Rente in Italië 0,5 procent omlaag, lire boekt winst

ROME, 9 OKT. De Italiaanse centrale bank heeft de Lombard-rente gisteren met een half procent verlaagd, naar zestien procent. Het disconto blijft onveranderd op vijftien procent.

De verlaging van de Lombard-rente, de rente die de centrale bank vraagt aan de banken voor hun korte-termijnleningen, is een reactie op het herstel van het vertrouwen in de lire op de internationale valutamarkten. Nadat maandag de koers nog in de buurt kwam van 1000 lire voor een mark, zat de Italiaanse munt in de dagen daarna in rustiger vaarwater. Vanmorgen werd lire verhandeld voor circa 900 lire per mark.

De Italiaanse werkgevers hebben aangedrongen op een snelle verlaging van het disconto. Voor een industrieel herstel is uiteindelijk een verlaging met vijf procent nodig, zei Luigi Abete, voorzitter van de werkgeversorganisatie Confindustria. De Centrale bank heeft duidelijk gemaakt dat van een disconto-verlaging geen sprake kan zijn voordat de nieuwe begroting is aanvaard, waarin harde bezuinigingsmaatregelen zijn vervat. Premier Amato heeft gisteren officieel de vertrouwenskwestie gesteld bij de stemming over de begroting: als die niet wordt aangenomen, treedt het kabinet af.

De Europese wisselmarkten zagen er vanmorgen rustig uit. De dollar en het pond sterling zetten hun koersherstel van gisteren voort en de andere valuta's lagen er redelijk stabiel bij. Alleen het Ierse pond bleek in koers omlaag te zijn gegaan.

De Amerikaanse dollar stond omstreeks het middaguur op 1,6616 gulden na een slotkoers van 1,6570 gisteren. Die slotkoers kwam tot stand na een koersstijging van ruim vier cent. Dat de dollar ondanks de matig presterende Amerikaanse economie omhoog gaat komt door de verwachting dat het verschil tussen de Duitse en de Amerikaanse rentetarieven kleiner zal worden.

Het pond sterling was nipt hoger door de wat zwakkere positie van de mark. Omstreekst het middaguur noteerde het pond een koers van 2,8047 tegenover een slotkoers van 2,8020 gisteren. De koersstijging vond plaats ondanks het ontbreken van duidelijke uitspraken van de Britse minister van financiën, Norman Lamont tijdens het congres van de Conservatieve Partij.