VVD-plan: Stop tien miljoen gulden in een Fonds voor Topsporter

DEN HAAG, 9 OKT. De VVD-fractie in de Tweede Kamer vindt dat er een Fonds voor de Topsporter moet komen dat onder meer gevoed dient te worden worden uit een deel van de opbrengst van de in te voeren instantloterij en bijdragen van de ministeries van Sociale Zaken en Onderwijs. In totaal moet er tien miljoen gulden in het fonds komen, waar naar schatting 250 topsporters in Nederland uit kunnen putten.

Het voorstel, dat vanmorgen werd gepresenteerd, sluit aan op het voornemen tot de oprichting van zo'n fonds dat minister d'Ancona van WVC in de memorie van toelichting op haar begroting heeft geuit. VVD-sportwoordvoerder Dick Dees zegt dat er “geen gulden extra” voor het plan op de WVC-begroting is gekomen.

De tien miljoen voor het fonds moet worden opgebracht uit de nu al beschikbare bronnen zoals Olympisch Comité, WVC en Stichting Nationale Sporttotalisator (2,7 miljoen), instantloterij (4 miljoen), begroting van Sociale Zaken (1 miljoen), Onderwijs (1 miljoen) en door de sport zelf opgebrachte sponsoring (1,3 miljoen).

Om dat te bereiken moet de Kamer besluiten vijf procent van de bruto-opbrengst van de instantloterij niet naar de schatkist laten vloeien, zoals in de huidige opzet de bedoeling is. De bijdrage van Sociale Zaken en Onderwijs denkt Dees te kunnen verantwoorden door een verminderd beroep die sportmensen dankzij de bijdrage uit het Fonds voor de Topsporters op bijstand en studiefinanciering zullen doen.

Volgens hem is de rechtspositie van de topsporter in Nederland zwak. Hij wijst op de problemen die wielrenster Monique Knol na het behalen van olympisch goud in 1988 en deze zomer atlete Ellen van Langen (goud op de 800 meter) met de Sociale Dienst hadden over hun uitkering. Telkens als een sporter een uitzonderingspositie wil creëren komt hij in een “bureaucratische warwinkel”. Met Fonds voor de Topsporter, waarvoor de sportwereld zelf de selectiecriteria opstelt, kunnen die problemen worden omzeild.

Jan Loorbach, bestuurslid van Nederlands Olympisch Comité en Nederlandse Sport Federatie, stelt vast dat het plan van de VVD aansluit bij het voornemen dat WVC heeft geformuleerd, waardoor er nu zeker een meerderheid in de Kamer voor is. “En iets waarvan algemeen erkend wordt dat het er moet komen, mag natuurlijk niet stuk lopen op de financiering.” De hoogte van het fonds (tien miljoen) noemt hij een “buitengewoon substantiële stap vooruit, die de maatschappelijke status van de topsporter duidelijker maakt.”

Wel zegt hij dat er in het voorstel “een paar sigaren uit eigen doos” zitten. Niet alleen moet een deel worden gefinancierd uit de al bestaande bijdrage van het NOC aan de zogenoemde individuele begeleiding van de topsporter, bovendien moet de sportwereld zelf 1,3 miljoen opbrengen. “Als we ergens anders geld moeten gaan weghalen zou het wel eens zo kunnen worden dat je de sporter eerst laat verhongeren voordat je hem eten geeft.” Onbespreekbaar is een eigen bijdrage door de sport volgens Loorbach echter niet.

    • Peter de Jonge