BOSNEGERS

"De Bosnegers zijn gekomen!'. Slavernij en rebellie in Suriname door Wim Hoogbergen 349 blz., Prometheus 1992, f 39,90 ISBN 90 5333 101 8

Guerrillaleider Ronnie Brunswijk van het Surinaamse Junglecommando bleef altijd ongrijpbaar voor het leger van Desi Bouterse. Ook een overmacht aan militair geweld kon hem niet op de knieën dwingen. Diep in het bos, achter de soela's (stroomversnellingen), was Brunswijk veilig.

Wie "De Bosnegers zijn gekomen!'. Slavernij en rebellie in Suriname van Wim Hoogbergen leest, begrijpt waarom Brunswijk vaak is vergeleken met Boni, al moest de laatste de strijd uiteindelijk met de dood bekopen. Boni was de onverschrokken aanvoerder van een grote groep marrons (weggelopen slaven), en in de tweede helft van de achttiende eeuw een ware plaag voor de planters. Zijn guerrilla speelde zich in vrijwel hetzelfde gebied af. Langatabbetje, Stoelmanseiland, het zijn plaatsen die ook in de strijd van de "Boni's' al een belangrijke rol speelden.

Talrijke aanvallen voerden de Boni's uit op plantages in het oosten van Suriname, vooral in het gebied van de Cottica-rivier. Veel slaven sloten zich bij hun aan en vestigden zich in afgelegen dorpen in het gebied van de rivier Marowijne. Ook werden slavinnen door de Boni's meegenomen om zich van vrouwen te voorzien. Voor de planters betekende de marronage een aanzienlijk kapitaalverlies.

De Europese (huur)troepen die er door het koloniaal bestuur op uit werden gestuurd, konden in de zompige, ondoordringbare bossen weinig uitrichten. Door de koloniale autoriteiten werd zelfs een "Neeger Vrijcorps' opgericht van slaven die de vrijheid konden verdienen door te vechten tegen de weglopers. Deze redi musu's ("roodmutsen'), in Suriname nog altijd de bijnaam voor verraders, speelden een belangrijke rol in de strijd tegen de Boni's.

De persoon van Boni kreeg een welhaast mythische glans. Tot de verbeelding spreekt het beleg van Buku - de Memre Boekoe kazerne in Paramaribo ontleent er zijn naam aan. De belegeraars konden de marrons in Buku duidelijk zien en zelfs horen, maar in eerste instantie niet toeslaan, omdat het door palissaden versterkte dorp geheel door gevaarlijke moerassen was omgeven. Het pad dat er naar toe leidde, lag onder water. Boni werd uiteindelijk gedood door Aukaner bosnegers, die door het koloniale bestuur in Paramaribo tegen de Boni's waren opgezet.

Hoogbergen, verbonden aan de vakgroep Culturele Antropologie van de Rijksuniversiteit Utrecht, beschrijft de "Boni-oorlogen' zeer minutieus. Hij put uit archiefmateriaal, mondelinge overleveringen en verslagen die al in de betreffende periode zelf zijn geschreven. Op basis van gedegen onderzoek is hij is in staat enkele zaken recht te zetten. Zo heeft de marron Jolicoeur, altijd in één adem met Boni genoemd, nooit een grote leidersrol gespeeld.

Het lijkt erop dat Hoogbergen naar dezelfde volledigheid heeft gestreeft als in zijn in 1985 gepubliceerde proefschrift, waarop het boek is gebaseerd. Dat bevordert de leesbaarheid bepaald niet. Het is natuurlijk niet eerlijk om "De Bosnegers zijn gekomen!' te vergelijken met Reize naar Surinamen (1799), het prachtige reisverslag van John Gabriel Stedman, de Schotse kapitein die de Boni's zelf bevocht. Maar de lezer wordt door Hoogbergen zo overspoeld door feiten en feitjes dat hij af en toe het spoor bijster raakt. Het verhaal gaat er door verloren, en dat is zonde van een boek dat juist is bedoeld voor een wat groter publiek. Het was beter geweest als Hoogbergen in zijn weergave selectiever was geweest en zijn tekst had verlevendigd met passages uit oude journaals en militaire verslagen, die wel in zijn proefschrift te vinden zijn. Toch kan iedereen die meer wil weten over de strijd van de Surinaamse marrons niet om Hoogbergens boek heen.

    • Hans Buddingh'