Ruzie in CDA over gezinsvorming

DEN HAAG, 9 OKT. In de CDA-fractie in de Tweede Kamer is een conflict ontstaan over de verscherping van het toelatingsbeleid voor buitenlanders die hier een gezin willen vormen.

De woordvoerder in de fractie over dit onderwerp, J.G.H. Krajenbrink, dreigt deze functie neer te leggen als zijn fractie het standpunt van de meerderheid, inclusief fractievoorzitter Brinkman, volgt om aan het inkomen van mensen die een partner uit het buitenland naar Nederland willen halen, eisen te gaan stellen. “Als dat het standpunt van de CDA-fractie wordt is het zowel voor mijzelf als voor de fractie niet geloofwaardig meer om het woordvoerderschap toelatingsbeleid vol te houden”, aldus Krajenbrink. Hij is zeven jaar woordvoerder op dit gebied.

Krajenbrink is zelf ook voor beperkingen bij de gezinsvorming zoals het instellen van een wachttijd. De inkomenseis vindt hij echter “over de morele schreef gaan omdat je het grote groepen, zoals werkloze allochtonen, bijstandsmoeders en gehandicapten, onmogelijk maakt relaties in het buitenland aan te gaan ”. Weliswaar willen Brinkman en de zijnen de inkomenseis voor iedere Nederlander invoeren maar in de praktijk zal de maatregel discriminerend werken voor de genoemde groepen, aldus Krajenbrink. Hij wijst erop dat in de jaren tachtig enige tijd een inkomenseis gold (minimuminkomen van ƒ 1445) en “die is juist om zijn indirect discriminerende werking afgeschaft”, aldus Krajenbrink.

Het conflict in de CDA-fractie loopt min of meer parallel met een conflict in het kabinet over de gezinsvorming. Minister Dales (binnenlandse zaken) zei twee weken gelden in de Tweede Kamer dat het kabinet niet aan beperkingen in het toelatingsbeleid denkt. Op het departement van justitie wordt echter wel wel degelijk gewerkt aan een verscherping. Daarbij moet ook een inkomenseis gaan gelden.