Redevoering van Norman Lamont stelt Britten teleur

BRIGHTON, 9 OKT. Norman Lamont, de Britse minister van financiën, heeft zijn grote kans verspeeld. Dat is de reactie van de meeste commentatoren, collega-ministers (uiteraard anoniem) en Conservatieve Lagerhuisleden op het partijcongres in Brighton. De Londense City is al even weinig enthousiast over de inhoud van Lamonts toespraak, gisteren. “In feite vraagt hij ons hem te vertrouwen met de economie”, zei een analist van James Capel gisteren. “Ik doe dat niet meer”.

De dubbelhartigheid waarmee de Britse Conservatieve Partij haar fel bekritiseerde minister tegemoettreedt, werd gisteren duidelijk gedemonstreerd. Een staande ovatie toen Lamont opkwam, een (zij het lauwe) staande ovatie toen hij klaar was, maar in de zaal mensen die hartgrondig opmerkten: “Zo. En dat was dan ook de laatste keer”.

Norman Lamonts toekomst als minister van financiën - dat is duidelijk - is ook na zijn toespraak niet veilig. Zelden heeft de Conservatieve Partij op haar congres zo'n toon aangeslagen, als gisteren in het debat over de economie. Spreker na spreker schetste de ravage die de aanhoudende recessie, maar vooral aanhoudend hoge rentestanden, onder middenstanders en bedrijven had aangericht. Het losmaken van het sterling uit het Europese Monetaire Stelsel (EMS) werd door de meeste sprekers gezien als een zegen, maar waarom was het daarna maar bij één procent renteverlaging gebleven? Eén spreker vroeg om vijf procent renteverlaging “vandaag nog” en een ander verweet Lamont: “De middenstand vormt hart en ziel van de Conservatieve Partij en u schopt ze voor hun bek”.

Gadegeslagen door zowel Margaret Thatcher - door een spreker sarcastisch begroet als “mevrouw de schaduw-premier” - als John Major op het podium naast hem, was het aan Lamont om in de zaal een afdoende antwoord te formuleren. De minister had zijn toespraak tegelijkertijd aangescherpt ten behoeve van de financiële wereld, door een brief te schrijven naar het Lagerhuis, waarin hij zijn economisch beleid post-EMS enigszins toelichtte. Inflatiebestrijding blijft prioriteit, zij het dat het doel van nul procent inflatie is vervangen door gemiddeld twee procent op lange termijn.

De minister kondigde strenge beperking van de overheidsuitgaven aan, vooral op ambtenarensalarissen. De waarde van het pond sterling ten opzichte van andere valuta “is een signaal dat we niet kunnen negeren”. Maar er is geen vaste slingerwijdte waarbinnen de waarde mag variëren, noch “schaduwt” het pond een beoogde tegenwaarde. De minister zal het middel van renteaanpassing alleen gebruiken wanneer hij meent dat het pond langdurig op een niveau blijft hangen dat inflatieverhoging in de hand werkt.

De minister sloot een snelle terugkeer van het pond in het EMS opnieuw uit. Hij onderstreepte dat hij - ondanks alle kritiek op de manier waarop hij in de sterling-crisis van Zwarte Woensdag heeft gehandeld - ook achteraf niet inziet hoe hij anders had kunnen handelen “in deze orkaan die heel Europa overspoelde”.

De rol van de Duitse Bundesbank werd door Lamont, wijselijk, niet meer genoemd, maar "Brussel' was als immer een dankbaar object om de gevoelens van ongenoegen op te concentreren. De “onnodige en extravagante” voorstellen van Jacques Delors tot extra uitgaven ter waarde van 14 miljard pond, zouden wat Groot-Brittannië betreft, niet doorgaan. “Ik ga niet een streep halen door de bouw van Britse ziekenhuizen en Britse scholen om andere landen in de Gemeenschap contant een som geld in de hand te drukken”.

Dergelijke uitlatingen kregen gegarandeerd de handen op elkaar, vooral die van Margaret Thatcher. Maar veel concreets had de minister verder niet te bieden. Er was geen sprake van een renteverlaging, waarop iedereen zo gehoopt had. Er was niet meer dan een verbaal beleden meegevoel met de slachtoffers van de recessie en er was de aansporing voor het Britse zakenleven zijn voordeel te doen met het zwevende - dat wil zeggen gedevalueerde - pond door zijn positie op de exportmarkt te verbeteren.

“Welke exportmarkt?”, zei een fabrikant van Engelse kwaliteitsgoederen gisteren bitter. “Er is overal recessie”.

    • Hieke Jippes