de recessie en de belofte dat de overheid de industrie zou steunen bij het veroveren van een exportmarkt op de rug van een concurrende koers van het pond. Concurrerend is gedevalueerd met ten minste tien procent, maar daaraan maakte de premier geen woorden vuil.

In de beslotenheid van het Congrescentrum klonk het nog prachtig, maar de afgevaardigden naar Brighton werden na buitenkomst door een straffe wind in het gezicht gestriemd. De Brighton Evening Argus had er maandag jongstleden al voor gewaarschuwd, in een open brief over de volle breedte van de voorpagina gericht aan John Major: “Sir, wanneer u uit het raam van uw suite op zee uitkijkt, ziet u niet wat er schuilgaat achter dat fraaie Regency uiterlijk. In de onmiddellijke omgeving van het hotel: 43.9 procent werkloosheid, een aantal thuislozen vergelijkbaar met dat in Manchester en - voor East Sussex - de geringste groei in ondernemingen van heel zuidoost Engeland. U zegt dat uw hart bloedt voor Groot-Brittannië en haar kwalen. Vandaag vragen wij dat uw hart bloedt voor ons”.

Toen de (Labour) burgemeester van Brighton in haar welkomstwoord aandacht van het congres vroeg voor deze stand van zaken, werd zij door een deel van het publiek met voetgeroffel weggestampt. De Conservatieve Partij wordt één blok in het zicht van die gemeenschappelijk vijand: de socialist. Maar in feite was het verhaal van veel gedelegeerden naar het Conservatieve Partijcongres over hun eigen economische ellende niet eens zo erg verschillend. En zij moeten zich in de kilte van het licht buiten die warme cocon van Conservatieve verbroedering dus wel afvragen: waar is het leiderschap dat aan deze ellende een einde maakt? En concluderen dat het antwoord daarop is uitgebleven.

    • Hieke Jippes