Onopgehelderde geschiedenissen; De zes genomineerde romans voor de Bookerprijs

In Londen wordt volgende week, op 13 oktober, bekend gemaakt wie de jaarlijkse Booker-prijs wint. J.J. Peereboom las de zes genomineerde romans, die niet allemaal meesterwerken hoeven te worden genoemd maar waarin wel het nodige wordt gezegd over de Europese geschiedenis, en over goed en kwaad.

Patrick McCabe: The Butcher Boy. Uitg. Picador, 215 blz. Prijs ƒ 49,75

Barry Unsworth: Sacred Hunger. Uitg. Hamish Hamilton, 630 blz. Prijs ƒ 40,55.

Christopher Hope: Serenity House. Uitg. MacMillan, 227 blz. Prijs ƒ 60,90.

Ian McEwan: Black Dogs. Uitg. Jonathan Cape, 174 blz. Prijs ƒ 56,85.

Michèle Roberts: Daughters of the House. Uitg. Virago Press, 172 blz. Prijs ƒ 60,90.

Michael Ondaatje: The English Patient. Uitg. Bloomsbury, 303 blz. Prijs ƒ 42,65.

Wie gaat dit jaar de meestbesproken Engelse romanprijs, de Bookerprijs winnen, 20.000 pond plus verheugende verkoopcijfers? De bookmakers denken dat het Michael Ondaatje wordt, niet omdat zij zijn The English Patient met het meeste genoegen gelezen hebben en aannemen dat de jury hun smaak deelt, maar omdat hun indruk is dat het van de zes romans op de nominatie de beste pers gehad heeft. Tweede vraag, omdat haast niemand het ooit eens is met hetzij bookmakers of jury's: wie zou hem verdienen te winnen?

Wat mij betreft zal er geen reden zijn tot sputteren als het Ondaatje wordt, maar evenmin zou ik zeggen dat hij met kop en schouders boven de andere vijf uitsteekt. Om bij voorbaat de speech van de voorzitter van de jury bij de uitreiking te citeren: het was een moeilijke opgaaf om er een uit te kiezen, want het niveau was hoog dit jaar. Niet dat alle zes genomineerden tot meesterwerken horen te worden uitgeroepen. Het bijzondere is dat ieder van hen iets te zeggen heeft over de Europese geschiedenis en over goed en kwaad, en dat zij ons weten te laten luisteren.

Na het uitspreken van dit compliment zou ik als eerste terzijde leggen The Butcher Boy van de Ier Patrick McCabe. Hij heeft het minste met de Europese geschiedenis te maken, behalve voorzover wij van mening zijn dat de criminele naturen sinds de Tweede Wereldoorlog steeds gevaarlijker en vrijpostiger zijn geworden; maar dat is niet de reden. Zijn hoofdpersoon is een onaangepaste Ierse vandaal die van jeugdcriminaliteit tot erger vervalt, een slecht gemotiveerde moord pleegt en het lijk wegstopt bij de afvalresten van de varkensslager waar hij werkt. Zijn levenswandel is opmerkelijk genoeg om de aandacht van de lezer gaande te houden, maar hij treedt zelf als verteller op en het probleem om zo'n onderontwikkelde boef zijn eigen geaardheid en beperkingen op schrift te laten vertolken is niet aannemelijk opgelost. Hij schrijft te goed.

Als tweede kan terzijde gelegd worden Sacred Hunger van Barry Unsworth. Het is jammer van dit boek, dat heel lang is (600 pagina's) en grondig gedocumenteerd, en dat vertelt van de slavenhandel in de achttiende eeuw, waar veel van geleerd kan worden over de mens als wolf. Unsworth had zich tevreden moeten stellen met ongeveer tweederde van zijn lengte. Bij pagina 400 begint een tweede deel met een ander thema, hoewel een vervolg op het eerste. De overlevende slaven, en een aantal bemanningsleden van het schip dat hen naar Amerika vervoerde toen er een muiterij uitbrak, wonen dan met elkaar in een geheime kolonie in Florida; dat zegt iets over menselijke verhoudingen, maar niet genoeg om de breuk in het verhaal vergeeflijk te maken. De Liverpoolse ondernemer die het schip laat bouwen, en zijn zoon die het bij zijn dood van hem overneemt, zijn karakters die de aandacht opeisen en met twintigste-eeuwers vergeleken moeten worden; en de beschrijvingen van het slavenschip onderweg over de Oceaan roepen barmhartigheid en twijfel aan ons zelf op. Dat is genoeg, daar had het bij kunnen blijven.

Als derde gaat Serenity House van de Zuidafrikaan Christopher Hope opzij. Wel is er veel te beleven in het verhaal over een bejaardenhuis in Noord-Londen waar een hoofdpersoon in komt wonen die in de oorlog als Duitser in concentratiekampen blijkt te hebben gewerkt. Er zijn geen saaie en ook geen geruststellende passages. Hope trekt een parallel tussen de posities van Duitse gevangenen en van Engelse bejaarden; niet dat zij even wreed behandeld worden, maar er wordt even weinig prijs op hen gesteld. De visie op de samenleving is opgewekt zwart; wij worden meestal van sombere gedachten afgehouden door de vondsten in het verhaal en de scherpte van de satire. Alleen, op den duur blijkt er teveel te zijn. Wij kunnen Hope respect betuigen, maar om de allerbeste genoemd te worden had hij zijn roman moeten versoberen en strakker maken, zodat hij harder aankwam.

En Ian McEwan, Black Dogs: ook maar terzijde? Het is al streng besproken door P.M. Reinders, die deze roman veel minder waar vond dan McEwans beste, en het heeft in de Engelse pers een zogenaamde gemengde ontvangst moeten verduren. De McEwanieten zijn het erover eens dat het niet voorbeeldig uitgevallen is; dan is het moment verkeerd gekozen voor een bekroning. Voordat Black Dogs uit het gezicht verdwijnt, moet alleen nog gezegd worden dat het hier en daar tot de verbeelding spreekt als geen ander, bijvoorbeeld in de scène waar de jonge echtgenote June de titelhelden ontmoet op een hoogvlakte in de Languedoc: twee gevaarlijke zwarte zwerfhonden die zij maar net weet te verjagen met een zakmes. Op veel andere punten is McEwan ook beneden topvorm het aanhoren waard en brengt hij ons op oude en nieuwe gedachten.

Op deze manier blijft Michèle Roberts, van half-Franse afkomst, de enige die stand houdt in het gezelschap van Ondaatje. Zou Daughters of the House iets zijn voor een bekroning? Ik zou er niets tegen inbrengen. Het verhaal speelt zich af in een boerenfamilie in Normandië, met geheimen en schandalen, oorlogsherinneringen, sterfgevallen en inmenging van priesters, die uit het verleden opgeroepen worden wanneer twee zusters, de een non en de ander huisvrouw, elkaar na twintig jaar terugzien. Al is er hier en daar iets op aan te merken, onbevredigende aansluitingen in het verhaal en een te nonchalante wisseling van gezichtspunten tussen de twee zusters, wij leren de familie kennen. Als de zuster Leonie zichzelf voorhoudt dat history was voices that came alive and shouted en dat zij een sinds de oorlog afgesloten kamer moet openen waar haar verdere onthullingen wachten, zou de lezer haar graag vergezellen; maar daar houdt de roman op.

Dan resteert alleen Ondaatje zelf (geboren in Sri Lanka en nu Canadees, maar met ergens een Nederlander in de familiegeschiedenis, vandaar dat eigenaardige -aatje). Als hem een verdienste toegekend moet worden die de anderen niet hebben, dan zal die zijn het vermogen om bijna precies te laten begrijpen wat hij vertelt, maar nooit alle geheimen op te helderen, zodat de lezer tot onafgebroken concentratie gedwongen wordt. In een deels kapotgeschoten villa in Toscane ligt tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog een onherkenbaar verbrande patiënt die als enige overgeblevene in dat noodhospitaal verzorgd wordt door een Canadese vrouw. Zijn naam en zijn nationaliteit zijn onbekend, en hij praat nauwelijks. Er mengen zich twee andere mannen in het verhaal, een Canadees met omzwachtelde handen en een Sikh uit het Engelse leger die mijnen moet opruimen. Geleidelijk aan wordt opgehelderd wie de verbrande man is, en de gedempte geluiden van de villa worden afgewisseld met hoofdstukken die in de Libische woestijn spelen in vooroorlogse jaren. Aan het slot heerst weer de stilte in de villa, waar de patiënt naar de vlam op een laatste rest kaars ligt te kijken.

Het is geen roman om door te bladeren; hij vertoont zich alleen aan een lezer die bereid is op alles te letten. Zo'n lezer komt erbij op het idee dat de relaties tussen mensen altijd overeenkomen met die tussen de personen van Ondaatje, en tussen hen en ons als buitenstaanders: nooit geheel opgehelderd, hoewel vaak luidruchtiger.

Ondaatje heeft een goed recht op de eerste plaats in de voorspellingen. Of hij bekroond wordt zal weer van onberekenbare verhoudingen in de discussie van de jury afhangen. Eén overtuigde tegenstander en één onzekere, en de prijs kan zijn neus voorbijgaan. Naar McEwan misschien, die hem niet verdient maar in zeker opzicht toch ook weer wel; of wie weet, naar Michèle Roberts om goed te maken dat zij als enige vrouw op de nominatie stond.

Jury's worden vaak verdacht van een voorkeur voor licht verteerbare boeken, om de leesgewoonte bij een groot publiek aan te moedigen. Voor de Bookerprijs is daar tot nog toe geen duidelijk blijk van gegeven; zeker ook niet vorig jaar, toen Ben Okri bekroond werd.

Daar hoeft Ondaatje, de moeilijkste van de zes, dus geen last van te hebben.

    • J.J. Peereboom