Patrick Modiano: Un cirque passe. Uitg. ...

Patrick Modiano: Un cirque passe. Uitg. Gallimard, ƒ 39,95

Anne-Marie Garat: Aden. Uitg. Seuil, ƒ 41,75

Frédériq Vitoux: Charles et Camille. Uitg. Ed. du Seuil, ƒ 47,30

Marguerite Duras: Yann Andréa Steiner Uitg. Ed. P.O.L., ƒ 34,40.

Een paar weken geleden praatte Patrick Modiano in het Franse literaire televisieprogramma ”Caractères' over zijn zojuist verschenen roman Un cirque passe. Ontwapenend, met veel handgebaren en kleine pufgeluidjes beantwoordde hij in bijna nooit afgemaakte zinnen de vragen.

De vage indruk die Modiano maakte staat in groot contrast met de elegant en precies geformuleerde beschrijvingen en gesprekken in zijn roman.

In Un cirque passe trekken Lucien, een jongen van achttien en een meisje Gisèle van een paar jaar ouder drie dagen samen op, nadat ze ieder afzonderlijk en zonder dat ze elkaar kenden door de politie zijn verhoord. Lucien weet niet waarom en over het verhoor van het meisje komt hij niets van haar te weten. Tijdens hun zwerftocht door Parijs blijkt, dat zij er vreemde vrienden op na houdt en te maken had met het Cirque d' Hiver in Pigalle. Zoals vaker gebeurt in Modiano's boeken is de hoofdpersoon hoofdzakelijk bezig met herinneringen aan vroegere tochten door Parijs. Naarmate Modiano ouder wordt - hij is nu bijna vijftig - liggen de perioden, waaraan teruggedacht wordt, verder uit elkaar en zijn het niet alleen maar gefantaseerde herinneringen, zoals in de vroegere boeken. Kleine verschuivingen in de tijd (deze roman speelt zich af in 1963) en in de plaats (andere straten en wijken in Parijs), bepalen de figuren en de gebeurtenissen. De hoofdpersoon kijkt even wantrouwend, zoekt naar erkenning en contact, maar dit lukt eigenlijk nooit. “... Zo ging het altijd, met zijn vader, met halve vrienden... ze waren helemaal ”comme il faut'; je zou ze willen aanraken om te weten of ze echt bestonden”. Ook Gisèle ontglipt Lucien na drie dagen.

Uiterlijkheden van een bepaalde periode kan Modiano trefzeker aangeven: mannen droegen pakken en jassen van bleu-marine, bars en restaurants heetten naar de straat waar ze lagen en hadden nog geen fancy namen.

Naar uitleg van de titel van de roman gevraagd, vertelde Modiano, dat het leven zich aan Lucien voordeed als een voorbijtrekkend circus van vreemde mensen en bizarre voorstellingen.

Tussen helderheid en geheimzinnigheid in fantaseert Modiano dat wat net niet te achterhalen lijkt te zijn.

Patrick Modiano: Un cirque passe. Uitg. Gallimard, ƒ 39,95

In hetzelfde televisieprogramma trad ook Anne-Marie Garat op naar aanleiding van haar nieuwe roman Aden. In tegenstelling tot Patrick Modiano praatte zij met veel élan en zekerheid over haar boek, dat bijna tweemaal zo dik is, en, lijkt het wel, driemaal zoveel woorden bevat als Un cirque passe.

Behalve boeken schrijven doceert Garat foto- en filmkunst. Zoals ook in vorige romans, onder andere Chambre noire (zojuist in Livres de poche verschenen), nemen foto's en het verleden dan ook een belangrijke plaats in.

De hoofdpersoon Aden Seliani, zoon van immigrés uit Oost-Europa van na de Tweede Wereldoorlog, vertrekt met een beurs uit een voorstad naar de grote stad Parijs. Met niet anders dan hard studeren bereikte hij zijn doel: deskundige worden in de computerkunde. Van een kort huwelijk maakte hij een débâcle. En dan moet hij ineens terug naar zijn geboorteplaats: zijn moeder ligt na een ongeluk in coma. Even schokkend als de confrontatie met de zieke moeder is die met een oude foto van hemzelf en zijn ouders. Nooit had hij die foto bewust gezien, nu treft hem het gat tussen vroeger en nu. Hij wil terug naar zijn jeugd en het verleden van de ouders, die als arme buitenstaanders nooit een bestaan hebben kunnen opbouwen.

Drie dagen en drie nachten trekt hij heen en weer tussen Parijs en het voorstadje, per trein en zelfs een keer te voet, op zoek naar zijn wortels en vooral naar zijn ondoorgrondelijke moeder. Die blijft ondoorgrondelijk, want in de laatste uren praat zij alleen nog maar in haar moedertaal, waarvan Aden niets verstaat. Hij realiseert zich dan dat zijn eigen taal twintig jaar lang alleen maar computertaal is geweest.

Het bezeten lopen en denken en lopen beschrijft Garat in prachtige, soms zwaar aangezette beelden en woorden (in één zin bijvoorbeeld ... savoir ... espoir ... ce soir). Ze wisselt het af met verhalen over de ouders, buren, een oude leraar. Dan is de toon kribbig, want Aden is ook kribbig, ”méchant' zelfs; hij wil niet aardig gevonden worden, dat zou de mensen te dicht bij hem brengen. Met de oude foto voor zich en een dagboek van zijn moeder in een hem vreemde taal, die hij zàl leren begrijpen, ziet Garat hem bezeten schrijven ”pour se dire à soi-même, dans l'écriture'. Dat is haar boodschap aan de lezers.

Anne-Marie Garat: Aden. Uitg. Seuil, ƒ 41,75

Charles et Camille van Frédériq Vitoux speelt zich voor het grootste deel af in Venetië aan het eind van de achttiende eeuw. Het is de tijd van Napoleons triomfen in Noord-Italië. Het politieke geïntrigeer van Fransen, Oostenrijkers en de in naam neutrale Venetianen vormen de achtergrond voor de romance van Charles en Camille.

Charles, een Frans officier verbonden aan de Franse ambassade in Venetië, wankelt tussen zijn solidariteit met de onthoofde koning en de nu heersende macht van het Directoire en Napoleon. In Venetië zoekt hij zijn vroegere geliefde Camille, gouvernante van een Venetiaanse patriciërsfamilie. De luchthartige, frivole en gepassioneerde Camille heeft ondertussen banden aangeknoopt met Leonardo Moretto, een nationalistische Venetiaan. Ook hij is wankelmoedig: opkomen voor het zwakke Venetië (maar hoe dan?) of zich geven aan de Franse Camille en daarmee aan de nieuwlichterij van de revolutionairen. Van de drie is Camille het meest in twijfel; zij kan niet kiezen tussen twee liefdes. Tot slot belist het lot, de titel verklapt het.

Met veel ”Schwung' tovert Vitoux de lezer het decadente Venetië voor als achtergrond voor politiek gekonkel en onzekere romances. De pogingen om persoonlijk geluk in harmonie te brengen met een politiek geweten beschrijft hij uitbundig met romantische stijlmiddelen: driemaal hetzelfde in iets andere bewoordingen vertellen, iets met iets vergelijken op drie verschillende wijzen. Maar zo'n mooi lopende passage eindigt hij dan in een relativerende slotzin, bijvoorbeeld in een liefdesscène: “Ils se crurent uniques et seuls au monde, Comme tout le monde.” In Nederlandse vertaling zou de woordspeling ontbreken.

In Frankrijk hebben critici op de gelijkenis in opzet en sfeer van Stendhals La chartreuse de Parme gewezen. Die is zelfs zo sterk, dat Vitoux een van zijn hoofdstukken begint met de eerste van die beroemde roman. Zó vereert men in Frankrijk zijn geliefde voorgangers. Bovendien draagt Vitoux het boek op aan de Italiaanse historicus G. Ferrero volgens wie sociale factoren de geschiedenis hebben bepaald.

Frédériq Vitoux: Charles et Camille. Uitg. Ed. du Seuil, ƒ 47,30

Het nieuwe boek van Marguerite Duras Yann Andréa Steiner lijkt op een collage. Zij heeft autobiografische fragmenten, opmerkingen over vorige boeken en over filmscripts, bespiegelingen over een roman die maar niet lukte, op en over elkaar heengeplakt.

De leidraad van dit verhaal, tenminste het eerste stuk ervan, is de verhouding met een veel jongere Yann Andréa Steiner, die een tijd geleden een korte biografie van Duras schreef: M.D.

Zij brengen samen een lange, natte zomer door in ”Les Roches noires', een hotel in Trouville aan zee. Zij mijmeren en hakkelen over haar werk en over hun opbloeiende liefde. In het laatste stuk observeren zij vanaf het balkon een leidster van een vakantiekolonie, die de hele dag met een jongetje optrekt. Duras en Steiner zien in die twee, die zich aan elkaar hechten en toch uit elkaar moeten, hun eigen leven weerspiegeld. Dit alles wordt verteld in de bekende korte, staccato zinnen. Als een snoer met kralen zijn de woorden aan elkaar geregen, een paar van dezelfde kleur naast elkaar, want herhalen van woorden in zinnen die elkaar opvolgen is Duras' toverkracht. Vooral in het begin gaat het goed, maar als de magie niet meer werkt, dringt het idee van een maniertje zich op, vooral in het laatste stuk, dat veel te geforceerd eraan wordt gebreid.

Ergens in het boek merkt zij schamper op, dat bijvoorbeeld Roland Barthes haar aanried weer te schrijven in de trant van L'Amant. Dat onbegrip maakte haar woedend. Pose, dubbele bodem? Ook magie.

Marguerite Duras: Yann Andréa Steiner Uitg. Ed. P.O.L., ƒ 34,40.

    • F.J. van Marle