Uit Saratov; Taart en muziekinstrumenten zijn schaars

Saratov, op 17 uur sporen van Moskou, is in Russische ogen provinciaals. Onder de communisten was de stad wegens de militaire industrie gesloten voor westerlingen. “Saratov, najaar 1992. De augustuscoup mislukte een jaar geleden, de oktoberrevolutie slaagde 75 jaar geleden, de eerste vlucht om de aarde vond eenendertig jaar geleden plaats. Gebeurtenissen die allemaal belangrijk waren voor de geschiedenis van deze stad. Maar is dat, behalve aan de standbeelden, ook op straat te zien?”

Op de armen van de visser glanzen witte driehoekjes. Het is niet meer moeilijk om te begrijpen dat van visseschubben parels worden gemaakt. De vissen die hij schoonschrapt zijn baarzen en snoeken. Steur, de kaviaarvis die driemaal in het wapen van Saratov voorkomt, zwemt hier niet meer. De visser, van maandag tot en met vrijdag ingenieur, kijkt vanaf zijn eiland in het midden van de Wolga omhoog, anderhalve kilometer naar links, naar de oever waar de steppen beginnen, en anderhalve kilometer naar rechts, naar de Russische heuvels. Hij weet niet op welke oever Saratov in 1590 werd gesticht. Niemand weet dat meer. Nu ligt de stad van Moskou uit gezien op de rechteroever, zoals alle grote steden waarvan de oude naam in het Russisch mannelijk is. Aan de overkant ligt Engels.

Saratov, vanuit Moskou 17 uur sporen naar het zuidoosten, is geen kleine stad. Er wonen nu ongeveer een miljoen mensen. Toch is Saratov in Russische ogen zo provinciaals dat het spreekwoordelijk is geworden. In het blijspel Gore ot uma ("Leed wegens verstand', 1833) van Aleksandr Gribojedev wordt een dochter hier voor straf naartoe gestuurd: “naar het platteland, naar je tante, naar de binnenlanden, naar Saratov!” Tsjechov liet zijn dame met het hondje een halve eeuw later uit de stad S. komen. Zijn Russische lezers dachten meteen aan Saratov. De bewoners doen niets liever dan Saratov roemen: de stad aan de Wolga heeft het eerste openbare museum, het eerste permanente circus en de eerste medische universiteit van Rusland - na Moskou en Petersburg, maar dat spreekt voor zichzelf.

De beroemdste zonen van Saratov zijn de achttiende-eeuwse schrijver Radistsjev, de negentiende-eeuwse schrijver Tsjernysjevski en de ware twintigste-eeuwer Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte, die weliswaar niet in Saratov geboren werd, maar hier wel leerde vliegen en in 1961 zestig kilometer van de stad weer op aarde terugkeerde. Daar staat een monument, een stenen raket op een twintig meter hoge sokkel, niet veel verschillend van het iets hogere monument in Moskou dat aan de ruimtevaart is gewijd. Een van de weinige kunstboeken die in Saratov volop te koop zijn is een prentenboek waarin Gagarin in traditionele rood-zwarte lakschilderingen met een wuivende cape om zijn schouders naar een lachende zon zweeft.

Radistsjev en Tsjernysjevski hebben een standbeeld in de stad, Radistsjev voor het naar hem vernoemde museum, Tsjernysjevski op een plein vlakbij de Wolga, achter de Kosmonautenpromenade. Het standbeeld is alweer geen origineel. Tsjernysjevski staat met zijn armen over elkaar te peinzen. Zijn linkerbeen is gebogen en steekt zo ver naar voren dat het veel langer moet zijn dan het rechter. Tot 1917 stond er op dit plein een standbeeld van tsaar Alexander II, in dezelfde onmogelijke houding. Helden zijn helden, moet de beeldhouwer gedacht hebben.

Juwelen

Saratov, najaar 1992. De augustuscoup mislukte een jaar geleden, de oktoberrevolutie slaagde 75 jaar geleden, de eerste vlucht om de aarde vond eenendertig jaar geleden plaats en Tsjechov schreef De dame met het hondje in 1899. Gebeurtenissen die allemaal belangrijk waren voor de geschiedenis van deze stad. Maar is dat, behalve aan de standbeelden, ook op straat te zien? De houten huizen en stenen flats die nu het centrum van de stad vormen, laten op het eerste gezicht weinig los. Zou een beschrijving van de stad in een toeristische gids uit 1911 nu nog bruikbaar zijn?

Saratov was wegens de hier gevestigde militaire industrie onder de communisten een gesloten stad. Zelfs Donald J. Raleigh, historicus aan de universiteit van Hawaii, die in 1986 Saratov uitkoos voor zijn studie over de revolutie van 1917 in de provincie, kreeg geen toestemming om de stad te bezoeken. Toch weet hij heel wat te beweren over haar uiterlijk. Saratov is een stad van populieren, lindebomen, iepen en seringen, schrijft hij. Het klopt. In de Duitse straat, de voornaamste winkelstraat, kon men in 1911 goud, zilver en juwelen kopen, muziekinstrumenten, cosmetica en taart. Dat is niet meer zo. In de boekhandel in de Duitse straat, die sinds kort wel weer zo heet, liggen op de prominentste plaatsen Engelse grammatica's, computerhandleidingen en boeken over seks. Op het rijkst geïllustreerde seksboek is een kaartje geplakt: prijs 150 roebel, inkijken 10 roebel.

Taart en muziekinstrumenten zijn schaars. Op 19 augustus, de eerste verjaardag van de coup, speelt het Philharmonisch Orkest in het Lindenpark. Er zijn meer musici dan toeschouwers. Tijdens het spelen van een voor deze gelegenheid door een Moskouse componist geschreven symfonie begint het te onweren. De orkestleden schuilen met hun instrumenten onder de linden. Michail Bryzgalov speelt niet op zijn Amerikaanse trompet, die hij deze zomer gekregen heeft op het Internationale Trompetfestival in Rotterdam. Dat kan niet, zegt Bryzgalov, de andere musici zijn te jaloers.

Voor het operagebouw brandt nog de vlam voor de revolutionaire strijders van 1917, maar er worden geen muntjes meer in het rooster eromheen gegooid. Jammer voor de jongetjes die ze er met behulp van een stukje in de eeuwige vlam gesmolten plastic aan een draadje weer uitvisten. De jongetjes kunnen nog wel naar het standbeeld van Lenin kijken, schuin vanachteren, zodat de hand met uitgestrekte wijsvinger een groot geslachtsdeel wordt. Naast het standbeeld ligt op de grond een steen met de inscriptie: "Hier komt een monument voor de slachtoffers van het communistische regime in Rusland'. De plaquette ligt er al anderhalf jaar. De in Saratov overgebleven communisten halen hem om de week weg; de democraten leggen hem weer terug. De autoriteiten bemoeien zich er niet mee.

De inwoners zijn nog steeds trots op hun stad, het culturele centrum van een grote regio, met een opera- en een danstheater, een conservatorium en een kunstacademie. Maar vaak vallen ze na het melden van de constanten, de rivier, de heuvels, het circus, snel stil. Veel voorstellingen zijn er niet meer. Wat moeten ze aanprijzen? Het Oeljanov familiemuseum, opgericht omdat twee zusters van Lenin hier begin jaren tien hebben gewoond, is nog steeds open. Maar misschien is het beter om erop te wijzen dat het Saratovse toneelgezelschap een tournee door Duitsland heeft gemaakt met een stuk gebaseerd op teksten van Daniil Charms. En de turquoise orthodoxe kerk rechts van het standsbeeld van Tsjernysjevski, tot voor kort zoals in zoveel steden een planetarium, wordt gerestaureerd.

In het streekmuseum is alles nog bij het oude. Alleen de wisselexpositie is sinds december 1991 bijzonder. Hij is gewijd aan de Wolgaduitsers. Saratov grensde tot de opheffing in 1941 aan de Wolgaduitse autonome republiek, waarvan Engels de hoofdstad was. Veel is er op de tentoonstelling niet te zien: een paar lutherse bijbels, kostuums, een houten wiegje en foto's uit het begin van deze eeuw van de directeuren van de staal- en de tabakfabriek en uit 1970 van de afbraak van de lutherse kerk. Aan de muur hangt een kaart waarop de nieuwe Duitse centra in de regio zijn aangegeven. In Saratov zouden een cultureel centrum, een school en een centrum voor economische hulp uit Duitsland zijn gevestigd. Dat stelt minder voor dan het lijkt. Het culturele centrum is bij voorbeeld dit museum, waar een keer per maand een ontmoetingsavond wordt gehouden. De Zeitung der Wolgadeutschen is wel in het museum, maar niet in de kiosken te koop. De sporen van de Duitsers in Saratov, in 1941 verbannen naar Siberië, zijn bijna uitgewist en van nieuw leven is nog weinig te merken.

Wat van deze Russische stad de grootste charme uitmaakt, wordt echter dagelijks afgebroken. In het centrum staan nog veel houten huizen, sommige blauw en wit geschilderd, de meeste van ongeschilderde planken met krullen om de ramen. In 1900 waren er van de 17.000 gebouwen in Saratov nog 14.000 van hout.

Zelfs het streekmuseum besteedt alleen aandacht aan de houten huizen om te laten zien hoe de mensen hier vroeger woonden, hoe arm ze waren. Over de schoonheid van de huizen en de houten voorwerpen geen woord, zelfs niet over de vernuftige lampen: een soort ijzeren knijpers op een houten voet waartussen smalle repen hout werden gestoken die langzaam opbrandden. Voor een waardering van deze houten cultuur moet men een paar duizend kilometer naar het noorden, naar Kizji, een schiereiland in het Onegameer, waar rondom een achttiende-eeuwse, zonder één spijker gebouwde houten kerk met 22 koepels, een openluchtmuseum is opgericht.

Blote vrouw

Antiek is in Saratov een onbekend verschijnsel. De enige die zich hier om de schoonheid van gebruiksvoorwerpen bekommert is Nikolaj Andrejevitsj Ivanov. Deze 73 jaar oude architect heeft van zijn huisje op een binnenplaats achter een kippenren een museum gemaakt. Van oude vrouwtjes kocht hij lampen, schilderijen en serviesgoed. Behalve Russische en Duitse spullen leverde dat ook veel Japanse en Chinese voorwerpen op, die Russische commissarissen eind jaren vijftig uit China meebrachten. Op tafel liggen in donker fluweel gevatte fotoalbums en de lutherse bijbel waar zijn Duitse moeder hem uit voorlas. In een hoekje hangen de ikonen van zijn Russische vader. Ivanov lijkt geen kieskeurig verzamelaar. Op het felroze behang hangen borden uit verschillende tijdperken van wisselende kwaliteit naast elkaar. Alleen van de avant-garde uit de jaren tien en twintig hangt er niets. Net als de meeste Russen kan hij de waarde daarvan niet inzien. Ivanovs belangstelling gaat terug naar een verder verleden. Als hij 's avonds alleen is gaat hij in een van de vele stoelen in de kleine kamer zitten en kijkt hij naar de voorwerpen die hij dan kan waarnemen. Tien minuten per stoel. Hij fantaseert. Van wie zou dit rozenbord geweest zijn, van wie deze lamp met blote vrouw als voetstuk? In het huismuseum van Nikolaj Andrejevitsj komt het verleden van Saratov het best tot leven. Het liefst kijkt hij naar een juwelenkist ingelegd met parelmoer en kersehout. Hij heeft het gekocht van een vrouw wier grootmoeder het in 1917 van een landgoed in de buurt van Saratov "meenam'. Als je het kistje opendoet klinkt er een muziekje. Volgens Ivanov is het in de achttiende eeuw door lijfeigenen gemaakt. In een van de laatjes zit een stukje beschreven papier. “Het meisje heeft haar mooiste juwelen omgedaan. Ze gaat naar een bal. Voor ze het doosje dichtdoet, leest ze nog even het laatste kattebelletje van haar geliefde.” Het briefje heeft hij er zelf ingelegd.