Walcotts ideaal is altijd de halve waanzin van Van Gogh geweest

AMSTERDAM, 9 OKT. "Geschokt' en "verbijsterd' zou de 62-jarige Derek Walcott zijn geweest toen hij gisterenmorgen om zes uur in Boston werd opgebeld door de Zweedse Academie met het bericht dat hij de Nobelprijs voor literatuur had gewonnen. Hij was toevallig vroeg opgestaan om te gaan schrijven en werd door het bericht volledig overvallen.

Er zijn twee mogelijkheden, denk ik. Of hier is iemand aan het woord met vele jaren theaterervaring. Toen Walcott werd opgebeld, wist hij natuurlijk heel goed dat hij de prijs had gewonnen. Woensdagmiddag werd ik nog in Amsterdam door een goede vriend van hem opgebeld, die er absoluut zeker van was wie als winnaar uit de bus zou komen. Walcott is de laatste maanden een paar keer in Zweden geweest, zo vertelde hij, en de laatste keer is hem door mensen van de Academie te verstaan gegeven dat hij maar bij de telefoon moest gaan klaarzitten.

Een andere mogelijjheid is dat Walcott met zijn verbaasde reactie zijn nederigheid tegenover de grote prijs heeft willen tonen. Walcott is een schrijver die het kunstenaarschap zeer ernstig opneemt. Hij stelt hoge eisen aan zichzelf en vindt wat hij maakt nooit goed genoeg.

Waarschijnlijk is hij doodsbenauwd geweest door de prijs van zijn oorsprong te vervreemden. Niet voor niets heeft hij meteen gezegd met het geld een huis te willen bouwen op zijn geboorteëiland St Lucia. In de vijfenveertig jaar dat hij schrijft, heeft Walcott steeds geprobeerd de grote wereldliteratuur waarmee hij in aanraking kwam met de orale traditie van zijn jeugd in verbinding te brengen. Dit verzoenen van tegenstelling is zelfs zijn belangrijkste thema geworden. In zijn eerste grote cyclus Another Life gebruikt hij het beeld van de Januskop: "my sign was Janus/ I saw with twin heads,/and everything I say is contradicted.

In de bundel The Art of Derek Walcott heeft de Westindische galeriehoudster Clara Rosa de Lima uit Trinidad er op gewezen dat de oorsprong van Walcotts kunstenaarschap in de schilderkunst ligt. Zijn belangrijkste voorbeelden waren daarbij Van Gogh en Gauguin. In 1980 publiceerde hij het gedicht "Self Portrait' dat op het eerste gezicht over Van Gogh gaat. Tegelijkertijd kan er echter een zelfportret in worden gezien van Walcott.

Voor Walcott is het gedreven zienerschap van Van Gogh, op de rand van de waanzin, altijd een ideaal geweest. Net als zijn voorbeeld wilde Walcott het statische, eenvoudige leven van de ongeschoolde boer of visser confronteren met een revolutionaire, dynamische wereld zonder grenzen. "Had ik hun armoede niet tot mijn paradijs gemaakt' zal hij later over zijn dorpsgenoten dichten.

Walcott werd in 1930 geboren als zoon van de schilder Warwick Walcott. Op een klein eiland in een uithoek van het Britse rijk is het niet zo eenvoudig om met grote kunst in aanraking te komen. Aan het begin van de jaren vijftig kreeg hij echter de gelegenheid te gaan studeren aan de Universiteit van Trinidad. In 1957 en 1958 kreeg hij een beurs voor een verblijf in New York, waar hij in aanraking kwam met alle soorten theater. Het inspireerde hem tot het uitwerken van een plan voor een theater van de armen dat hij later in Trinidad opzette.

In Trinidad, kort voor en kort na de onafhankelijkheid van West-Indië, was het onder jonge Antillianen niet ongebruikelijk hun archipel te vergelijken met het oude Griekse eilandenrijk. Deze vergelijking heeft Walcott later magistraal uitgewerkt in Omeros (1990). In dit gigantische gedicht dat vorig jaar voor toneel is bewerkt, speelt Walcott in op de gewoonte uit de slaventijd eilandbewoners namen te geven uit de oudheid. Op St. Lucia lopen zo de schaduwen van de oude Grieken rond. Helena is de serveerster die wat al te vertrouwelijk met de toeristen omgaat, "selling herself like the island'. En onder de vissers komen een Achilles en een Hector voor. Homerus zelf loopt over het eiland zoals Vergilius door het paradijs en de hel van Dante loopt.

Net als in eerder werk is het belangrijkste thema van het gedicht de verplaatsing van mensen over de aardbol. Er komt een Ilias-motief in voor, de verovering door vreemde landen en culturen in het verleden. Het Odyssee-motief is te vinden in de zoektocht die Walcott beschrijft naar een thuis. Draagt ieder mens zijn huis in zich, zoals ergens staat, of is er een oorsprong waarnaar we allen altijd terugverlangen?

Walcott staat op het standpunt dat buitenlandse invloeden niet schadelijk hoeven te zijn. Het gaat erom wat je ermee doet, heeft hij in een van zijn essays geschreven. Een kunstenaar maakt van alles wat hij ziet wat hij zelf wil.

Ook in zijn persoonlijk leven heeft Walcott de keuze tussen de cultuur van zijn geboorte-eiland en andere culturen niet willen maken. Nog altijd pendelt hij heen en weer tussen St Lucia en Boston, waar hij in de nabijheid van Joseph Brodsky en Seamus Heaney literatuur doceert.

In Another Life doet hij de gelofte zijn eiland nooit te verlaten alvorens hij het in woorden heeft neergezet. Wat dat betreft zou hij nu voorgoed in Boston mogen blijven.

    • Reinjan Mulder