Rudi Fuchs

In het door Lien Heyting opgetekende interview in het CS van 18 september brengt Rudi Fuchs een aantal van zijn klachten over het kunstbeleid opnieuw naar voren. Zijn eigen opmerkingen roepen echter ook de nodige vragen op, vooral wegens de onderlinge ongerijmdheden, en de soms regelrechte tegenspraak met al aangekondigde plannen van het museum waarover hij de directie voert.

Fuchs vraagt zich af wat Nederland de in kunst geïnteresseerde toerist te bieden heeft, en terecht ergert hij zich aan de vrijblijvende opgetogenheid van d'Ancona over de Nederlandse museumdichtheid. Maar in welk opzicht draagt het door hemzelf voorgestane aankoopbeleid ertoe bij, dat over laten we zeggen 50 jaar, mensen omwille van kunst die juist hier te zien is naar Nederland (c.q. Den Haag) zullen komen? Voor welke door Fuchs aan te kopen werken zal de kunstliefhebber dan speciaal naar het Gemeentemuseum moeten, zoals je nu naar het Rijksmuseum of het Mauritshuis moet om de Nederlandse 17e eeuw op zijn mooist te zien, of voor Van Gogh naar het Kröller-Müller of het Van Gogh museum? Toch niet voor Baselitz, Penck, Kiefer, Rainer, Judd, Kounellis e tutti quanti die ik ook nu al even goed in Basel, Parijs of Mönchengladbach, maar ook in Amsterdam, Rotterdam of Eindhoven kan gaan zien.

Fuchs beklemtoont dat het Gemeentemuseum een collectiemuseum is en dat daarbij de collectie als een levend wezen moet worden beschouwd. Volgt daaruit niet dat continuïteit belangrijk is, dat bij verdere aankopen de al aanwezige collectie het uitgangspunt moet zijn? Waarom moet het aankoopbeleid van het Haagse Gemeentemuseum dan sprekend lijken op dat van het Van Abbemuseum (Baselitz, Penck, ...enz.)? Als de vijf gezichtsbepalende musea die we volgens Fuchs in Nederland hebben allemaal hetzelfde gezicht tonen, zou d'Ancona wel eens op de gedachte kunnen komen dat vijf zulke musea toch een beetje veel is voor een klein land.

Misschien is het ook voor de grote musea raadzaam bij hun aankopen de blik wat meer te richten op nog betrekkelijk onbekende Nederlanders in plaats van steeds weer op dezelfde kleine groep internationaal gearriveerde kunstenaars en stromingen. Een bijkomend voordeel voor door financiële zorgen gekwelde museumdirecteuren is dan dat werken die later mogelijk belangrijk zullen blijken, nu nog redelijk betaalbaar zijn. Zou het niet beter zijn, en ook meer in overeenstemming met zijn eigen opvattingen over collectioneren, als Fuchs het als een uitdaging zag om op zoek te gaan naar de Nederlandse kunst die bij uitstek past bij de Haagse school en de Mondriaans in het Gemeentemuseum? Dat lijkt me creatiever dan doorlopen in de gebaande sporen van het internationale kunstcircuit; het risico in internationaal gezelschap niet voor vol te worden aangezien wegens vermeend provincialisme moet maar op de koop toe worden genomen.