Universiteit mèt hogeschool slecht plan

In het onderwijs en de politiek is een discussie gaande over de integratie van universiteiten en hogescholen. Enkele elementen van deze discussie zijn: de mogelijke afschaffing van de doctorandus-titel, het niveau van de afstuderende student en het aanpassen van het onderwijs aan de wensen van de studenten. Een belangrijk aspect ontbreekt echter, de verandering in de hiërarchie van het onderwijzend en onderzoekend personeel. Immers, als de hogeschool en de universiteit één instantie gaan vormen, dan zullen er vele nieuwe hoogleraren en hoofddocenten bijkomen.

Het is mijn verwachting dat deze toename de hiërarchie, zoals die nu op de universiteiten bestaat, niet ten goede zal komen. Uiteindelijk zal dat een negatief effect hebben op het kwalitatief hoogstaande onderzoek, zoals dat nu aan de Nederlandse universiteiten wordt gedaan. De basis van mijn sombere verwachting wordt gevormd door mijn recente ervaringen, opgedaan tijdens een werkbezoek aan verscheidene universiteiten in Australië.

Australië telt zesendertig zich universiteit noemende instellingen. Het aantal inwoners in het land is ongeveer net zo groot als in Nederland. Hoewel het niveau van de, soms deels in Engeland of in de Verenigde Staten opgeleide, wetenschappers hoog is, ligt het niveau van de gemiddelde student (ook promovendus) beduidend lager dan in Nederland. Een groot deel van de Australische universiteiten was voorheen een "Polytechnic', of iets anders.

De overgangsfase van Polytechnic naar universiteit in Australië dateert alweer van een tijd geleden. De sporen van deze overgang zijn echter nog altijd aanwezig. Een voor de hand liggend aspect is het niveau van de student, dat varieert per universiteit en dat erg laag kan zijn. Een ander aspect is het verschil in niveau van een ieder die zich nu "Professor' noemt. Immers, alle "nieuwe' universiteiten hebben nu ook "lecturers' en "(associate) professors'. Er zijn in Australië professoren die geen publikaties of enigerlei onderzoekservaring hebben, terwijl ze wel promovendi begeleiden. Dit is nog tot daaraan toe, mits iedereen maar weet wie wel, en wie niet iets voorstelt. Echter, na een aantal jaren is zo iets steeds moeilijker tot uitdrukking te brengen. Het komt dan voor dat in commissies die geldstromen toewijzen, voormalige hogeschoolleraren meebeslissen over ingediende onderzoeksvoorstellen.

In Australië heeft dit geleid tot een onaangename sfeer binnen vakgroepen, universiteiten en zelfs tussen steden. Hoog aangeschreven onderzoekers vertrekken naar het buitenland. Er zijn vacatures die niet kunnen worden vervuld. De universiteiten die voorheen hogeschool waren krijgen de meeste studenten, hebben het meeste geld, het grootste aantal student-assistenten, en de duurste computers. Ze leveren echter erbarmelijk onderzoek af, dat bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal voor volwaardig wordt gehouden.

Het samengaan van universiteiten en hogescholen is niet een goed idee. Mijn ervaring is dat er in het buitenland hoog wordt opgegeven van de wijze waarop wij in Nederland onderzoek doen. Het zou jammer zijn als we dezelfde kant opgaan als Australië.

    • P.H. Franses