Sparretjes planten in troosteloos decor

KRKONOSE, 9 OKT. Het decor is van een troosteloosheid die niemand onberoerd laat. Waar ooit de fijnsparren en bergdennen welig tierden, staan nu alleen nog kale stammen in een zure, tussen mist en regen twijfelende neerslag, die sinds jaar en dag verantwoordelijk is voor de massasterfte in het Tsjechische bos. De plek heet Krkonose, een nationaal park in het Reuzengebergte vlakbij de Poolse grens. Juist hier moet het beter worden. Uit Nederland is Ed Nijpels overgevlogen om enkele sparretjes te planten als aanzet voor een nieuw, 16.000 hectare groot bos.

De burgemeester van Breda, oud-minister van milieubeheer, is ook voorzitter van de Nederlandse stichting Face en dat verklaart waarom hij in het Reuzengebergte met spa en pikhouwel optreedt. Face is niet alleen het Engelse woord voor gezicht, maar ook de afkorting van "Forests Absorbing Carbondioxyde Emission'. Dat betekent dat de stichting bos wil aanleggen om kooldioxide (CO2) te binden, het gas dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen en in hoge mate bijdraagt aan het broeikaseffect. Nieuw geboomte kan de gevolgen daarvan gedeeltelijk neutraliseren.

Face werd eind 1990 opgericht door de NV Samenwerkende Elektriciteitsproduktiebedrijven in Nederland (SEP) met als doel herstel van bossen te financieren. Daarvoor wordt ongeveer 500 miljoen gulden uitgetrokken, uit te smeren over 25 jaar en gericht op diverse werelddelen. In totaal moet in die periode 150.000 hectare nieuw woud verrijzen. Met de eerste projecten is dit jaar begonnen: 120 hectare in Nederland (bij Leeuwarden), 25.000 hectare in Maleisië en 16.000 hectare in dat deel van de Tsjechische republiek dat in de beruchte "zwarte driehoek' valt. Zo luidt de bijnaam van de grensregio Duitsland-Polen-Tsjechoslowakije, die als ecologisch rampgebied te boek staat als gevolg van jarenlange luchtvervuiling door een opeenhoping van zware industrie. Vooral zwaveldioxide, afkomstig van bruinkool en steenkool, heeft er veel kwaad gesticht en daarvan getuigen de stervende bossen in onder meer het Reuzengebergte.

De 500 miljoen die de SEP via Face aan het ecologisch herstel van deze en andere gebieden wil besteden, komt in feite ten laste van de Nederlandse elektriciteitsverbruikers. Maar van een aanslag op hun portemonnee is allerminst sprake. Zij betalen voor dit doel het marginale bedrag van 0,03 cent per kilowattuur, wat overeenkomt met negentig cent per huishouden per jaar.

“Het is ook geen liefdadigheid wat we doen”, zegt mr. M.A. van Loon, adjunct-directeur van de SEP. “Met minister Alders is afgesproken dat onze investering in het milieu wordt gecompenseerd als er een heffing op de uitstoot van CO2 zou komen. Datzelfde geldt voor het geval de elektriciteitsbedrijven aan een doelstelling voor de uitstoot van kooldioxide worden gebonden, bijvoorbeeld een stabilisatie in het jaar 2000 op het peil van 1990. Ook dan zeggen we: prima, maar dan moet die 500 miljoen die we wereldwijd in de bossen steken, wel meetellen op onze credit-rekening. En daarmee heeft de minister in principe ingestemd.”

Met Van Loon, Face-voorzitter Nijpels en andere Nederlanders vliegen we per helikopter over het langgerekte, 400 vierkante kilometer grote Krkonose, dat in 1963 om zijn hoge biologische waarden tot nationaal park werd verheven en nu op de lijst van de tien meest bedreigde natuurgebieden ter wereld staat. Vanuit de lucht is duidelijk te zien waarom. De dalen zijn doorgaans nog rijk begroeid, maar op de hellingen en toppen zijn grote stukken bos veranderd in kale vlaktes en dat proces woekert onverminderd voort. Ook percelen die nog een redelijk gezonde indruk wekken, blijken vol te staan met stervende of al aan de verzuring bezweken bomen. Van het oorspronkelijke bestand aan zilversparren is praktisch niets meer over en ook de fijnspar, die in Krkonose het meest voorkomt, gaat hollende achteruit.

De vraag is hoe nieuwe aanplant hier uitkomst kan bieden, maar de experts zijn wat dat betreft niet pessimistisch gestemd. Een van hen is prof. dr. J. Fanta, een Tsjech die als eerste directeur van het nationaal park optrad, in 1972 naar Nederland uitweek en in Amsterdam en Wageningen bosecologie doceert. Hij verwacht dat de miljoenen nieuwe boompjes in Krkonose betrekkelijk ongestoord tot wasdom zullen komen nu de zwavelemissies rond de "zwarte driehoek' een licht dalende tendens vertonen. Daarbij komt dat het jonge goed aanmerkelijk minder last van luchtverontreiniging heeft dan volwassen exemplaren. Voorwaarde is wel dat zoveel mogelijk kiemkrachtig boomzaad uit de streek zelf wordt verzameld, opdat herbebossing kan gebeuren met soorten die hier van oudsher thuishoren.

    • F.G. de Ruiter